Hazrat Ameers Eid-oel-Adha boodschap (2026)

Beste broeders en zusters, As-salamoe alaikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh. Eid-oel-Adha Moebarak! Ik wil graag mijn Eid-wensen overbrengen aan de broeders en zusters van de Lahore Ahmaddiya-gemeenschap over de hele wereld. Dit Eid-feest wordt ook wel het “Offerfeest” genoemd, omdat het een herdenking is van het grote offer dat de profeet Ibrahim (vrede zij met […]

Beste broeders en zusters,

As-salamoe alaikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh.

Eid-oel-Adha Moebarak!

Ik wil graag mijn Eid-wensen overbrengen aan de broeders en zusters van de Lahore Ahmaddiya-gemeenschap over de hele wereld.

Dit Eid-feest wordt ook wel het “Offerfeest” genoemd, omdat het een herdenking is van het grote offer dat de profeet Ibrahim (vrede zij met hem) bracht. Het herinnert ons aan zijn bereidheid om het leven van zijn geliefde zoon Ismail (vrede zij met hem) te offeren in gehoorzaamheid aan Allah’s bevel. Hij werd tegengehouden voordat hij het offer daadwerkelijk kon uitvoeren, en zijn bereidheid om zich te onderwerpen werd door Allah aanvaard. Deze Eid herinnert ons aan de les die met deze gebeurtenis gepaard gaat en dient als vermaning dat wij, mocht de noodzaak zich voordoen, niet moeten aarzelen om elk offer te brengen dat nodig is op de weg van Allah.

De Arabische stam van het woord qurbani (offer) is qaf, ra, ba, wat ook ‘nabijheid tot Allah’ betekent. Deze nabijheid tot Allah kunnen we alleen bereiken door offers te brengen in onderwerping aan Allah’s wil. Zoals blijkt uit het bovenstaande vers uit hoofdstuk 22, Al-Hajj, is het niet het vlees of bloed van de dieren dat Allah bereikt, maar de onderliggende taqwa (rechtschapenheid of Godsbewustzijn) van degene die het offer brengt die door Allah wordt erkend.

Laten we deze Eid allemaal ons best doen om onze nafs al-ammara, het door het ego gedreven zelf, op te offeren. Zoals hazrat Mirza Ghulam Ahmad zei: wanneer we het mes langs de keel van het offerdier halen, moeten we ook vastbesloten zijn om de band met onze nafs al-ammara door te snijden. Laten we de verlangens en afleidingen van ons dierlijke zelf overwinnen en ons leven wijden aan de dienst van Allah. Al onze aanbidding en offers behoren Hem toe; in leven en in dood is ons lichaam immers een toevertrouwd goed van Allah, de Heer der Werelden. We moeten Hem beschouwen als de Enige die onze aanbidding waardig is, de Enige zonder deelgenoten. Laten we alle afgoden uit ons innerlijk bannen en ons hart zuiveren voor de gedachtenis aan Allah, zoals de Ka‘bah gezuiverd werd van alle afgoden. Zo kan Allah, Die niet door de hemelen en de aarde omvat kan worden, maar leeft in het hart van een ware gelovige, Zijn weg naar onze harten vinden en ons de staat van nafs al-mutma’inna schenken: de ziel die in rust is. Ik bid voor een staat van volmaakte spirituele vrede voor ons allen.

Amien, thoemma amien.

23 mei 2026

Professor Dr. Abdul Kareem Saeed

Ameer and President

Worldwide Lahore Ahmadiyya Movement