Vrijdag khoetba door dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 17 december 2021

In de laatste khoetba ben ik geëindigd bij vers 15 van hoofdstuk 31 van de koran. Dat gedeelte
gaat over de prediking van profeet Loeqman (a.s.) tot zijn zoon. In vers 16 leert de koran aan
ons de wet van Allah dat zelfs het meest onbeduidende en nietige ding kan leiden tot grote en
krachtige gevolgen. Als we deze wet toepassen op de daden van de mens, dan wilt dat zeggen
dat elke handeling, hoe onbeduidend ook, een gevolg voortbrengt. We mogen niet denken dat
een kleine goede daad waardeloos is en dat het ons niet ten goede zal komen en Allah het niet
meerekent. Ook mogen we niet denken dat een kleine slechte daad van ons er niet toe doet,
omdat het heel weinig schade toebrengt aan iemand. Met de woorden ‘ook al was het in een
rots,’ worden die kleine handelingen bedoeld die verborgen blijven, omdat ze ogenschijnlijk
niets opleveren, op een dood spoor belanden en niet naar buiten treden. Met de woorden ‘of in
de hemel,’ worden die handelingen bedoeld die men voor goede of hemelse doeleinden doet.
En met de woorden ‘of in de aarde,’ worden die handelingen bedoeld die men voor wereldse
doeleinden doet.
De les die ons hier wordt geleerd, is dat elke handeling, hoe klein en onbeduidend die ook lijkt,
of men die nu doet voor spirituele of voor materiële doeleinden, niet zomaar ergens zal
verdwijnen en niets zal uitmaken. Om te beginnen helpen zulke daden ons om ons karakter
vorm te geven. Daarnaast kunnen onze acties anderen helpen en aanmoedigen om in dezelfde
lijn nog veel verder te gaan. Onze daden worden dan de basis voor grote verrichtingen van
anderen. Zoals het vers zegt: ‘Allah zal het voortbrengen.’ Dat betekent dat Hij ervoor zal
zorgen dat alle kleine handelingen resultaten opleveren die voor iedereen zichtbaar zijn.
Dit principe werkt ook op andere manieren. Denk aan het Coronavirus. Volgens een website is
de grootte ervan 1/600ste van een zoutkorrel. Dezelfde website vertelt ons ook: ‘van Covid-19
tot luchtvervuiling, in de afgelopen tijd zijn sommige van ‘s werelds grootste bedreigingen
microscopisch klein geweest.’ Sommige mensen suggereren dat dit virus per ongeluk uit een
wetenschappelijk laboratorium was ontsnapt waar het werd bestudeerd. In dat geval zou je
kunnen zeggen dat het virus zich in een rots bevond. Dat wil zeggen, op een veilige plaats waar
je niet van zou verwachten dat het zou ontsnappen. Als het virus daarna de wijde wereld ingaat,
dan verspreidt het zich en veroorzaakt verwoesting. Je zou kunnen zeggen dat het virus naar de
hemel ging en weer naar de aarde kwam, omdat veel ervan werd verspreid door passagiers die
per vliegtuig reisden en het van het ene land naar het andere brachten.
Een ander voorbeeld is dat van kernenergie en atoombommen. Wanneer (de kern van) één
atoom van een bepaald element, uranium, getroffen wordt door een deeltje dat neutron wordt
genoemd, dan ontstaat er een grote hoeveelheid warmte. Hierdoor komen er ook nog meer
neutronen vrij uit het uraniumatoom. Deze neutronen van één atoom kunnen dan (de kernen
van) twee of drie andere uraniumatomen treffen, meer warmte produceren en meer neutronen
vrijgeven. Dit proces, dat een nucleaire kettingreactie wordt genoemd, zal blijven doorgaan en
zeer snel een enorme hoeveelheid warmte produceren. Het element uranium wordt gevonden
in gesteenten. Maar meer dan 99% hiervan (uranium-238) is niet het type dat in staat is te
splitsen. Slechts een heel klein deel ervan (uranium-235) is het type dat een kettingreactie kan
veroorzaken. Dus vanuit een klein zaadje in een rots, stellen de wetten van Allah de mens in
staat om het ‘naar buiten te brengen’. En hij kan het naar buiten brengen in de vorm van een
atoombom, of in de vorm van elektriciteit die hij opwekt in kerncentrales. Je kunt ook zeggen
dat dit zaadje, nadat het in een rots heeft gezeten, de hemel ingaat omdat hat als een atoombom
van duizenden meters boven de aarde naar beneden wordt gedropt. En op aarde kan men dit
zelfde zaadje in kerncentrales gebruiken om elektriciteit op te wekken.
Na mijn laatste khoetba, over de prediking van Loeqman (a.s.) tot zijn zoon, stuurde een lid van
onze djama‘at in Nederland mij een artikel dat in 1978 is geschreven door de heer
Naseer Ahmad Faruqui en gepubliceerd in ons tijdschrift The Light van Lahore. In dit artikel
geeft de heer Naseer Ahmad Faruqui uitleg van deze zelfde verzen en brengt enkele andere
verhelderende punten naar voren. Hij schrijft dat Loeqman (a.s.) een zwarte slaaf was die in
Afrika woonde en ongeletterd was. Met het kleine zaadje in de rots wordt een persoon bedoeld
die op die manier onbeduidend is, verpletterd door armoede en ontberingen. Hij wordt door
tegenspoed en armoede alle kanten opgeblazen, net als een zaadje dat door de wind naar de
hemel en terug naar de aarde wordt geblazen. Toch ziet Allah hem niet over het hoofd en negeert
Allah hem niet. Allah kent zijn verborgen kwaliteiten en Hij kan hem naar een hoogstaande
positie op de wereld stuwen. Zo kan hij anderen leren een vroom leven te leiden. En dit gebeurde
met Loeqman (a.s.). Dit is de reden waarom het vers eindigt met: ‘waarlijk is Allah de Kenner
van subtiliteiten, Zich Bewust.’ Het denkbeeld van God, zoals de koran naar voren brengt, houdt
niet alleen in dat Allah een Wezen is dat grote macht en kracht bezit, maar dat Hij ook subtiel
is. Allah handelt niet alleen door in alle gevallen Zijn kracht te gebruiken, maar ook door op
subtiele en verfijnde manieren te werken.
Voordat ik verder ga, wil ik erop wijzen dat Loeqman (a.s.) in dit vers (16) en het volgende vers
(17) zijn zoon aanspreekt met yā bunayya, of ‘o mijn zoon’. Toen Loeqman (a.s.) voor het eerst
zijn zoon aansprak in vers 13, sprak hij hem op dezelfde manier aan, namelijk: “En toen
Loeqman tegen zijn zoon zei, en hij gaf hem goed advies: ‘o mijn zoon, ken aan Allah geen
deelgenoten toe’”. In het artikel van de heer Faruqui dat ik net noemde, wijst hij erop dat dit
een liefdevolle vorm van aanspreken is. Deze manier aanspreken, zegt hij, zullen kinderen
eerder accepteren. Het is ook effectiever dan de manier waarop de meeste ouders tegen met hun
kinderen spreken over morele en spirituele lessen. Vaak bevelen en commanderen zij hun
kinderen, en verliezen vervolgens hun kalmte en geduld met hen.
Ik kan hier ook aan toevoegen dat Loeqman (a.s.), in de vorige verzen 14 en 15 zijn zoon leerde
dankbaar te zijn en goed te doen aan zijn ouders (ik heb dit in mijn vorige khoetbah behandeld).
Ook hier gaf hij zijn zoon op een zachte en liefdevolle manier wijze lessen, en deed dat niet
voor zijn eigen belang. Hoewel hij zijn vader was, zei hij toch niet tegen zijn zoon, ‘wees mij
dankbaar omdat ik dit en dat voor jou heb gedaan’. In plaats daarvan vertelde hij zijn zoon over
de pijn en de ontberingen die zijn moeder had ondergaan om hem te baren en op te voeden. We
merkten toen ook op dat hij zijn zoon leerde om zijn ouders niet blind te gehoorzamen. Hij zei
tegen zijn zoon dat Allah zegt:“En als zij zich inspannen u deelgenoten aan Mij toe te laten
kennen, waarvan u geen kennis heeft, gehoorzaam hen dan niet en onderhoud op vriendelijke
wijze gezelschap met hen op deze wereld, en volg de weg van degene die zich tot Mij wendt.
Dan is jullie terugkeer tot Mij, en Ik zal jullie inlichten over wat jullie deden.”
Dat wil zeggen, als je ouders proberen je iets anders dan Allah te laten aanbidden en volgen op
de manier waarop je Allah zou moeten aanbidden en je aan Hem zou moeten onderwerpen,
gehoorzaam je ouders dan niet. We zien hier Allah’s beginsel dat Loeqman (a.s.) zijn zoon
voorlegt: en volg de weg van degene die zich tot Mij wendt. Als ouder moet hij zelf iemand zijn
die zich tot Allah wendt, wil hij het recht hebben zijn zoon te vragen hem te gehoorzamen.
Het volgende vers gaat als volgt:
“O mijn zoon, onderhoud het gebed en beveel het goede en verbied het kwade, en verdraag
geduldig wat u overkomt. Waarlijk is dit een zaak van grote vastberadenheid.” – 31:17
Als we geloven dat Allah één is en dat wij niemand en niets tot een deelgenoot van Hem mogen
maken, dan is het onze eerste plicht om tot Allah te bidden. Anders beschouwen we Allah op
een manier zoals wij alle andere dingen beschouwen waartoe wij niet bidden. Gebed is het
middel om Allah’s hulp te verkrijgen. Die hulp stelt ons in staat om alles wat Allah aan ons
heeft geleerd te volgen. Het volgende wat Loeqman (a.s.) zegt is: ‘beveel het goede en verbied
het kwade’, d.w.z., andere mensen inlichten over wat goed en fout is. Door dit te doen wil hij
andere mensen op hetzelfde niveau brengen als waar hij zelf naartoe is gegaan en heeft bereikt.
En net zoals Loeqman (a.s.) zijn zoon vertelt wat goed en wat verkeerd is, vraagt hij zijn zoon
om die taak tegenover andere mensen voort te zetten.
Het volgende advies, ‘en verdraag geduldig wat u overkomt’, heeft in deze context zowel een
algemene als een specifieke betekenis. Wie we ook zijn, er zijn veel dingen die op de wereld
met ons gebeuren, die ons overkomen, waar we geen controle over hebben en waar we
hulpeloos tegenover staan. Dat is het moment dat we geduld moeten betrachten en moeten
volharden in de moeilijkheden waarin we ons bevinden.
De heer Faruqui wijst in zijn artikel op de specifieke betekenis van dit advies. Ik licht het hier
iets meer toe. Wanneer je ‘het goede beveelt en het kwade verbiedt’, met andere woorden, het
werk van de verspreiding van de islam doet, dan krijgt je te maken met tegenstand van sommige
mensen die het niet leuk vinden wat je zegt, of die de groep waartoe je behoort niet waarderen.
Je wordt zelfs vervolgd door degenen met macht en gezag. Anderen maken je belachelijk en
kleineren je werk. En sommige goedbedoelende vrienden adviseren je je tijd niet daarmee te
verdoen. Je inspanningen lijken weinig vruchten af te werpen en je wordt geconfronteerd met
schijnbare mislukkingen. In die situatie moet je geduld hebben en er wordt hier gezegd dat dit
‘een zaak van grote vastberadenheid’ is. Geduld tonen vereist een zeer ferme vastberadenheid
en je mag het niet uit teleurstelling laten varen.
Moge Allah ons allemaal in staat stellen deze leringen te volgen,
Âmîn.
Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan
