De vijf zuilen van de islam

Islam betekent vrede. Het heeft nog twee andere betekenissen:(1) De weg naar vrede; dat wil zeggen, de manier om vrede te waarborgen.(2) Onderwerping aan de wil van de ander. In religieuze zin betekent dit woord onderwerping aan Gods wil. Zo geeft het woord islam zelf, via zijn verschillende nuances van betekenis, niet alleen het doel […]

Islam betekent vrede. Het heeft nog twee andere betekenissen:
(1) De weg naar vrede; dat wil zeggen, de manier om vrede te waarborgen.
(2) Onderwerping aan de wil van de ander. In religieuze zin betekent dit woord onderwerping aan Gods wil.

Zo geeft het woord islam zelf, via zijn verschillende nuances van betekenis, niet alleen het doel van religie weer, maar wijst het ook de manier aan waarop wij dit doel kunnen bereiken.

Vrede tussen twee partijen ligt in de onderwerping van de een aan de ander. Problemen ontstaan door onenigheid, en de beste overeenstemming tussen beide partijen ontstaat wanneer de een zich neerlegt bij of zich onderwerpt aan de wil van de ander. Islam betekent daarom volledige onderwerping aan Gods wil, wat impliciet inhoudt overgave aan Zijn controle. Ten tweede betekent het een systeem van handelwijzen en wetten die een moslim moet volgen, zodat hij zijn berusting in die wil van God tot uitdrukking brengt.

Dit zou onze geloofsovertuiging moeten zijn die wij in ons dagelijks leven zouden moeten praktiseren. Vrede wordt een gevestigde realiteit als we alleen volgens die overtuiging zouden kunnen handelen. Het is een betrouwbare pijler voor het bouwen van vrede. En als de islam La ilaha illallah muhammad-ur-rasulullah – er is geen ander onderwerp van aanbidding dan Eén, Allah, en Mohammed is Zijn Boodschapper – vaststelt als de eerste pijler van het geloof, dan is er niets beters.

Deze geloofsverklaring drukt de bevestiging van Allah en de ontkenning van alles naast Hem uit. Bevestiging van Allah betekent bevestiging van Zijn wet. Deze wet werd aan de mensheid geopenbaard door Mohammed als de boodschapper van Allah, in een tijd dat Zijn vroegere boodschappen of verdwenen waren of vermengd waren geraakt met menselijke inbreng. Vandaar het tweede deel van de geloofsverklaring. En wie kan de waarheid van deze geloofsverklaring ontkennen? Als ‘Degene die wordt gehoorzaamd’ ook een betekenis is van het woord ilah (God), wie valt dan buiten Zijn heerschappij en wie kan ongehoorzaam aan Hem zijn?

Onze verklaring van ons geloof in de islam is een verklaring van onze gehoorzaamheid aan de wetten van Allah. Kunnen wij het ons hier zonder stellen? Lukt het ons een goede gezondheid te behouden als we niet strikt de hygiëneregels – die vallen onder Zijn wetten – naleven? Kunnen we leven zonder te ademen, te drinken en te eten? Kunnen we iets doen zonder ons strikt te houden aan de voorgeschreven manieren en voorschriften? Kunnen we vechten tegen de krachten van de natuur en haar wetten overtreden? Kunnen we de voorgeschreven toemeting van goed en kwaad in alles negeren zonder onszelf ernstige schade toe te brengen? La ilaha illallah is de wet en orde van het universum.

Onze bevestiging van deze geloofsverklaring, via onze handelingen, houdt impliciet onze trouw in aan alle wetten die bevorderlijk zijn voor het voortbestaan en welzijn van ons leven, respect voor de krachten van de natuur en het leiden van een bestaan zij aan zij met alle schepselen van onze Heer. Met andere woorden, onze wil ondergeschikt maken aan Zijn wil en aan geen enkele andere autoriteit. Dit is islam, dit is La ilaha illallah wanneer het in praktijk wordt gebracht. Wie kan, zeg ik nogmaals, deze waarheid ontkennen? Ieder mens, ongeacht zijn overtuiging, zelfs een atheïst, nee zelfs zoals de Heilige Koran zegt, elk ding in de hemelen en op aarde, vrijwillig of onvrijwillig, onderschrijft de islamitische geloofsverklaring en is in die zin een moslim.

“Zoeken zij dan een andere dan Allah’s religie? En aan Hem onderwerpt zich wat er dan ook in de hemelen en op aarde is, vrijwillig of onvrijwillig, en tot Hem zullen zij worden teruggebracht.” (Koran 3:83)

De andere vier zuilen van de islam zijn gebed, vasten, liefdadigheid en bedevaart. Dit zijn de verschillende religieuze oefeningen en handelingen waarmee we de bovengenoemde bevestiging en ontkenning in praktijk brengen.

Het moslimgebed bestaat uit twee zaken: meditatie en smeekgebed. Bij het eerste mediteren we over God en Zijn wetten door middel van de verschillende eigenschappen van Hem die we in ons gebed opzeggen. We worden herinnerd aan de manier waarop Hij handelt en proberen onszelf daarmee in overeenstemming te brengen. Ten tweede bidden we om licht te mogen ontvangen op ons gedrag. Het hele proces van gebed is dus bedoeld om God constant voor onze ogen te houden.

Jezus sprak correct toen hij zei dat we van het Woord van God moeten leven en niet alleen van brood. Leven van het Woord van God betekent elke minuut van de dag aan God denken. De Profeet van de islam gaf ons daarom dit hoogst belangrijke stukje leiding, toen hij ons beval onze gebeden vijf keer per dag te zeggen: ’s morgens vroeg wanneer we uit bed stappen, voordat we aan ons werk beginnen, zodat we Hem in onze gedachten plaatsen en Hem als onze Gids hebben bij al onze volgende activiteiten van de dag. Als een halve werkdag voorbij is, moeten we ons lichaam aanvullen met eten en drinken voor de volgende werkzaamheden. En als we de innerlijke mens moeten versterken, moeten we ook de ziel helpen door opnieuw voor onze Heer te komen om tot Hem te bidden om ons gedrag te vormen. Dit is het middaggebed. Dan komen de namiddag- en zonsondergangsgebeden. En het laatste is het avondgebed wanneer we ons terugtrekken van onze wereldlijke activiteiten om te rusten.

Gebed vormt de tweede zuil van de islam. De andere drie zuilen zijn bedoeld om de kracht in onszelf te creëren die ons in staat stelt ons te distantiëren van alles wat tegen de wegen van onze Heer ingaat. Daarom heeft de islam, de religie van vrede, vijf zuilen ingesteld met het doel om te bouwen aan die vrede. De eerste zuil is het uitspreken van de geloofsverklaring, die, zoals eerder gezegd, bestaat uit de bevestiging van God en de ontkenning van alle zaken buiten Hem. Gebed, de tweede zuil, heeft betrekking op het eerste deel, terwijl de drie overige zuilen verband houden met de ontkenning van alle zaken buiten God.

Deze vijf principes dragen op de meest effectieve manier bij aan het vestigen en handhaven van vrede. De verschillende religieuze systemen van de wereld hebben verschillende regels opgesteld om het bovenstaande doel te bereiken. Maar de religie die door Mohammed (vrede zij met hem) is onderwezen, vindt haar roem in het feit dat zij de menselijke rede aanwijst als de toets van haar nut. Het volgende klinkt erg indrukwekkend en fascinerend: “Zalig zijn de vredestichters” (Mattheüs 5:9). Maar dat te zeggen is één ding, en het plannen en arrangeren van de wegen en middelen waardoor vrede en broederschap de praktische regel van het menselijk leven kunnen worden, is iets heel anders. De islam geeft het nodige gewicht aan de menselijke natuur wanneer zij probeert die moeilijkheden op te lossen die de groei van een bruikbaar systeem in de wereld belemmeren. Zo moeten we, als we vrede willen waarborgen, in de eerste plaats nadenken over de omstandigheden die dit te gronde richten. Oorlogen, rivaliteit tussen individuen of groepen en misdaden staan slechts gelijk aan wanorde en gebrek aan vrede.

Het probleem van ‘mijn en dijn’

Al deze problemen ontstaan door één gemeenschappelijke bron, de enige eeuwige oorzaak, en dat is dat mensen zeggen: ‘dit is van jou en dit is van mij’. De verschillende stadia in het leven van een gezin zouden mijn punt heel passend kunnen illustreren. Er is een tijd dat allen in een gezin verschillende delen vormen van één lichaam (het gezin). De ouders voorzien in al hun behoeften, en de genegenheid die ze voor elkaar hebben vormt de gemeenschappelijke band die hen tot één geheel verenigt. Maar de solidariteit van dit geheel begint te wankelen wanneer het verlangen naar ‘mijn en dijn’, hoe zwak dan ook, zijn intrede begint te doen in hun kleine daden en woorden. Dit zorgt ervoor dat de banden beginnen te verbreken, niet alleen in één gezin, maar ook op groter sociaal vlak, zoals bijvoorbeeld een bevolking of een gemeenschap. Of zelfs het nog grotere prototype ervan, de hele mensheid. De oorlogen van de ene natie tegen de andere vertegenwoordigen slechts op zeer grote schaal de kleinzielige afgunst van een gezinslid tegenover een ander. Deze zelfde oorzaak van ‘mijn en dijn’ is hier overal voor verantwoordelijk.

Net zo zien we dat deze gedachte van ‘mijn en dijn’ de belangrijkste drijfveer is bij alle civiele misdrijven. We willen het bezit van de ander via dubieuze middelen tot het onze maken, en dit leidt tot misdrijven. Verduistering, diefstal en fraude zijn slechts verschillende vormen van de oneerlijke middelen die we gebruiken om ‘het dijn’ op een verkeerde manier in ‘het mijn’ om te zetten. Laten we onze blik verruimen en de gedragswijze van een hele natie in dit licht in ogenschouw nemen. We komen er dan achter dat het werkelijke doel van alle oorlogen en internationale rivaliteit ligt in de drijfveer van de roofzucht van de een om van de ander een aantrekkelijke buit te bemachtigen, bijvoorbeeld een groot stuk ongerept gebied, een belang of iets dergelijks. Hoe onbeduidend dit aantrekkelijke voorwerp ook moge zijn, de verwoesting en het bloedvergieten die hieruit voortvloeien zijn vaak weerzinwekkend.

Daarom zou de eerste zorg van een systeem dat gericht is op het vestigen van vrede in de wereld moeten zijn om zeer serieus te proberen dit probleem van ‘mijn en dijn’ op te lossen. Want daar waar we zien dat deze drijfveer van ‘mijn en dijn’ in zijn abnormale aspecten aanleiding geeft tot conflicten en oorlogen, zien we ook dat het een bron is van al onze goede activiteiten. Het is zowel een zegen als een vloek. En de manier waarop het alleen een zegen kan zijn, en nooit een vloek, ligt binnen de verantwoordelijkheid van de religie van God om te ontdekken en uiteen te zetten.

Deze drijfveer van ‘mijn en dijn’ is niet helemaal zonder merites. Het creëert in werkelijkheid dat instinct dat mensen actief maakt in de hoop dat hun activiteiten iets opleveren. Als er een wet zou zijn waardoor het loon van de arbeid van John ten goede zou komen aan James, dan zou onze beschaving snel ten einde komen. Daarom zal elke poging om de persoonlijke drijfveer van ‘mijn en dijn’ volledig uit te bannen tot mislukken gedoemd zijn. Degenen die dit hebben geprobeerd, zijn jammerlijk gefaald in hun pogingen. Ze ontnemen de mens juist de stimulans tot actie.

Dit komen we ook tegen bij Jezus Christus. Hij was een ware profeet van God. Hij geloofde en probeerde te prediken dat al het bloedvergieten in de wereld volledig te wijten was aan het heersende denkbeeld van ‘mijn en dijn’. Maar hij slaagde niet in zijn missie. Het moreel verval in zijn tijdperk was misschien te groot om zijn boodschap in goede aarde te laten vallen. Hij werd door zijn eigen mensen als een oproerkraaier beschouwd en als een schender van de status quo.

Eerlijk gezegd, als we datgene wat we in het Nieuwe Testament lezen als een echt relaas over Jezus beschouwen, dan kunnen wij zijn landgenoten niet al te veel de schuld geven als zij niet de mogelijkheden hadden om de visionaire kijk van de dromer te onderschrijven. Afgezien van anderen, zullen degenen die de zorg van de kudde op zich hebben genomen naar het onderstaande handelen?

“En Hij zeide tot hen: Neemt niets mede tot den weg, noch staven, noch male, noch brood, noch geld; noch iemand van u zal twee rokken hebben. En in wat huis gij ook zult ingaan, blijft aldaar, en gaat van daar uit. En zo wie u niet zullen ontvangen, uitgaande van die stad, schudt ook het stof af van uw voeten, tot een getuigenis tegen hen.” (Lukas 9:3-5)

De eerste behoefte van de wereld is niet een ideaal in zijn abstracte vorm, maar eerder het vastleggen van dusdanige praktische regels en richtlijnen – een levenswijze, een discipline die ons in staat stelt om abstracte ideeën in termen van daadwerkelijkheden te lezen. Het werk van een hervormer of prediker zou niet moeten eindigen bij ‘zalig zijn de vredestichters’, maar zou zich moeten ontwikkelen naar het niveau van praktische zaken en opstijgen naar het niveau van daadwerkelijkheden. Het moet scherp bepalen hoe deze vrede moet worden gevestigd en hoe een vredemakende gedachtevorming moet worden gecreëerd.

Het echte socialisme in de islam

Als deze hoogst persoonlijke drijfveer van ‘mijn en dijn’ binnen aanvaardbare grenzen mag werken en er regels mogen worden ingesteld voor een praktische uitvoering daarvan, dan is het wenselijk dat er praktische manieren worden bedacht die de activiteiten in het leven van de mens reguleren. In plaats van nivellering van het bezit van individuen op een geforceerde manier tot stand te brengen, zou het veel beter zijn hen te inspireren met de geest van naastenliefde en zelfopoffering. Als men de mensen de vruchten van hun eerlijke arbeid ontneemt, is dit niet alleen onnatuurlijk en belachelijk, maar brengt het ook de drijvende energie en het wiel van beschaving tot stilstand. De wereld zou ook welvarender en vredelievender zijn als iedereen ten volle de vruchten van zijn werk zou kunnen plukken, gekoppeld aan een sterk plichtsgevoel om vrijwillig afstand te doen van zijn verdiensten ter verlichting van andermans nood en leed. Dit zal de schaduwkant van de gedachte van ‘mijn en dijn’ zuiveren tot een zegen.

Dit was het grote probleem, en de laatste van de profeten kwam om het op te lossen. Hij schreef door middel van deze vijf zuilen van de islam een levenswijze voor, zonder het instinct van ‘mijn en dijn’ in zijn geheel in het menselijk bewustzijn uit te schakelen, en daarmee ook de kwade gevolgen ervan.

Niets mag ons ervan weerhouden om alles op te geven ter wille van en om de goedgunstigheid van ons onderwerp van aanbidding te winnen. De islam identificeert dat onderwerp als Allah en verwacht van zijn volgelingen dat zij niet karig zijn met wat zij bezitten om de goedgunstigheid te winnen van Degene die de beste, de heiligste en in elk opzicht het meest geschikt is om het onderwerp te zijn van alle vormen van ware menselijke toewijding. “In geen geval zult u rechtschapenheid bereiken totdat u (in welwillende generositeit) uitgeeft van wat u hebt,” zo zegt de Heilige Koran (3:92).

Laat mij u nu een paar van die zaken noemen waar we van houden. Wanneer wij ernaar streven die zaken te verkrijgen, dan wordt deze leidende drijfveer van ‘mijn en dijn’ een bron van ellende in plaats van geluk voor de mensen en zet zij aan tot grenzeloos kwaad en schade. Zoals we allemaal weten, is geld het belangrijkste ruilmiddel voor alles in de wereld, en je komt eraan door je tijd op de best mogelijke manier te besteden. Tijd op zich betekent geld. We hebben tijd nodig om al onze belangrijke doelen te bereiken. We zouden geen van onze grote nationale triomfen gerealiseerd kunnen hebben als we onze tijd niet ruim daaraan hadden besteed. Na tijd volgen de middelen die onze lichamelijke honger stillen: de voorzieningen die ons in leven houden en zorgen voor onze vitaliteit. Hierna volgen onze fysieke behoeften op het gebied van kleding.

De volgende in de rij is onze behoefte aan een huwelijksleven. Wij zijn dieren — zij het rationele — en onze natuurlijke toestand van bestaan vereist, nadat we volwassen zijn geworden, dat we onze menselijke instincten bevredigen, die ons ertoe aanzetten om in een huwelijk de beste vorm van een gelukkig en tevreden leven te vinden. En hieruit volgt vanzelf dat we ook de behoefte hebben om aan middelen te komen om onze kinderen een geslaagde opvoeding te geven en om hen te voorzien in alles wat nodig is voor hun toekomstige geluk in het leven. Het laatste belangrijke onderwerp van onze gehechtheid en toewijding is ons eigen volk en het land waartoe we behoren.

Al deze zaken zetten, in meer of mindere mate, rechtstreeks onze activiteiten in het leven in beweging en worden hetzij nuttig, hetzij schadelijk voor onze medemens, afhankelijk van de mate waarin en met welk belang zij worden gediend. De liefde voor ons land bijvoorbeeld, wat we patriottisme noemen, is altijd de oorzaak geweest van enorm veel bloedvergieten en verwoesting wanneer die buiten de grenzen van het recht op zelfbeschikking begon te gaan. Laten we hieruit niet concluderen dat liefde voor je bezittingen, je vrouw en kinderen en voor je land niets dan slecht is. Integendeel, de mens is een sociaal wezen en is voor zijn georganiseerde en op vooruitgang gerichte bestaan afhankelijk van deze essentiële bronnen van zijn activiteiten. Het nadeel zit hem erin dat hij zo gehecht raakt aan deze verschillende verlangens dat hij de rechten van anderen onder zijn voeten vertrapt.

Een religie die een rijke confronteert met de onoverkomelijke moeilijkheid om een kameel door het oog van een naald te laten gaan voordat hij het koninkrijk der hemelen kan binnengaan (Mattheüs 19:24), bezit geen aantrekkelijkheid voor de mensen. Het zou een lethargische toestand veroorzaken zoals in de middeleeuwen.

We hebben een religie van God nodig die een gulden middenweg kan creëren en ons kan redden van het gaan tot uitersten, wat rampzalig kan zijn. Religie zonder oplossing is een mythe en fabel en daar hebben de mensen niets aan. Slechts geloven dat er bepaalde gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis hebben plaatsgevonden is een vorm van voorwerpaanbidding. Een ware religie zou in ons een geestdrift moeten scheppen die ons aan de ene kant ertoe aanzet om continu actief te zijn in het vergaren van geld en bezittingen, maar ons aan de andere kant ook bereidwillig maakt om daarvan afstand te doen om anderen gelukkig te maken. Het zou in ons een geest van zelfopoffering moeten creëren, waardoor het in onze ogen verdienstelijk wordt om onze inkomsten ten behoeve van anderen te besteden.

De mens is een aanbiddend wezen. Hij heeft altijd datgene aanbeden wat hij niet kan zien en is altijd bereid geweest alles op te geven wat hem dierbaar is om zijn godheid te behagen. De islam heeft daarom aan de ene kant een manier van discipline voorgeschreven waarmee een moslim leert zijn tijd, zijn geld en goed, zijn eten en drinken, zijn gezin en land op de weg van God op te geven. En aan de andere kant doordringt de religie van God haar aanhangers van het feit dat de zaak van Allah niets anders is dan de zaak van de mensheid.

Gebed

In de eerste plaats beveelt de islam mij om al mijn wereldse bezigheden op te geven, hoezeer deze mij ook opslorpen, op het moment dat ik mijn toewijding en mijn plicht aan mijn Heer moet vervullen. Ik krijg de opdracht om ’s morgens heel vroeg op te staan en, nadat ik mij op de juiste manier gewassen heb, in de heilige aanwezigheid van mijn Schepper te staan. Het wordt mij bevolen om dit ritueel vijf keer per dag te herhalen, zodat het mij er voortdurend aan herinnert dat ik mijn tijd moet besteden aan het belang van anderen in plaats van aan mijzelf. Als deze godvruchtige, onbaatzuchtige en vrome activiteit, zo vaak per dag uitgevoerd, de normale gang van zaken in mijn leven wordt, dan zou het voor mij niet moeilijk zijn om mijn tijd te besteden aan het helpen van het geluk van anderen ten koste van mijn eigen bezigheden.

Vasten

In werkelijkheid heeft de islam, door zijn rationele leerstellingen, zijn volgelingen ertoe gebracht niet alleen datgene op te geven wat niet rechtmatig van hen is, maar zelfs afstand te doen van datgene wat hun wel rechtmatig toebehoort, in de hoop dat het ten goede komt aan het welzijn en het geluk van anderen. Voor iemand die, geïnspireerd door de islam, gewend is geraakt om zijn verbondenheid met zijn wereldlijke bezigheden en bezittingen op deze manier te zien, is het nooit moeilijk om een geest van totale zelfopoffering aan de dag te leggen voor de zaak van zijn Heer. Want het wordt geheel onmogelijk voor de mens om op een onwettige manier datgene te verkrijgen wat hij graag zou willen opgeven voor zijn dienstbaarheid aan anderen, terwijl hij dat uitgeeft volgens zijn eigen inzichten van rechtvaardigheid en billijkheid. Dit is de manier waarop de islam in dit opzicht voldoet en voorziet in leiding.

Het is zeker toegestaan dat iemand eet en drinkt naar gelang zijn middelen. Als we zien dat hij deze zelfde hoeveelheid eten en drinken voor een tijd opgeeft, niet omdat hij ergens bang voor is, maar uit liefde voor God, dan is het zeker moeilijk voor hem om zich daaraan over te geven, zelfs onder normale omstandigheden. Evenzo heeft iemand het volste recht om te genieten van het gezelschap van en het samenzijn met zijn vrouw. Maar wanneer hij dit gedurende de maand Ramadan voor een deel van de dag opgeeft, zonder enige dwang, ontwikkelt hij zijn karakter zodanig dat hij, zelfs wanneer hij niet in de vastenperiode zit, geen blik op een andere vrouw kan werpen.

Bidden en vasten zijn daarom de eerste treden op de ladder waarlangs een echte gelovige hoger en hoger opklimt. Kijk eens naar negentig procent van de misdaden die een schaduw werpen over onze samenleving, en u zult zeker een remedie voor dit alles vinden in de eenvoudige woorden die de Heilige Profeet Mohammad sprak toen hij zei: “Als de mensen verantwoordelijk zouden zijn voor het juiste gebruik van wat er tussen hun lippen en voeten ligt, dan ben ik verantwoordelijk voor hun toegang tot het paradijs.” De islam geeft hiervoor de remedie via het vasten. Dit is niet slechts bedoeld om het lichaam te kwellen, maar om de gewoonte aan te leren dat wij ons de plezierige zaken die niet van ons zijn ontzeggen, doordat wij ons, uit liefde voor God, datgene ontzeggen wat wel van ons is.

Armenbelasting

Van elke moslim wordt verwacht dat hij één keer per jaar de balans opmaakt van zijn spaargeld en 2,5 procent hiervan als aalmoezen uitgeeft. Liefdadigheid neemt in de islam twee verschillende vormen aan. De ene soort is vrijwillig en de andere verplicht. De tweede wordt zakaat genoemd, waarvan de betaler zelf niet kan bepalen hoe hij die uitgeeft. De zakaat moet onder toezicht van een commissie in een fonds worden gestort, dat voor acht verschillende doeleinden wordt gebruikt, zoals dit in de Koran op deze wijze is vastgelegd:

“(Zakaat) liefdadigheid is er slechts voor de armen en de behoeftigen, en voor degenen aangesteld om het uit te delen, en degenen van wie de harten (tot de waarheid) worden geneigd, en voor (het bevrijden van) gevangenen, en voor degenen die een schuld hebben, en op de weg van Allah en voor de reiziger – een bevel van Allah. En Allah is Wetend, Wijs.” (9:60)

De uitdrukking ‘op de weg van Allah’, wat de vertaling is van de uitdrukking fi sabilillah in het vers, wijst op de verspreiding van de islam en zijn waarheden onder niet-moslims. Evenzo wijst de vierde categorie in de uitbetaling van zakaat op een ander aspect van de verspreiding van de islam. ‘Degenen van wie de harten (tot de waarheid) worden geneigd’ zijn degenen die tot de islam zijn bekeerd. Hun bekering tot het geloof maakt hen tot onderwerp van vervolgingen en ontneemt hun soms het gemak waaraan zij gewend zijn. Een deel van de zakaat moet besteed worden om de belangen en het welzijn van deze nieuwe leden van de moslimbroederschap veilig te stellen.

Dit vers legt dus duidelijk de plicht op aan elke moslim om een kwart van zijn zakaat te wijden aan de verspreiding van de islam. Afgezien van zakaat kunnen we vrijwillige liefdadigheid niet vast omschrijven. In de woorden van de Heilige Profeet: “Van het toewerpen van een glimlach aan iemand in nood tot het uitgeven van alles wat je dierbaar is voor de zaak van de medemens is (vrijwillige) liefdadigheid.”

De verstrekking van ouderdomsuitkeringen, kerkelijke steun en andere soortgelijke maatregelen om behoeftige leden van een samenleving te ondersteunen in armoede, zijn niets anders dan kopieën van de islamitische regels van armoedebestrijding. Het was alleen de islam, vóór alle andere religies van de wereld, die het geven van aalmoezen systematiseerde en naastenliefde het prestige en de vorm van een instituut gaf. Toen hem werd gevraagd wat het uiteindelijke doel van zakaat was, antwoordde de Heilige Profeet Mohammad dat het een middel was waardoor de rijken iets van hun rijkdom konden geven om behoeftigen te helpen. Daarom leert een moslim door gebed, vasten en armenbelasting afstand te doen van alles wat hem rechtmatig toebehoort, om anderen te helpen en te steunen.. In dit opzicht is de islam inderdaad een prachtig religieus systeem.

Bedevaart

Ik heb er hierboven op gewezen dat een buitensporige gehechtheid van de mens aan zijn wereldse bezittingen, zijn relaties en andere zaken altijd een vruchtbare bron is geweest van allerlei soorten wanorde in de wereld. Om deze misstanden het hoofd te kunnen bieden, is de geloofspraktijk van de bedevaart ingesteld. Op grond hiervan moet een moslim één keer in zijn leven een reis naar Mekka ondernemen. Hij leert, door alle ontberingen van zo’n lange en zware reis te ondergaan, hoe het is om het gezelschap van degenen die hem dierbaar en nabij zijn te missen. Op enige afstand van de heilige tempel van hun Heer moeten alle pelgrims afstand doen van hun gewone kleding en een tenue aantrekken dat voor iedereen hetzelfde is. De ene lap stof bedekt het bovenlichaam en het andere de benen. En wat de status van de gelovige ook is, de uniformiteit van de kleding maakt hen allemaal één en gelijk.

Het bekrompen patriottisme van onze tijd verliest enkele van zijn ergere aspecten, en onze gevoelens van liefde voor ons land worden verzacht en gereguleerd. “O Heer, laat de harten van sommige mensen naar hen (mensen van Mekka) verlangen en voorzie hen van vruchten,” waren de woorden van de heilige aartsvader Abraham, zoals we lezen in de Heilige Koran (14:37), die Mekka als het verzamelpunt van de volkeren wilde zien. De vallei die het minst productief is in vruchten, voedt zijn kinderen met de vruchten van de wereld. En waar is er een moslimhart, al is het in Californië of Brazilië, in Australië of Japan, dat niet verlangt naar het heiligdom in Mekka? Wat een prachtig inzicht is dit voor een sceptische geest om over na te denken!

In 1914 zag ik volkeren uit alle uithoeken van de wereld samenscholen naar de moeder der steden, zoals Mekka sinds onheuglijke tijden treffend wordt aangeduid. Het was de negende dag van Zul-Hijja, de laatste maand van het islamitische jaar. Er waren mensen gekomen uit China, de Filippijnen, Maleisië, Birma, India, Afghanistan, Baluchistan, Iran, Turkestan, Mesopotamië, Rusland, Syrië, Egypte, Turkije, Abessinië, alle delen van Afrika, West-Indië en zelfs drie uit Engeland, ikzelf en twee vrienden. Wij verlieten Mekka om naar het dorp Mina te gaan, een plaats tien kilometer van Mekka, waar volgens de tradities Abraham Ismaël naartoe bracht om te worden geofferd ter wille van God. We brachten daar de nacht door. En na ons ochtendgebed te hebben verricht, vertrokken we naar de hoge vlakte die Arafat heet – de plaats van de islamitische bedevaart – op een verdere afstand van tien kilometer van Mina. En hier moesten we aankomen voordat de zon haar hoogste punt aan de hemel had bereikt.

Het was een prachtige stoet, bestaande uit kamelen, paarden, muilezels en ezels, die de pelgrims naar hun plaats van bestemming brachten, met voertuigen en koetsen her en der, terwijl meer dan de helft van de menigte te voet was. Zij verschilden in taal, kleur en ras. Zij behoorden tot verschillende rangen en standen, maar zij waren allemaal met elkaar verbonden via het stevige koord van broederschap en waren doordrenkt van de ware geest van het geloof in de eenheid van God en de gelijkheid van de mens.

Afkomst en rijkdom wekken overal respect en voornaamheid op voor degenen die dat bezitten bij mensen die hen kennen. En hun rijke kostuums en dure kleding kunnen zelfs bij vreemden ontzag en respect afdwingen. Maar Gods wijsheid, die een einde wenst te maken aan door mensen gemaakte grenzen van verschillen door een universele broederschap onder de mensen te creëren, accepteert niet dat dat onderscheid bestaat in de nivellerende atmosfeer van Mekka in de dagen van de bedevaart. Elke pelgrim, ongeacht zijn rang, koning of gewone burger, moet zich ontdoen van zijn kleding voordat hij het heilige gebied van Mekka betreedt en zich kleden in twee witte lakens, ihram genaamd: de ene om de lendenen te bedekken en de andere voor de rest van het lichaam – waardoor het laatste teken van onderscheid wordt opgeheven.

Stel u zich voor: honderdduizenden mannen en vrouwen, behorend tot verschillende rangen en standen van de samenleving, gekleed in een en hetzelfde gewaad van nederigheid, die wekenland en zelfs maandenlang hun dagen en nachten daarin doorbrengen in de geest van de zuiverste gelijkheid in dienst van één God. En hoe spraken zij elkaar aan? Vader of moeder, zus of broer, zoon of dochter, al naar gelang leeftijd en geslacht. Schone gezichten met alle charmes van hun vrouwelijke schoonheid, maar zonder sluier om ze te bedekken, en toch even veilig voor starende blikken als achter een sluier. Alle ogen zijn daar neergeslagen, geketend aan hun voeten, met gedachten vrij van lust en slechte begeerten.

Een ding dat een eeuwige indruk op mij achterliet, was het hoffelijke en ordelijke gedrag dat ik waarnam in die enorme menigte. Mannen, vrouwen en kinderen haastten zich naar de bestemde plaats die zij binnen een beperkte tijd moesten bereiken, meestal te voet, en toch werd er absoluut niet geduwd, noch met de ellebogen of schouders gemaaid. Vrouwen en kinderen eerst was de stelregel die ik nauwgezet in acht zag worden genomen, zelfs door de meest ongepolijste broeders uit het hart van Centraal-Afrika.

Er was echter één ding waar mijn ogen de volle drie dagen van de bedevaart naar bleven zoeken, maar ik kon die persoon, die men normaal gesproken overal tegenkomt en die op geen enkele bijeenkomst in de wereld, religieus of seculier, lijkt te ontbreken, niet vinden. Ik bedoel de politieagent. Tot mijn verbazing kreeg ik te horen dat deze persoon in de dagen van de hadj (bedevaart) vanaf het allereerste begin nooit nodig was geweest. Komt het koninkrijk van God in deze dagen uit de hemel en sluit het die bonte verzameling van mensen in zijn vredige armen? Worden alle criminele en kwade neigingen in onze natuur onderdrukt en worden we tijdelijk engelen, zodat de autoriteiten van Mekka zo gemakkelijk kunnen afzien van de diensten van deze noodzakelijke bewaker van rust en orde? Zie het in welk licht u maar wilt, het feit blijft dat mijn oog geen enkele aanwijzing van enige vorm van kwaad kon bespeuren, zelfs niet bij de meest eenvoudige man.

Ik ben naar bijeenkomsten geweest, religieus en seculier, moslim en niet-moslim, in verschillende delen van India. Ik ben ook naar bijeenkomsten in de westerse wereld geweest, maar ik ben geen plaats tegengekomen zonder een vertegenwoordiger van de politie. Hun afwezigheid op de heilige plaats tijdens deze drie dagen van de bedevaart liet mij zien dat religie uiteindelijk van mensen engelen kan maken en die geest van universele broederschap en menselijke gemeenschap kan scheppen die zonde tot iets onbekends maakt, omdat zij te maken heeft met het opofferen van onze eigen behoeften in het belang van anderen.

Dit is de geest die tegenover elkaar staande elementen kan samenvoegen tot één harmonieus geheel. Als zo’n geest in de mens begint te werken, zal hij zeker het kwaad in zich uitbannen. Alle criminele handelingen en slechte daden zijn niet anders dan de donkere kant van ons verlangen om dingen van anderen te bezitten. Hebzucht ligt aan de basis van alle slechte daden. Het wakkert alle overtredingen aan en doet alle misdaden ontspruiten. Zou zelfs maar het zwakste verlangen om de bezittingen van iemand anders te willen bezitten zijn weg kunnen vinden in de gedachten van iemand die het als zijn eerste plicht acht om van zijn levensonderhoud weg te geven ten behoeve van anderen? Dit is het basisprincipe van de hele ethische code van de islam, want het Boek van God zegt: “U kunt geen rechtschapenheid bereiken tenzij u ten behoeve van anderen uitgeeft van datgene waarvan u houdt om te bezitten” (3:92).

Dat was de geest waarmee ik de atmosfeer doordrongen zag, de geest die zonde grondig doodt, al zou het de erfzonde zijn, en die de kop van de satan verplettert zonder zich tot het kruis te wenden. Heeft een moslim daarom niet het recht te denken dat de heilige pelgrimstocht naar Mekka zijn zonden uit het verleden wegwast? Als de geest, zoals ik die heb beschreven en gezien, in de mens wordt aangewakkerd en zelfs maar eventjes de overhand krijgt, is hij dan niet gezuiverd van zijn zonden uit het verleden en in staat gesteld een nieuw leven van rechtschapenheid binnen te gaan? Ik wou dat wij moslims die geest konden blijven koesteren die ik ervoer in die drie bewogen dagen van mijn leven, omdat in dat geval het hemelse koninkrijk uit de dagen van de Profeet Mohammad weer voor ons hersteld zou worden.

Ik zag dat hemelse koninkrijk aan de voet van de berg Paran, en het herinnerde mij aan en versterkte mijn geloof in de komst van hetzelfde in de dagen van de Profeet van Arabië. Kunt u zich een regering of heerschappij in welk land dan ook voorstellen zonder politie of andere functionarissen om de orde te bewaren? Maar de wereld zag dat systeem in de dagen van de Profeet in Medina toen misdaad ophield te bestaan. En zelfs degenen die helaas ten prooi vielen aan enige slechte neiging konden het niet nalaten binnen een dag of twee daarna hun innerlijk daarvan te reinigen voor de Heilige Profeet, hoewel geen enkel oog dit waarnam. De alomtegenwoordigheid van God werd onder de metgezellen van de Profeet een levende realiteit die politieonderzoek overbodig maakte. Er was niemand nodig om een dader te arresteren. De dader arresteerde zichzelf.

Onwaarheid was niet-bestaand en daarom was er bij geen enkele kwestie de moderne strengheid van een gerechtelijke procedure nodig. Niemand had enig middel nodig om zijn bewijs te staven. Men beschuldigde elkaar van geen enkel feit en er waren geen interventies bij geschillen nodig. Wanneer iemand de ander verantwoordelijk hield voor aangerichte schade, dan bekende de andere partij dit eerlijk en oprecht. Zo leek God overal te regeren, en ‘Uw koninkrijk zal komen’ – de droom en het gebed van Jezus – werd werkelijkheid door toedoen van de Profeet Mohammad (Allah’s zegen zij met hem).

Om kort terug te keren naar mijn oorspronkelijke thema: de islam streeft naar het vestigen van echte vrede in de wereld en naar het uitroeien van elk spoor dat dit doel kan verzwakken. De islam probeert niet alleen te laten zien wat echte vrede is, maar ook wat echte vrede inhoudt en teweegbrengt. De drijfveer van ‘mijn en dijn’, die geluk en gemak veroorzaakt, verstoort ook de juiste weg om dat te bereiken. Er was een remedie nodig om deze drijfveer te zuiveren tot iets nobels en haar te ontdoen van het misbruik ervan, en de islam kwam om in deze remedie te voorzien.

Gemoedsrust

Tot dusver heb ik het over wereldse zaken gehad, want wereldvrede kan alleen gewaarborgd worden op basis van helder verkondigde beginselen. Maar er is een andere kant van onze menselijke natuur die zelfs nog belangrijker is bij de vorming van onze geest. Het is de ontwikkeling van onze eigen ziel, waarin het geheim ligt van de verheffing van onze geest en van onze controle over onze fysieke aard.

De westerse wereld begint de noodzaak hiervan in te zien. Materialisme is aan het afnemen. Mensen raken geïnteresseerd in de capaciteiten van de geest en in allerlei bovennatuurlijke verschijnselen. Maar deze nieuwe ontwikkelingen leiden tot niets tenzij we een gemoedsrust hebben die niet gevangen blijft in de greep van onze fysieke aard, maar bevrijd is van onze lagere drijfveren. De geest moet steeds hoger rijzen, totdat hij zijn oude meester, de lagere verlangens, onder bedwang krijgt.

De slaaf moet niet alleen worden bevrijd van zijn slavernij, maar hij moet ook heersen over degenen die hem eerst beheersten. Met andere woorden: zolang onze geest overheerst wordt door onze drijfveren en emoties, kent hij geen vrede, omdat hij daardoor niet in staat is om verdere vooruitgang te boeken. Om de menselijke geest in staat te stellen zijn meest volledige en sublieme ontwikkeling te ondergaan, is het nodig dat hij zich eerst volledig bevrijdt van die ketenen.

Onze wereldse zorgen zijn onze ketenen en belemmeringen; zij zijn de belangrijkste verstoorders van onze gemoedsrust. Tijd, geld, luxe en comfort, familie, vrienden, bezit, land en nationaliteit zijn de gehechtheden die ons aan het aardse leven binden. Iemand die niet weet hoe hij boven deze gehechtheden moet staan, is niet in staat zijn geest naar hogere sferen te laten stijgen.

Ten eerste moet hij leren hoe hij zich kan losmaken van de ketens van gehechtheden en omstandigheden; hoe hij afstand kan nemen van alles wat een belemmering vormt op zijn weg. En vervolgens moet hij streven naar de hogere paden van de geest. De islam heeft dit probleem opgelost. Deze vijf zuilen zijn bedoeld om dat doel te bereiken.

Vertaald door Reza Ghafoerkhan