Vrijdag choetba door Maulana Muhammed Ali, 11 februari 1922

“Dus wanneer de grote ramp komt. De dag waarop de mens zich alles herinnert
waar hij zich voor inspande.
En de hel gemaakt zal worden zich te tonen
aan degene die ziet.
En wat betreft degene die buitensporig is.
En die voorkeur geeft aan het leven van deze
wereld.
De hel is zeker het verblijf.
En wat betreft degene die vreest voor zijn Heer te
staan en die zichzelf weerhoudt van aardse verlangens.
De tuin is zeker het verblijf.” – 79:34-41
Beheersen of zelf beheerst worden door verlangens
Er worden in deze verzen van de heilige koran twee groepen genoemd. De ene groep geeft
voorkeur aan het leven van deze wereld en streeft ernaar om dit tot hun levensdoel te maken.
De andere groep aan de andere kant houdt hun aardse verlangens van hebzucht en lust in
bedwang en onder controle. Door deze twee groepen tegen elkaar af te zetten, wordt erop
gewezen dat diegene die het tot zijn levensdoel maakt om materiële zaken te willen bezitten,
valt voor of een slaaf wordt van die verlangens. Het gevolg hiervan is een verblijfplaats van
vuur. Degene, aan de andere kant, die zijn verlangens kan beheersen, gaat de tuin of het paradijs
binnen.
Hel en hemel beginnen in dit leven
Het Arabische woord hawā (aardse verlangens) betekent naar benden gaan of vallen.
Ongecontroleerde verlangens worden hawā genoemd, omdat ze de mens doen vallen naar een
lager en ontaard niveau van menselijkheid en spiritueel bestaan. Iemand die de verantwoording
voor zijn Rabb (Heer) vreest, of zich zorgen maakt af te vallen van de staat waarin Allah de
Verhevene hem heeft geplaatst, krijgt de mededeling: “De tuin is zeker de verblijfplaats.” De
heilige koran zegt niet dat hij alleen in het hiernamaals in de tuin (djannah) zal zijn. Wat er
staat is dat zijn verblijfplaats in de tuin zal zijn of dat hij al in die tuin is. Met andere woorden,
hij heeft toegang gekregen tot de tuin (djannah) in dit leven zelf. Met betrekking tot zulke
mensen staat elders in de heilige koran: “ En voor hem die vreest voor zijn Heer te staan, zijn er twee tuinen,” 55:46. Dus voor hem die vanwege de verantwoording in vrees voor zijn Heer
staat zijn er twee tuinen, één in dit wereldse leven en één in het hiernamaals. Het leven in de
hel of de hemel begint in deze wereld. Een persoon neemt zijn hel of hemel vanuit dit leven
mee naar het hiernamaals op basis van zijn daden hier. Het enige verschil is dat het bewustzijn
van deze staat van hemel of hel niet volledig gerealiseerd wordt op deze wereld, en dat het een
meer bevatbare realiteit wordt in het hiernamaals.
Degene die voorkomt dat zijn ziel een slaaf wordt van zijn verlangens gaat op deze wereld de
tuin binnen. Degenen wiens leven beheerst wordt door hun verlangens kunnen de hel in deze
wereld waarnemen. Onbegrensde gierigheid en lust doen het vuur in het hart of innerlijk van
de mens ontvlammen. Dat vuur vreet hun gemoedsrust weg, en zij blijven hun hele leven
continu in een staat van onrust. De heilige koran beschrijft deze staat als: “Het is het vuur dat
door Allah is aangestoken, dat boven de harten opstijgt” (104:6, 7). Wat is de aard van het
vuur van de hel? Het zet het hart of innerlijk van de mens in brand. Kortom, het
ongecontroleerd najagen van hebzucht en lust creëert een hel op deze wereld. En degenen die
dit pad volgen, vallen in die hel.
Het pad van matiging
Hebzucht en lust kennen twee aspecten, als gevolg waarvan de mens vaak struikelt en valt. De
ene manifesteert zich als liefde en de andere als afkeer. So̅e̅rah Al-Fātiḥa (het
openingshoofdstuk van de heilige koran) geeft ons de meest veelomvattende leidraad op dit
gebied. Er staat: “Leid ons op het rechte pad. Het pad van hen aan wie U gunsten hebt
geschonken.” Op deze manier vragen we om leiding op het pad van matiging, dat gevrijwaard
en onderscheiden is van alle soorten extremiteiten en nalatigheden. Wanneer we het pad van
gematigdheid verlaten, dan manifesteren deze gedragingen zich als aan de ene kant extreme
afkeer, of juist extreme liefde. In de ḥadīth worden de joden en christenen, met betrekking tot
de manier waarop zij Jezus behandelden, als voorbeelden van deze gedragspatronen genoemd.
De joden namen een extreme houding aan van kwaadaardigheid jegens Jezus, terwijl de liefde
van de christenen voor Jezus een extreme houding vormde die zich uitte dat zij een sterveling
verhieven tot deelgenoot van God. Men kan niets bereiken zonder deze twee emoties van
liefde en afkeer. Het extreem uiten van die twee emoties vormt ook de basis van alle
disharmonie in menselijke relaties. Liefde voor of afstand nemen van iemand, wederzijdse
aantrekking of afkeer, vormt de basis van alle relaties in de natuur en levert de drijfveer voor
alle menselijke verrichtingen.
Soms lijkt het alsof de overgang en de connectie tussen verschillende verzen van de heilige
koran verbroken wordt. Een nadere observatie laat echter een nieuw verband zien tussen
dezelfde verzen. Bijvoorbeeld, moord en ontucht worden over het algemeen samen genoemd.
Op het eerste gezicht is er geen verband tussen de twee. Maar moord wordt gepleegd wanneer
de emotie van woede de vrije loop wordt gelaten, terwijl ongecontroleerde liefde leidt tot
ontucht. Iedereen die de Al-Fātiḥa opzegt, smeekt Allah om ‘ons op het rechte pad te leiden,”
en streeft ernaar om dit niveau van spiritualiteit te bereiken. Daarom moet hij zich er altijd van
bewust zijn om geen extreme houding aan te nemen in het tonen van zijn liefde of boosheid.
Onze toestand is zodanig dat wanneer we van iemand houden, we bereid zijn om die persoon
blindelings te volgen, zelfs als we tegen het woord van de koran en hadith in moeten gaan.
Op dezelfde manier nemen we een extreme houding aan als we alle deugden van iemand
negeren als we die persoon haten. Dit zijn houdingen die de vooruitgang van volken
belemmeren. Om vooruitgang te boeken is het van wezenlijk belang om het pad van
gematigdheid te volgen wanneer we beide emoties tonen.
Emoties van liefde en boosheid vormen de basis van menselijke ontwikkeling
We begaan een vergissing wanneer we proberen deze twee emoties uit te schakelen. Ze zijn van
wezenlijk belang voor het menselijk karakter; we kunnen zonder deze twee emoties niets tot
stand brengen. Het is ook noodzakelijk om een gematigde koers te volgen in het uiten van deze
emoties. Het volgen van een pad van buitensporigheid bij zowel liefde als haat is verkeerd.
Beide eigenschappen maken ook deel uit van de aard van Allah de Verhevene, en ze werken op
zo’n manier dat de ene de andere niet tenietdoet. Een bepaald volk kan het onderwerp zijn van
Zijn toorn als gevolg van haar slechte daden. Als het het goede doet, verdient datzelfde volk
Zijn liefde. Zelfs wanneer een volk dat Zijn religie verloochent en onderworpen is aan Zijn
toorn iets onderneemt in wereldlijke zaken en ijverig daarvoor werkt, beloont Hij haar met een
overvloed aan rijkdom. Zij worden niet ongelijk behandeld vanwege hun ongeloof. Wanneer
een vroom persoon iets slechts doet, wordt hij in evenredige mate daarvoor gestraft, en de goede
daad door een slechte persoon gaat niet verloren. De heilige koran zegt: “Dus hij die een gewicht
van een atoom goed doet, zal het zien. En hij die een gewicht van een atoom kwaad doet, zal
het zien.”
Allah de Verhevene straft of beloont elk individu als een manifestatie van Zijn eigenschappen.
Het is echter zeker dat Zijn liefde de voorkeur heeft boven aan Zijn toorn. Wanneer iemand een
goede daad verricht, wordt hem tien keer meer gegeven. Wanneer iemand Zijn toorn ondergaat,
gaat zijn goede daad niet verloren en kan zijn slechte daad zelfs vergeven worden. Dit is het
bewijs dat Zijn liefde boven Zijn toorn gaat. Deze eigenschappen laat Allah bij elk individu
zien. Daarom ziet Allah zonden door de vingers, maar vergeet Hij het goede dat een persoon
doet nooit. Het is de plicht van iedere moslim dat hij deze eigenschappen ook als deel van zijn
karakter maakt en op dezelfde manier tot uitdrukking brengt. Iemands liefde voor een persoon
mag niet zo extreem zijn dat zelfs zijn slechte daden goed lijken. Ook mag onze afkeer van een
persoon er niet toe leiden dat we zijn goede eigenschappen over het hoofd zien.
Woede en liefde moeten onder de juiste omstandigheden worden getoond
Zowel boosheid als liefde moeten we tonen bij de juiste gelegenheid. Net zoals liefde, wanneer
het onder de juiste omstandigheden wordt getoond, een handeling van goedheid wordt, wordt
boosheid die onder de juiste omstandigheden wordt getoond ook een goede handeling. Je moet
niet zoveel van iemand houden dat zijn slechtheid iets goeds voor jou wordt, noch mag je je
haat voor iemand zo groot laten zijn dat het je niet meer in staat bent om goed te doen tegenover
die persoon. Het negeren van deze stelregel leidt tot ontaarding en ondergang van volkeren,
culturen en samenlevingen. Moslims in het huidige tijdperk ondergaan deze omstandigheden
ook. Wanneer iemand een fout begaat, vergeven ze hem niet en wanneer ze iemand graag
mogen, negeren ze zijn tekortkomingen. Dit is ongepast gedrag. Een moslim zou de emoties
van liefde en boosheid moeten verwerken in zijn woorden en daden op de manier waarop hij ze
tot uiting ziet komen in de Allah’s aard. Het karakter van de profeet Mohammed (v.z.m.h.) is
een voorbeeld van deze eigenschappen die onder de juiste omstandigheden samenwerken en tot
uiting komen. De Profeet toonde zijn boosheid onder de juiste omstandigheden door op te
roepen tot het ranselen van overspeligen, het afhakken van de handen van gewoontedieven en
het doden van tegenstanders tijdens de defensieve gevechten die hij moest voeren. Toen het de
gelegenheid was om zijn liefde en bekommerdheid voor de mensheid te tonen, vergaf hij zelfs
zijn meest verbeten vijanden zonder op wraak uit te zijn. Hoe bewonderenswaardig is dit
voorbeeld van het karakter van de Profeet?
Bij een bepaalde gelegenheid verspreidden bepaalde personen laster tegen het nobele karakter
van hazrat ‘Ā’ishah, waar ook een paar moslims bij betrokken waren. Hasan bin Thabit, een
beroemde dichter, en Mastah uit de familie van hazrat Aboe Bakr behoorden tot die groep van
personen. Omdat hij zo arm was, steunde de Profeet hem vaak. Toen echter bewezen werd dat
deze laster onjuist was, aarzelde de Profeet niet om wie dan ook te sparen. Hazrat Aboe Bakr
Siddiq, die in het verleden ook Mastah had geholpen, staakte zijn financiële bijstand aan hem.
Vijandige critici zeggen dat de heilige koran een weerspiegeling is van de gedachten van de
profeet Mohammed en dat hij die zelf heeft verzonnen. Zij en alle anderen zouden over deze
gebeurtenissen moeten nadenken. Er werd een ongefundeerde en uiterst gevaarlijke
beschuldiging geuit tegen de nobele vrouw van de Profeet. Bij zo’n gelegenheid zou iedereen
die de touwtjes in handen heeft klaar staan om zijn woede te ontketenen tegen de daders van
zo’n persoonlijke aanval. De heilige koran geeft dit advies met betrekking tot het incident aan
hazrat Aboe Bakr:
“En laat de bezitters van genade en overvloed onder jullie niet zweren bij het geven aan de
verwanten en de armen en degenen die gevlucht zijn op de weg van Allah. En laat hen vergeven
en door de vingers zien. Hebben jullie niet graag dat Allah jullie vergeeft? En Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.” (24:22)
Hazrat Aboe Bakr werd dus bevolen om zijn financiële hulp aan Mastah voort te zetten. Dit is
erg moeilijk, vooral wanneer er een valse beschuldiging wordt geuit tegen je dochter. Hij krijgt
niet alleen het bevel om hem te vergeven, maar ook om zijn hulp aan die valse beschuldiger
voort te zetten. Iemand zou kunnen zeggen dat de heilige koran dit gebod dan wel geeft, maar
dat het erg moeilijk is om in praktijk te brengen. Zij zouden hier echter over na moeten denken.
De metgezellen van de profeet Mohammed hadden zoveel geloof in de heilige koran dat hazrat
Aboe Bakr onmiddellijk zijn hulp hervatte in gehoorzaamheid aan deze openbaring. Hasan Bin
Thabit werd ook vergeven, en men ziet dat er geen kwaad of laster tegen hem naar voren werd
gebracht, en zo herkreeg hij zijn vroegere status van respect in de samenleving. Zijn gemene
laster werd vergeten en haat voor hem werd vervangen door liefde. Dit incident wordt
genegeerd alsof het niet heeft plaatsgevonden. Gevoelens van wrok werden overwonnen en
vervangen door gevoelens van liefde. De schuldigen werden dus op dezelfde manier gestraft in
de tijd van de Profeet. Nadat ze gestraft waren, werden ze behandeld als ieder ander. De hand
van een gewoontedief werd afgehakt, maar nadat hij zijn straf had ondergaan, had niemand
meer het recht om op hem neer te kijken.
Lering trekken uit het voorbeeld van de profeet Mohammed en zijn metgezellen
Jullie zouden van deze gebeurtenissen moeten leren. Als je persoonlijk wordt aangevallen, of
je zoon of dochter vals wordt beschuldigd, dan mag je dit niet tot een permanente bron van
wrok en vijandschap maken. Verwijder haat uit jullie harten en vervang het door liefde. Volg
de heilige koran en het nobele voorbeeld van de profeet Mohammed. Bestudeer zorgvuldig zijn
levensgeschiedenis en karakter, want het gebeurt vaak dat gebrek aan kennis leidt tot iemands
spirituele teloorgang. Het hebben van de juiste kennis zal dit voorkomen.
Zodra je je hiervan bewust bent, moet je ernaar handelen. Daarom geef ik jullie deze informatie.
Voordat je een bepaalde actie onderneemt, moet je de omstandigheden goed overwegen. Houd
je emoties van woede en liefde onder controle om de weg van matiging te volgen. Laat je liefde
voor iemand niet zover gaan dat zijn slechte eigenschappen je goed lijken. En laat evenmin je
haat voor iemand ervoor zorgen dat je zijn goede eigenschappen over het hoofd zijn. Als iemand
een onfatsoenlijke daad begaat die zijn persoon schaadt, probeer dan zijn fouten te bedekken
en vergeef hem zoveel mogelijk. Als het een slechte daad is die iemand anders treft, bestraf
hem dan en voel daarna geen haat jegens die persoon. Als een slechte daad van een persoon de
gemeenschap schade berokkent, dan moet het zondermeer bestraft worden. Maar je mag geen
kwaadaardigheid jegens een individu in je hart koesteren. Allah de Verhevene staat iedereen
toe zich te hervormen na het begaan van zonde. Wanneer je kwade wil in je hart koestert, handel
je in strijd met deze eigenschap van Allah.
Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan
