De twee zonen van Adam en het verhaal van de kraai

Door: Maulana Abdul Haq Vidyarthi Moreel besef bij vogelsAan het begin van dit artikel wordt de eigenschap van Allah, Ar-Raḥmān, gepresenteerd alseen manifestatie van de diepgaande invloed van Zijn liefde. De koran illustreert dit morelebesef aan de hand van het voorbeeld van een kraai. Het vermeldt: (Bij het zien hiervan) jammerde de man: “Ach! Kon […]

Door: Maulana Abdul Haq Vidyarthi

Moreel besef bij vogels
Aan het begin van dit artikel wordt de eigenschap van Allah, Ar-Raḥmān, gepresenteerd als
een manifestatie van de diepgaande invloed van Zijn liefde. De koran illustreert dit morele
besef aan de hand van het voorbeeld van een kraai. Het vermeldt:

(Bij het zien hiervan) jammerde de man: “Ach! Kon ik niet eens zoals deze kraai zijn door liefde
en medeleven voor mijn broer te tonen en zijn fouten te bedekken.” Overmand door berouw
betreurde hij zijn daden diep.

Hoewel de kraai vaak wordt gezien als een hebzuchtige en meedogenloze vogel tegenover
andere soorten, vertoont hij een immense zorg en compassie jegens zijn eigen soort en
verwanten. Wanneer hij iets te eten vindt, kraait hij luid om de andere kraaien te roepen. Bij
gevaar vliegt hij vooruit op de roofdieren en maakt harde geluiden om zijn metgezellen te
waarschuwen.

De liefde en loyaliteit van de kraai jegens zijn eigen soort staan in schril contrast met de
vijandigheid en bloedvergieten die de kinderen van Adam tegenover hun eigen broeders
tonen. Deze vergelijking vormt een diepe bron van schaamte en berouw voor de mensheid.

De bijbel geeft bij deze gelegenheid een andere les via het voorbeeld van de kraai. Zonde wordt
vergeleken met een op de loer liggend roofdier. En in het verhaal van de bijbel zegt de ene
broer tegen de andere: “Indien u niet goed doet, dan ligt zonde op de loer bij uw deur.”

Met andere woorden, als je je neigingen om te zondigen niet kunt beheersen, dan ligt zonde
op de loer, net zoals een kraai in een hinderlaag ligt voor zijn prooi. De woorden van de
Hebreeuwse bijbel zijn: lapetach chattat rovetz (ץ ֵבֹר את ָּט ַח ח ַת ֶּפַל– (zonde ligt op de loer bij de
deur. Als een persoon zijn slechte neigingen niet kan beheersen, dan overmeesteren die
neigingen en zonden hem, net zoals een kraai een jong vogeltje grijpt.

Naar mijn mening heeft de vermelding van Adams twee zonen (Kaïn en Abel), in het vers waar
een kraai de grond opgraaft om te laten zien hoe hij het dode lichaam van zijn broer moest,
niet betrekking op het allereerste begin van de wereld. In plaats daarvan verwijst het naar de
vroege geschiedenis van de Israëlieten. De bijbel heeft de verhalen van twee verschillende
broers samengevoegd tot één enkel verhaal, zoals blijkt uit modern onderzoek (zoals vermeld
in Encyclopedia Brittanica, geschreven door Cheney, onder de titel “Kaïn”).

De apostel Johannes, een van Jezus’ discipelen, geeft de volgende uitleg:

“Wie zijn broer niet liefheeft, behoort niet tot God, want dit is de boodschap die wij
vanaf het begin hebben gehoord: dat wij elkaar moeten liefhebben. Niet zoals Kaïn, die
tot de boze (Satan) behoorde en zijn broer vermoordde. Waarom heeft hij hem
vermoord? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Mijn broeders, wees niet verbaasd als de wereld ons haat. Wij weten dat wij van de
dood naar het leven zijn overgegaan, omdat wij onze broeders liefhebben. Wie zijn
broer niet liefheeft, blijft in de dood. Iedereen die haat koestert jegens zijn broer is een
moordenaar, en jullie weten dat geen moordenaar het eeuwige leven in zich heeft. Wij
hebben de liefde leren kennen door dit: Hij (Christus) gaf zijn leven voor ons, en daarom
behoren ook wij ons leven te geven voor onze broeders.” (1 Johannes 3:10–16)

Twee verdere lessen uit het voorbeeld van de kraai
De profeet Job, in het Boek Job, en de profeet David (vrede zij met hen), in de Psalmen, zeiden:

“Wie verschaft voedsel aan de wilde kraai, wanneer haar jongen tot God roepen en
ronddwalen in nood door gebrek aan voedsel?” (Job 38:41)

“Hij geeft voedsel aan de dieren en ook aan de jongen van de kraaien, die om voedsel
roepen.” (Psalmen 147:9)

Ter bevestiging hiervan zei Jezus (vrede zij met hem):

“Kijk naar de kraaien: ze zaaien niet, ze oogsten niet, ze hebben geen voorraadschuren
of schuren, en toch voedt God hen. Hoeveel meer waard zijn jullie dan de vogels! En
wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één uur aan zijn leven of een el
aan zijn lengte toevoegen?” (Lukas 12:24–25)

Analyse van de betreffende koranverzen
Bij nadere beschouwing van de betreffende koranverzen en rekening houdend met de naam
van de soera Al-Mā’ida (Het Voedsel), waarin deze parabel over de twee broers wordt verteld,
blijkt het volgende. Wanneer twee mensen op de wereld vooruitgang willen boeken, kiest de
een het pad van rechtschapenheid, terwijl de ander een immoreel pad opgaat dat indruist
tegen menselijke beschaving en cultuur. De persoon die de juiste of morele weg volgt, slaagt,
terwijl degene die de verkeerde weg inslaat faalt. Daarna ontstaat er jaloezie in het hart van
de onsuccesvolle persoon tegenover de rechtschapen persoon, en krijgt hij de neiging om hem
te doden. Menselijke gedragingen vertonen in het algemeen dit patroon.

De kraai wordt genoemd als een voorbeeld van iemand die de grond open graaft. Baḥatha fīl-arḍ بحث االرض ف betekent iets blootleggen of iets zoeken. Vogels leren de mens dat er geen
gebrek is aan levensonderhoud op aarde, maar dat inspanningen, op zoek gaan en hard
werken daarvoor noodzakelijk zijn. Het vers vermeldt niet dat een levende kraai een dode kraai
begroef of aarde over hem heen gooide. Het is aan de andere kant een algemeen verschijnsel
dat dieren en vogels, vooral kraaien, dingen die in de aarde verborgen zijn opgraven en ze naar
boven halen. Uit liefde en compassie voor hun eigen soort roepen kraaien andere door luid te kraaien. Het trieste feit is dat mensen, in tegenstelling tot deze dieren, geweld plegen tegen
hun arme broeders, hen doden, en zelf rijk wil worden.

Sommige uitleggers hebben ook geschreven dat de kraai geen aarde over het dode lichaam
van een andere kraai gooide, maar over het lichaam van de vermoorde persoon. Logischerwijs
lijkt het aannemelijk dat de man een les leerde door de kraai te zien graven in de grond. Deze
les was dat het beter is om door hard te werken meer dan genoeg levensonderhoud te
verkrijgen dan je broeder te doden en je zijn bezit toe te eigenen.

In dezelfde geschriften en in de taal van de profeten (zoals blijkt uit passages uit de bijbel),
lezen we de parabel van de kraai om te benadrukken dat Allah de voorziener is voor iedereen
en dat Hij, door Zijn barmhartigheid, ons deze uitgestrekte aarde heeft geschonken om
inspanningen te plegen en te bevolken.

Met uitzondering van slangen en wolven is er geen enkel wezen dat zijn eigen soort belaagt.
Het is echter betreurenswaardig dat de mens zelfs slangen en wolven overtreft in het uitbuiten
en schaden van zijn eigen broeders. Of het nu is door het maken van dodelijke wapens of door
oneerlijke handelspraktijken, de mens hakt aan de wortels van menselijke beschaving en
cultuur.

De vermelding van de twee zonen van Adam in de koran
De koran vermeldt de twee zonen van Adam in het vers:

Eerst worden zij beschreven als de zonen van dezelfde vader, wat hun nauwe band en
bloedverwantschap aangeeft. Dit wijst erop dat hun relatie van nature zeer innig was. Zoals
Sheikh Saadi prachtig uitdrukt:

Vanwege deze nauwe band en bloedverwantschap hadden ze liefde en compassie voor elkaar
moeten hebben.

Hierna wordt het tweede aspect besproken dat liefde voor elkaar bevordert. Een van de twee
broers was een rechtschapen en godvrezend persoon. Hij had zijn broer in het verleden geen
kwaad gedaan en was ook niet van plan hem in de toekomst te schaden. Wat een deugdzaam
mens was hij! Zelfs toen hij het voornemen van zijn broer om hem te doden aanvoelde, verloor hij zijn kalmte niet en werd hij niet boos. Ondanks de ernst van de situatie sprak hij geen harde
woorden en reageerde in plaats daarvan met de grootste zachtheid en zei: “Hoe zou ik ooit
een ernstige misdaad tegen u kunnen begaan? Alleen al de gedachte eraan doet mij Allah
vrezen, die zowel mijn Heer is als de uwe.” Ondanks deze buitengewone vriendelijkheid en
geduld werd het hart van de onwaardige broer niet zachter. Toen hij zijn kans schoon zag,
bracht hij zijn broer om het leven.

Dieren hebben van nature een gevoel van medeleven en genegenheid voor hun eigen
soortgenoten en broers en zussen. Een goed voorbeeld hiervan is hoe een kraai, ondanks het
feit dat het een dier is, solidair is met en zorgzaam is voor zijn soortgenoten. Als hij voedsel
vindt, kraait hij luid om anderen uit te nodigen om zijn vondst te delen. Evenzo, wanneer
iemand zijn huis verlaat met een geweer om te jagen, slaat de kraai alarm, waarschuwt hij zijn
soortgenoten voor het dreigende gevaar en vliegt hij vooruit om de aandacht te trekken.
Een wrede broeder daarentegen eert, ondanks het feit dat hij menselijk is, zijn medemens niet
en respecteert de banden van broederschap niet. Volkomen harteloos profiteerde hij ervan
dat zijn broer sliep en vermoordde hem in koelen bloede.

Dit laat zien dat liefde en zorg voor broers en zussen een volgend niveau van genegenheid is,
na compassie voor de eigen soort. Daarna komt het derde niveau: geïnspireerd raken door de
rechtschapenheid en het deugdzame leven van een broer of zus, en zelfs van hem houden
vanwege zijn deugdzaamheid.

De samenvatting van deze uiteenzetting is dat een wrede en kwaadwillende broer, die geen
enkel gevoel van menselijkheid en vriendelijkheid had, de heilige banden van broederschap,
de hoge moraal van rechtschapenheid en deugdzaamheid en de delicate draad van onschuld
negeerde en meedogenloos doorsneed.

De manier waarop de koran dit uitdrukt is zeer wijs. Vanuit een psychologisch perspectief
benadrukt het de natuurlijke redenen die bij de ene persoon gevoelens van medeleven voor
de andere oproepen. Tenslotte stelt het, door het noemen van de daad van het vergieten van
onschuldig bloed, vast dat zo’n persoon zo ver van menselijkheid is weggegleden dat hij een
zeer laag en verachtelijk wezen is, lager zelfs dan het laagste dier.

De kraai, die net als andere dieren van nature gedreven wordt door hebzucht en egoïsme,
vertoont aan de andere kant ook een buitengewoon altruïsme, zorgzaamheid en sociale
verantwoordelijkheid ten opzichte van zijn broers en zussen. Aan de andere kant is een wrede
mens, ondanks dat hij mens genoemd wordt, volkomen verstoken van broederlijke liefde en
medeleven, waardoor hij verder afstaat van menselijkheid dan dieren.

Noot
Met betrekking tot de vermelding van kraaien in de bijbel is er nog een verhaal dat de moeite
van het vermelden waard is en dat licht werpt op hoeveel van de verhalen in dit boek zijn
veranderd of aangepast. In 1 Koningen, hoofdstuk 17, verzen 2 tot 6, staat geschreven:

“Toen kwam het woord van de Heer tot Elia: ‘Ga hier weg, keer oostwaarts en verberg
u in het dal van Krith, ten oosten van de Jordaan. U zult uit de beek drinken en Ik heb
de kraaien opgedragen u daar van voedsel te voorzien.’ Dus deed hij wat de Heer hem
gezegd had. Hij ging naar het dal van Krith, ten oosten van de Jordaan, en bleef daar.
De kraaien brachten hem ‘s morgens brood en vlees en ‘s avonds brood en vlees, en hij
dronk uit de beek.”

Echter, in de Hebreeuwse bijbel wordt het woord orevim (עורבים (gebruikt voor “kraaien,” wat
in het meervoud staat. Opmerkelijk is dat het woord orev zowel “kraai” kan betekenen, maar
evenzeer “een Arabier” of “een inwoner van Arabië”. Historisch gezien lag Arabië in het uiterste
zuiden van Palestina. Daarnaast wordt het woord voor kraai, ghurāb (غراب(, aangezien het
Hebreeuws de letter ghain (غ (niet kent), in het Hebreeuws geschreven als orev. In plaats van
het te vertalen als “Arabieren” hebben de vertalers het geïnterpreteerd als “kraaien.” Deze
vertaalfout veranderde het verhaal: in plaats van nobele en gastvrije Arabieren die Elia brood
en vlees gaven, werd het voorgesteld als een verhaal waarin kraaien op wonderbaarlijke wijze
voedsel naar hem brachten.

Deze kleine fout van de vertalers veranderde wat waarschijnlijk een natuurlijk en menselijk
gebeuren was in een miraculeus verhaal. Dergelijke vergissingen en vertaalfouten komen vaker
voor in de Bijbel, zowel in de oorspronkelijke versies als in de vertalingen. Deze kwesties
verdienen de aandacht van geleerden, met name van degenen die goed onderlegd zijn in het
Hebreeuws, Arabisch en andere Semitische talen.

Evenzo verschijnt hetzelfde woord in Jeremia 3:2, en het vers wordt als volgt vertaald:

“Hef uw ogen op naar de bergen en zie: waar hebt u geen overspel gepleegd? Als een
Arabier in de woestijn zat u langs de wegen op hen te wachten.”

Echter, op een bepaald moment werd dit vers foutief vertaald als:

“Zoals Babylonische goden die tussen hemel en aarde vliegen.”

Dit voorbeeld toont aan hoe zelfs een kleine vertaalfout de betekenis aanzienlijk kan
veranderen, waarbij natuurlijke voorvallen worden omgevormd tot bovennatuurlijke of
mythologische vertellingen.

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare