Zoeken naar kennis “zelfs al is het in China”

Vrijdagpreek door Dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 22 september 2023 Ik heb deze verzen gereciteerd in verband met een zeer bekende hadith, die in het Arabisch als volgt luidt: De vertaling hiervan is: Zoek kennis, zelfs al is het in China. Want het zoeken van kennis is een plicht voor elke moslim. Er […]

Vrijdagpreek door Dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 22 september 2023

Ik heb deze verzen gereciteerd in verband met een zeer bekende hadith, die in het Arabisch als volgt luidt:

De vertaling hiervan is: Zoek kennis, zelfs al is het in China. Want het zoeken van kennis is een plicht voor elke moslim.

Er zijn veel islamitische geleerden die al eeuwenlang zeggen dat het eerste gedeelte van deze hadith, “Zoek kennis, zelfs al is het in China,” niet authentiek is en dat er geen gezag voor is. Sommigen bestempelen het zelfs als ”verzonnen.” Het tweede gedeelte, “Het zoeken van kennis is een plicht voor elke moslim,” accepteren zij echter wel, omdat het voorkomt in de Hadithverzameling van Ibn Majah (hadith 224), wat een van de zes geaccepteerde of betrouwbare Hadith-verzamelingen is.

Veel moslims die kennisnemen van dit oordeel van de geleerden, concluderen ook dat het eerste gedeelte van deze hadith niet afkomstig is van de Heilige Profeet (v.z.m.h). De reden waarom men deze versie, met de verwijzing naar China, beschouwt als nietauthentiek beschouwt, is dat sommige vertellers in de overleveringsketen van de metgezellen van de Heilige Profeet onbetrouwbare personen geweest zouden zijn. Zij beschouwen hun overleveringen daarom als niet betrouwbaar.

Toch hebben sommige geleerden uit vroegere tijden erop gewezen dat deze hadith via meerdere ketens is doorgegeven door verschillende metgezellen van de Heilige Profeet. Volgens hen wijst de brede verspreiding van deze hadith erop dat zij mogelijk toch authentiek is, ondanks de aanwezigheid van onbetrouwbare vertellers in elke afzonderlijke keten. Eenvoudig gezegd: wanneer we hetzelfde verhaal horen van meerdere personen, die geen link hebben met elkaar, maar die afzonderlijk als onbetrouwbaar worden beschouwd, dan kan het feit dat zij onafhankelijk van elkaar hetzelfde verhaal vertellen erop wijzen dat dat verhaal waar zou kunnen zijn.

Er is evenwel een andere manier om te bepalen of een hadith authentiek is. Namelijk door de vraag te stellen: wordt deze hadith ondersteund door de koran of niet? Dit is de reden waarom ik ervoor koos om de twee verzen uit de koran te reciteren die ik hierboven heb genoemd. Het eerste vers zegt tegen de mensen:

Reis op de aarde en zie hoe Hij (Allah) de eerste schepping maakt. Vervolgens maakt Allah de latere schepping.

Dit vers spoort mensen aan om rond te reizen op de wereld, de schepping te bestuderen, en te leren hoe de schepping begon en hoe haar situatie nu is.

Op basis hiervan zou een moslim niet alleen naar China moeten gaan, maar overal ter wereld kennis moeten vergaren over de schepping. Het is daarom aannemelijk dat de Heilige Profeet China als voorbeeld noemde om aan te geven dat men zelfs naar een verre plaats als China zou moeten reizen om kennis te vergaren, als men wist dat men daar kennis zou kunnen vinden.

Hier wil ik zijdelings opmerken dat het Arabische woord voor China, zoals in de bovenstaande hadith, Ṣīn is, geschreven met de letters ṣād, yā en nūn. In het Nederlands gebruiken we het voorvoegsel sino vóór een ander wordt om een relatie tussen China en iets anders aan te duiden. Bijvoorbeeld, een “Sino-Amerikaanse” organisatie betekent een gezamenlijke organisatie van China en de VS. “Sinologie” is de naam van een vakgebied dat zich richt op de studie van Chinese zaken.

Het tweede vers dat ik heb gereciteerd, is als volgt:

Hebben zij niet in het land gereisd, zodat zij harten hebben om daarmee te begrijpen, of oren om daarmee te horen? Want waarlijk, het zijn niet de ogen die blind zijn, maar blind zijn de harten die in de borsten zijn.

In de verzen die hieraan voorafgaan, vertelt Allah aan de mensen die de Heilige Profeet Mohammed verwierpen en tegenwerkten, dat Allah in het geval van de eerdere profeten hun tegenstanders en hun woonplaatsen vernietigde. Dit gebeurde nadat Hij hen een tijd van uitstel had gegeven om te zien of zij berouw zouden tonen. In dit vers spoort Allah daarom de tegenstanders van de Heilige Profeet aan om naar de ruïnes van die vernietigde steden te reizen. Daar zouden zij overblijfselen van de steden van de tegenstanders van eerdere profeten kunnen aanschouwen. Op die manier zouden zij een les kunnen trekken met betrekking tot hun eigen mogelijke lot.

Wat Allah ons in dit vers leert, is dat we moeten reizen om onze geest te verruimen, dus, “harten te hebben waarmee we begrijpen”, en onze oren en ogen te openen. Door kennis te vergaren en de aarde te verkennen, kunnen we de echte blindheid genezen. Deze blindheid is volgens het vers niet die van de ogen, maar die van de harten.

De koran noemt twee voorbeelden van belangrijke personen die naar verre en afgelegen plaatsen reisden om kennis te vergaren. Een van deze plaatsen zou zelfs zo ver kunnen zijn als de grens van China!

In hoofdstuk 18 vertelt de koran over de reis van Mozes (v.z.m.h.) en zijn metgezel (18:82), die zij ondernamen om een persoon te ontmoeten aan wie God bijzondere kennis had geschonken. Volgens een hadith in Bukhari, hoewel dit niet in de koran staat, zei Allah tegen Mozes:

Een dienaar onder Mijn dienaren, die bij de samenkomst van twee rivieren woont, bezit meer kennis dan u. (hadith 122)

Men zegt dat deze samenkomst de plek is waar de twee takken van de Nijl, de Witte Nijl en de Blauwe Nijl, samenvloeien bij Khartoem en samen de Nijl vormen.

De koran laat ons zien dat Mozes vastbesloten was om zijn bestemming te bereiken. Hij verklaarde dat hij niet zou stoppen tot hij het had bereikt, zelfs als het hem jaren zou kosten. Dit verhaal toont aan dat kennis oneindig breed is. Zelfs een grote profeet als Mozes had er behoefte aan om zijn kennis te vergroten en was bereid om naar zeer verre oorden te reizen om het te verkrijgen.

Het tweede voorbeeld dat de koran noemt, is in hetzelfde hoofdstuk 18, direct na het verhaal over de reis van Mozes. Het gaat over de reis van een man genaamd Dhul Qarnain (18:83–98). Hij wordt beschreven als een heerser over een enorm groot gebied, en uitleggers van de koran hebben geprobeerd vast te stellen wie hij precies was. Wie hij ook was, hij regeerde in ieder geval over een uitgestrekt gebied in Centraal-Azië. Volgens de koran ondernam hij drie reizen, waaruit blijkt dat hij een heerser was die de grenzen van zijn rijk bezocht om zich op de hoogte te stellen van de situatie van zijn volk aldaar.

De koran vertelt dat de eerste reis van Dhul Qarnain was naar “de plaats waar de zon ondergaat.”Daar zag hij de zon ondergaan in “een zwarte zee,” (18:86). Deze “zwarte zee” staat algemeen bekend staat als de Zwarte Zee, die ligt tussen Oekraïne in het noorden en Turkije in het zuiden. De koran noemt dit “de plaats waar de zon ondergaat” omdat dit het meest westelijke punt van zijn rijk was, in de richting waar de zon ondergaat.

De tweede reis van Dhul Qarnain ging, volgens de koran, naar “de plaats waar de zon opkomt,” (18:90), wat wil zeggen, het meest oostelijke punt van zijn rijk. Volgens onderzoek van Maulana Muhammad Ali kan Dhul Qarnain geïdentificeerd worden als de Perzische koning Darius de Eerste (of Darwaish of Darayavahush in het Perzisch). Hij leefde ongeveer 500 jaar voor Jezus. Zijn rijk was het grootste dat de wereld tot dan toe had gekend. In het oosten strekte het zich uit tot het gebied dat nu Tadzjikistan heet, een land dat grenst aan China. Daarom kunnen we met recht zeggen dat de reis van Dhul Qarnain, genoemd in de koran in 18:90, tot de grens van China was. De conclusie is dus dat hij China bereikte in zijn zoektocht naar kennis.

Als mijn interpretatie correct is, dan zegt de koran niet alleen in algemene zin dat je de over de wereld moet reizen om kennis te vergaren, maar geeft het ook een specifiek voorbeeld van een beroemde koning die daadwerkelijk tot aan de grens van China reisde. Dit bevestigt de authenticiteit van de hadith als authentiek: Zoek kennis, zelfs al is het in China. Want het zoeken naar kennis is een plicht voor iedere moslim.

Een ander belangrijk punt om hier op te merken is dat Mozes op reis ging om spirituele kennis te verwerven, terwijl Dhul Qarnain voornamelijk op zoek ging naar wereldlijke kennis. Zijn doel was om zijn koninkrijk te versterken en de behoeften van zijn volk te weten te komen. Tegelijkertijd predikte hij ook goedheid aan zijn volk, zoals de koran ons vertelt (18:87–88).

Dit laat zien dat men zowel op zoek kan gaan naar religieuze als wereldlijke kennis. Daarnaast leert het ons les dat wij in het geval van wereldlijke kennis altijd rekening moeten houden met religieuze principes.

De authenticiteit van een hadith kan ook worden ondersteund door feitelijke gebeurtenissen. Een voorbeeld hiervan is de oude moslimgemeenschap in China, bekend als het Hui-volk. Zij geloven dat bepaalde metgezellen van de Heilige Profeet Mohammed China bezochten en daar de islam vestigden. Hoewel men deze bewering vaak ziet als ongegrond, biedt historisch onderzoek toch interessante aanwijzingen.

Sir T.W. Arnold, een Britse geleerde en hoogleraar Arabisch en Islamitische Studies aan de School of Oriental Studies van de Universiteit van Londen (1921–1930), beschrijft in zijn beroemde boek The Preaching of Islam de verspreiding van de islam in China. Hij verwijst naar een periode kort na de islamitische verovering van Perzië, toen de laatste Perzische koning in ballingschap overleed tijdens het kalifaat van de kalief Uthman.

Volgens Sir T.W. Arnold tonen betrouwbare historische verslagen aan dat de zoon van deze Perzische koning China om hulp vroeg tegen de Arabische invallen. De Chinese keizer antwoordde dat hij geen troepen over zo’n grote afstand kon sturen, maar hij besloot wel een ambassadeur te sturen naar Hazrat Uthman om te pleiten voor de zoon van de koning die op de vlucht was. Hazrat Uthman reageerde door een van zijn generaals mee te sturen met de Chinese ambassadeur terug naar China.

Dit vond plaats in 651, minder dan twintig jaar na het overlijden van de Heilige Profeet Mohammed. Deze moslimgezant werd met eer ontvangen door de Chinese keizer.

Sir T.W. Arnold vermeldt ook twee andere gelegenheden waarop latere kaliefen moslimgezanten naar Chinese keizers stuurden. De eerste keer vond plaats in het jaar 713, en de tweede keer in 726. Dit gebeurde nog steeds minder dan een eeuw na het overlijden van de Heilige Profeet Mohammed. Arnold schrijft verder dat, iets later, in het jaar 756, de tweede van deze keizers te maken kreeg met een opstand in China. Zijn zoon stuurde toen een verzoek om hulp naar de moslimkalief van die tijd. De kalief reageerde door Arabische troepen te sturen om hem te ondersteunen. Met hun hulp slaagde de keizer erin een deel van zijn gebied terug te winnen.

Na afloop van deze oorlog vestigden de Arabische troepen zich in China en trouwden daar. Arnold merkt bovendien op dat Chinese keizerlijke verslagen uit de periode 713–742 wijzen op het bestaan van moslims in China, met name handelaren in de havensteden.

Het feit dat er al tijdens het kalifaat van Hazrat Uthman – een tijd waarin de meeste metgezellen van de Heilige Profeet nog leefden – direct persoonlijk contact was tussen moslims en Chinezen, en dat moslims daadwerkelijk naar China reisden, versterkt de mogelijkheid dat de Heilige Profeet Mohammed gezegd heeft: Zoek kennis, zelfs al is het in China.

Vertaald door: Reza Ghafoerkhan

Gepubliceerd door: IslamLab

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare