Het gebed maakt de sterken nederig en de zwakken sterk (Al-Furqān, 25-63-77)

Vrijdagspreek door Maulana Muhammad Ali, 23 november 1923 Ik getuig dat niemand het waard is gediend te worden behalve Allah, en ik getuig dat Mohammed de dienaar en boodschapper van Allah is. Hierna vraag ik Allah om bescherming tegen de vervloekte duivel. In de naam van Allah, de Weldadige, de Barmhartige. De dienaren van de […]

Vrijdagspreek door Maulana Muhammad Ali, 23 november 1923

Ik getuig dat niemand het waard is gediend te worden behalve Allah, en ik getuig dat Mohammed de dienaar en boodschapper van Allah is. Hierna vraag ik Allah om bescherming tegen de vervloekte duivel. In de naam van Allah, de Weldadige, de Barmhartige.

De dienaren van de Weldadige

Wie zijn de dienaren van de Weldadige die in deze verzen worden genoemd? Het Arabische woord furqān betekent: onderscheid maken tussen waarheid en onwaarheid. In dit hoofdstuk wordt ons verteld hoe het zuivere Woord van Allah, de Allerhoogste, de Heilige Koran, dat aan het hart van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) werd geopenbaard, onderscheid maakt tussen waarheid en onwaarheid. Hoe veranderde dit Woord de toestand van mensen die verstrikt waren geraakt in allerlei verkeerde geloofsopvattingen, gedachten en slechte daden? Het nam niet alleen al deze gebreken weg door het kwade door het goede te vervangen, maar leidde hen ook op het pad van rechtschapenheid. Het is niet zo dat “onderscheid” alleen betekent dat het verschil tussen waarheid en onwaarheid in enkele woorden wordt beschreven. Het zijn de daden van mensen die door de leer van de Heilige Koran zijn gevormd, die duidelijk moeten maken wat waar is en wat onwaar. Behalve in dit hoofdstuk, AL-Furqān, geeft de Heilige Koran ook twee andere hoofdstukken: Al-Mu’minūn en Al-Ma‘ārij,  de eigenschappen van de dienaren van de Weldadige.

Het leven van de edele Metgezellen weerspiegelt de leer van de Heilige Koran in de praktijk

Men moet in gedachten houden dat de Heilige Koran niets onderwijst wat niet in de praktijk kan worden gebracht. Het Evangelie leert bijvoorbeeld[1] dat wanneer men op de ene wang wordt geslagen, men ook de andere wang moet toekeren. Dit is een onpraktische vorm van leiding. Niemand is er in het verleden in geslaagd hiernaar te handelen, en niemand zal dat in de toekomst ook kunnen doen. Daarentegen kan alles wat in de Koran wordt vermeld in de praktijk worden gebracht. Deze eigenschappen van de gelovigen, of dienaren van de Weldadige, die in de Heilige Koran worden genoemd, zien we terug bij alle Metgezellen van de Heilige Profeet. Die kenmerken zijn in feite illustraties van het leven van deze nobele zielen.

Bij sommige moslims werd het oordeelsvermogen vertroebeld, zodat zij dit feit niet hebben begrepen. Daardoor begonnen zij kritiek te uiten op deze deugdzame groep. Deze houding is inderdaad betreurenswaardig, want zelfs een vijandige criticus van de islam erkent dat deze beschrijving van het karakter van de dienaren van de Weldadige niet uit de lucht gegrepen is.[2] Zij weerspiegelt het karakter van de mensen die Mohammed, de Boodschapper van Allah, gedurende zijn leven hebben bijgestaan. Toch noemt een groep moslims hen huichelaars en bekritiseert hen.

Deze verzen van hoofdstuk Al-Furqān dateren uit de late Mekkaanse periode. Tegen die tijd was er dus al een gemeenschap ontstaan die deze karaktereigenschappen bezat. Hoe klein hun aantal ook was, het goede dat zij inmiddels bezaten, stond in schril contrast met hun vroegere tekortkomingen vóór de islam. Zij hadden niet alleen hun slechte gewoonten opgegeven, maar zich ook vele goede eigenschappen eigen gemaakt.

We moeten voor ogen houden dat we in deze tijd alleen vooruitgang kunnen boeken door het voorbeeld van de edele Metgezellen van de Heilige Profeet te volgen. Wie een dienaar van de Weldadige wil worden, dient zich door hun voorbeeld te laten leiden.

Nederigheid

De eerste eigenschap van de Metgezellen wordt als volgt beschreven:

“Degenen die nederig op de aarde wandelen.” – 25:63

Dit wil niet alleen zeggen dat zij niet zelfingenomen of uitgelaten rondliepen. Het hoort natuurlijk bij goede manieren om niet trots of opschepperig over te komen. Met deze woorden wordt echter hun hele levenshouding bedoeld, waarin zij bij alles wat zij deden nederig waren. Nederigheid brengt allerlei goede eigenschappen in de mens naar boven, terwijl hoogmoed hem juist van alle vormen van goedheid berooft. Het allereerste wat een moslim zichzelf daarom moet voorhouden, is daarom dat hij altijd nederig moet zijn. Zijn wereldse en geestelijke vooruitgang hangt daarvan af. De overleveringen over de edele Metgezellen laten duidelijk zien hoe nederig zij waren. Zo zei Hazrat Abu Bakr bijvoorbeeld, toen hij tot eerste Kalief werd gekozen:

“O mensen, ik ben over jullie aangesteld, hoewel ik niet de beste onder jullie ben. Ik heb deze positie niet gekozen vanwege een sterk verlangen of wens van mij, en ik wil ook niet dat deze aan mij wordt gegeven in plaats van aan iemand anders. Als ik in het juiste doe, help mij dan. En als ik het verkeerde doe, corrigeer mij dan!”

Een persoon die zichzelf beter acht dan anderen, wordt uiteindelijk nutteloos en is niet meer in staat om vooruitgang te boeken. Het is het alleenrecht van Allah, de Allerhoogste, om te beoordelen wie de beste persoon is. Ook de eerbiedwaardige Umar heeft soortgelijke uitspraken gedaan. Door hun nederigheid beseften deze eerbiedwaardigen dat het ook voor hen moeilijk was om de geboden van Allah, de Allerhoogste, goed na te leven.

Een andere metgezel bracht dit onderwerp eens ter sprake bij Umar en zei: „O Umar, u hebt grote ontberingen doorstaan op de weg van Allah, de Allerhoogste, en u verwacht een grote beloning van Hem.” Umar antwoordde daarop: „Ik beschouw het als een groot welslagen als ik niet ter verantwoording word geroepen voor mijn fouten.”

Helaas heeft een onrechtvaardige groep dit soort uitspraken bestempeld als wandaden van zulke grote persoonlijkheden.

Nederigheid zou de eerste en voornaamste eigenschap moeten zijn die een moslim bezit. Dit betekent echter niet dat men voor alles, goed of slecht, het hoofd moet buigen. In principiële kwesties is het juist van essentieel belang om standvastig te blijven. Het innemen van een principieel standpunt vormt daarom een noodzakelijk onderdeel van ware nederigheid. De waarheid spreken is geen teken van hoogmoed. Daarom moet men zich allereerst nederigheid eigen maken, zowel in houding als in gedrag. Een arrogant persoon wil altijd zijn recht opeisen, maar is niet graag bereid anderen te geven wat hun toekomt. Zo waren de omstandigheden in Arabië bij de komst van de Heilige Profeet. De islam bracht daarin echter een volledige ommekeer teweeg en maakte de mensen eenvoudig en nederig in hun omgang met elkaar.

De aanbidding van God

De tweede eigenschap van de gelovigen wordt als volgt omschreven:

“Degenen die de nacht doorbrengen zich voor hun Heer ter aarde werpende en staande.” – 25:64

Hieruit blijkt wat de bron van hun nederigheid was: aanbidding vormde de basis van hun nederigheid. Wat is aanbidding? De Heilige Koran stelt dat zij degenen zijn die hun nachten doorbrengen terwijl zij zich voor hun Heer ter aarde werpen en staan. Hier wordt het gebed in de nacht genoemd in plaats van het gebed overdag. Wie het comfort van de nacht opoffert om te bidden, zal overdag meer aandacht besteden aan zijn verplichte gebeden. Zulke mensen vervullen niet alleen hun plichten overdag, maar brengen de nacht ook door met smeekbeden.

Wat houdt bidden in?

Mensen vinden het vaak moeilijk om te begrijpen wat werkelijk de bedoeling is van bidden. Hoe meer men hierover nadenkt, des te duidelijker het wordt dat menselijke vooruitgang nauw verbonden is met bidden. Er is onder de moslims nog nooit iemand geweest die vooruitgang heeft geboekt zonder de gewoonte te ontwikkelen om ’s nachts op te staan en in gebed smeekbeden tot zijn Heer te verrichten. Toch voelen mensen zich vandaag de dag aangetrokken tot zaken van weinig belang. Het meest aantrekkelijke van alles wat een mens kan doen, namelijk bidden, oefent echter nauwelijks aantrekkingskracht op hen uit. De reden hiervoor is dat het hart niet betrokken is bij hun smeekbeden. Het hart is zich niet bewust van de betekenis van de lichaamshoudingen die men tijdens het gebed aanneemt. Zo gauw men hiervan een juist begrip verkrijgt, volgt ook het hart het hoofd harmonieus zodra het zich voor God buigt.

Mensen verspillen hun tijd aan onbelangrijke bezigheden en kunnen geen tijd vinden om te bidden. Wat is er mis mee als we onze tijd indelen volgens de voorschriften van de Koran? Ik ken niemand die vierentwintig uur per dag aan het werk is. Mensen nemen de tijd om te slapen of te rusten, te converseren enzovoort. Waarom zou er dan niet enige tijd aan het gebed worden gewijd? In de zomer is er misschien een excuus, omdat de nachten korter zijn. Maar wat kan het voor kwaad als we in de winter wat tijd vrijmaken om ’s nachts een keer op te staan en te bidden? Als we zouden ophouden met het nadoen van de gewoonten in bepaalde Europese landen en in plaats daarvan onze late avonden niet zouden doorbrengen met nutteloos gepraat, zouden we rond 22.00 uur meteen naar bed kunnen gaan. Zo kunnen we om vijf uur ’s ochtends opstaan, na zeven uur slaap geslapen te hebben, wat goed is voor de gezondheid. Sta dus iets eerder op, vóór de oproep tot het gebed, en volg het pad van degenen “die de nacht doorbrengen zich voor hun Heer ter aarde werpende en staande.” Misschien acht Allah, de Allerhoogste, een inspanning als deze voldoende onder de omstandigheden waarin wij leven.

Er was een tijd dat de Metgezellen van de Heilige Profeet de dag doorbrachten met het volbrengen van zware taken en het bestrijden van vijanden. Dat weerhield hen er echter niet van om ’s nachts op te staan en zich in gebed voor hun Heer ter aarde te werpen. Het Romeinse Rijk viel uiteen als gevolg van de offers die zij brachten. Ondanks hun overwicht in manschappen en wapens slaagden de Romeinen er niet in terrein te winnen. Er werd een vergadering van Romeinse legeraanvoerders bijeengeroepen, waar hun de vraag werd gesteld waarom de Arabieren in staat waren hun veel sterkere troepen te verslaan. Iemand antwoordde: „Dat komt omdat zij overdag strijden en de nacht doorbrengen met aanbidding.” Terwijl de Metgezellen overdag enorme fysieke inspanningen leverden, vonden zij ook de tijd om ’s nachts op te staan en hun Heer te aanbidden.

Het gebed is een bron van kracht

Het is belangrijk om de vijf dagelijkse verplichte gebeden in acht te nemen en ’s nachts tijd vrij te maken voor vrijwillige gebeden. De Heilige Koran leert dat het gebed nederigheid teweegbrengt. In de tijd waarin wij nu leven, is het voor moslims van groot belang om sterk te zijn. Het gebed brengt niet alleen nederigheid teweeg in het karakter van de biddende, maar schenkt hem ook kracht. Het maakt hem nederig op momenten dat hij macht in handen heeft en geeft hem kracht op momenten dat hij zich in een zwakke positie bevindt. Het is een bron van beide deugden.

De band die je met Allah, de Allerhoogste, ontwikkelt is een bron van grote kracht en geweldige invloed. Het gebed is een onuitputtelijke bron van kracht. De harten van de Metgezellen werden door het gebed gesterkt in tijden van tegenspoed en tegenover overweldigende vijandelijke troepen. Je kunt nog zoveel moeite doen als je maar wilt, maar het ligt buiten je macht om alle middelen voor succes naar je toe te trekken. Echte kracht verkrijg je alleen door gebed.

De gemeenschappelijke gebeden

Het is overduidelijk hoe belangrijk de verplichte en de gemeenschappelijke gebeden zijn. Het doet mij verdriet dat mensen smoesjes verzinnen om niet aan de gemeenschappelijke gebeden deel te nemen, terwijl zij op korte afstand van de moskee wonen. De Heilige Profeet toonde zijn ongenoegen over degenen die zonder geldige reden bij het gemeenschappelijke gebed wegbleven om aan andere activiteiten deel te nemen. Abu Hurairah verhaalde dat de Boodschapper van Allah, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, zei:

„Bij Hem in Wiens hand mijn ziel is, ik stond op het punt bevel te geven brandhout te verzamelen, vervolgens iemand op te dragen de oproep tot het gebed uit te spreken en daarna iemand aan te wijzen om het gebed te leiden. Vervolgens zou ik naar de huizen gaan van de mannen die niet bij het verplichte gemeenschappelijke gebed verschenen en hun huizen boven hen in brand steken.” (Bukhari, Kitab al-Adhan, hadith nr. 644)

Het ware genot van het gebed ontstaat wanneer men samen in de gemeenschap bidt. Het doet er niet toe of de beloning zevenentwintig of zeventig keer zo groot is. De voortreffelijkheid van de mens ligt in zijn onderwerping aan de geboden van Allah, de Allerhoogste. Niemand kan verhevenheid bereiken door zichzelf of anderen te prijzen. Degene die voor Allah, de Allerhoogste, verheven is, is hij die zich aan Hem onderwerpt.

Vertaal door Reza Ghafoerkhan
Gepubliceerd door IslamLab


[1] Mattheüs 5:39

[2] Sir William Muir schrijft in zijn boek The Caliphate, Its Decline and Fall het volgende over de eerbiedwaardige Abu Bakr:

„Voor hem was het geloof in de Profeet een tweede natuur geworden en nu zijn meester er niet meer was, leefde de volgeling alleen nog maar om diens wil te vervullen. Juist dit versterkte zijn van nature zachtaardige en meegaande karakter en maakte Abu Bakr, van alle volgelingen van Mohammed, de trouwste, standvastigste en meest vastberaden.” (p. 7)

„De vraag die hij zich altijd stelde, was: wat heeft Mohammed bevolen, of wat zou hij nu hebben gedaan? Hiervan week hij nooit ook maar een haarbreedte af.”