Het één-zijn van God – alleen de profeten hebben die ingesteld (3)

Vrijdag khoetba door dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 17 september 2021 Wanneer een mens shirk pleegt, dan valt hij naar beneden van de hoge positie die Allah hemheeft gegeven. Hij heeft dan geen macht of kracht meer en wordt hij hulpeloos als een nuttelooslichaam waarop de vogels zich voeden, of dat door de […]

Vrijdag khoetba door dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 17 september 2021

Wanneer een mens shirk pleegt, dan valt hij naar beneden van de hoge positie die Allah hem
heeft gegeven. Hij heeft dan geen macht of kracht meer en wordt hij hulpeloos als een nutteloos
lichaam waarop de vogels zich voeden, of dat door de wind wordt weggeblazen en wordt
verteerd door de natuurelementen. Het is alsof je iets weggooit in de prullenbak. Maulana
Muhammad Ali schrijft in zijn boek De Religie van de Islam:

“De verschillende soorten shirk die in de heilige koran worden genoemd, laten zien dat het met
de leer van het één-zijn van Allah (tauḥid), een verheffende boodschap van vooruitgang aan de
wereld geeft, zowel fysiek als moreel en spiritueel. De mens wordt niet alleen bevrijd van
slavernij aan levende en levenloze objecten, maar ook van onderdanigheid aan de grote en
wonderlijke krachten van de natuur die hij, zo wordt hem verteld, voor zijn eigen welzijn kan
onderwerpen. Het gaat verder en verlost de mens van de grootste slavernij, de slavernij aan een
andere mens. Het laat niet toe dan een sterveling de waardigheid van God krijgt, of dat hij meer
is dan een sterveling; want de grootste der stervelingen (profeet Mohammed) werd bevolen te
zeggen: “Ik ben slechts een sterveling zoals jullie; het is mij geopenbaard dat uw God één God
is.” — 18:110. Zo werden alle banden die de geest van de mens in een houdgreep hielden
verbroken, en werd hij op weg naar vooruitgang gezet. Een slavengeest, zoals de koran duidelijk
zegt, is niet in staat om iets goeds en groots te doen (16:75-76), en daarom was de eerste
voorwaarde voor de vooruitgang van de mens dat zijn geest bevrijd zou worden van de boeien
(beperkingen) van alle soorten slavernij. Dit werd tot stand gebracht door de boodschap van het
Eén-zijn van God.”

De vraag rijst hoe mensen tot het besef komen dat God Eén is. Het antwoord dat de stichter van
de Ahmadiyya beweging geeft, is dat voor dit doel profeten naar de wereld werden gestuurd.
Via die profeten openbaarde God Zijn eigenschappen en kwaliteiten en dat Hij Eén is. In onze
kalimah van de islam (la ilaha il-lal-lah moeḥammadoer-rasooloel-lah) erkennen we dat er
geen god is dan Allah en dat Mohammed de boodschapper is van Allah. De kern van deze
kalimah is dat er maar Eén God is. En we leren die belangrijke waarheid via Zijn boodschapper,
Mohammed (s.a.w.s.).

Iemand heeft eens tegen de stichter van de Ahmadiyya beweging gezegd dat het voldoende is
voor een persoon om in één God te geloven, en het is daarbij niet nodig om in de profeet
Mohammed te geloven. Hij schreef hier een uitvoerig antwoord op in zijn boek Haqiqat-ul Wahy. Hij schrijft:

“Men moet eraan denken dat kennis van het bestaan van God en van Zijn één-zijn zonder enige
deelgenoten alleen door de profeten (vrede zij met hen) aan de mensen werden onderwezen.
Als deze godvruchtige personen niet op de wereld waren gekomen, dan zou het voor iemand
onmogelijk zijn geweest om met volledige zekerheid het juiste pad te vinden. Hoewel, wanneer
een persoon met juiste gedachten en gezond verstand over het fysieke universum nadenkt en de
perfecte en wijze ordening daarvan ziet, dan kan hij ontdekken dat dit met wijsheid ontworpen
systeem een Maker zou moeten hebben. Maar tussen de woorden ‘zou moeten bestaan’ en de
woorden ‘het bestaat echt’ zit een groot verschil. De kennis van Zijn werkelijke bestaan wordt
alleen gegeven door de profeten die, via duizenden tekenen en wonderen, aan de wereld
bewezen dat het Wezen dat meer verborgen is dan het verborgene, en dat alle krachten in
Zichzelf verenigt, werkelijk bestaat.” (blz. 111-112)

“Feit is dat aan de ene kant God helemaal boven alle behoeften staat, en het feit dat iemand
recht wordt geleid of dwaalt heeft geen effect of Hem. Aan de andere kant vereisen Zijn
eigenschappen dat de mensen te weten komen wie Hij is, en dat zij baat vinden bij Zijn
barmhartigheid. Daarom manifesteert Hij zichzelf aan een hart dat, van alle harten van de
mensen van de wereld, een volmaakt natuurlijk vermogen heeft om liefde voor, nabijheid tot
en verheerlijking van God te ontwikkelen. En zo’n hart bezit ook in de hoogste mate de
eigenschap van medeleven voor de medemens. God openbaart aan hem in volle luister wie Hij
is en wat Zijn eeuwige eigenschappen zijn. Zo wordt deze man van een bijzondere en verheven
natuur – die met andere woorden een nabi wordt genoemd – tot Hem aangetrokken.”

“Vervolgens, omdat hij hartstochtelijk medeleven voelt voor de mensheid, wil deze profeet,
door zijn spirituele inspanningen en nederige smeekbeden, dat anderen de God vinden die aan
hem is geopenbaard, en dat zij verlossing vinden. Uit zijn hartsverlangen biedt hij zichzelf aan
als offer voor God. En vanuit zijn wens dat de mensen tot leven worden gewekt, aanvaardt hij
verschillende soorten dood voor zichzelf, en plaatst hij zichzelf voor grote inspanningen, zoals
wordt aangegeven in het vers: ‘ Misschien zult u (o Mohammed) uzelf doden uit verdriet, omdat
de mensen niet geloven,’ (26:3). … Maar als die Profeet zich niet tot God had gewend met
zoveel gebeden, zoveel nederigheid en zoveel oprechte smeekbeden, en zijn eigen leven niet
had opgeofferd om het licht van God aan de wereld te tonen, en niet bij elke stap dood op dood
had aanvaard voor zijn eigen verlangens, dan zou God niet aan de wereld getoond zijn. God
staat boven de behoefte van wie dan ook, zoals de koran zegt: ‘Waarlijk, Allah staat boven de
behoefte van alle werelden,’ (3:97). Maar God zegt ook: ‘En degenen zich die hard voor Ons
inspannen, Wij zullen hen zeker leiden in Onze wegen,’ (29:69). Voor degenen die zich tot het
uiterste inspannen om God te vinden, is de wet van God voor hen dat Hij hen de weg naar Hem
wijst.”

“De profeten staan dus bovenaan als het gaat om offers brengen op de weg van God. Iedereen
spant zich in voor zichzelf. Maar de profeten spannen zich in voor anderen. Terwijl de mensen
slapen, blijven de profeten voor hen wakker. Terwijl de mensen lachen, huilen de profeten om
hen, en aanvaarden zij voor zichzelf gewillig alle beproevingen om de wereld naar verlossing
te leiden.” (blz. 113–115)

“Het lijdt dus geen twijfel dat God en Zijn één-zijn alleen door een profeet aan de wereld bekend
worden gemaakt; zeker niet anders. In dit opzicht was het beste voorbeeld dat van onze heilige
profeet Mohammed, moge vrede en zegeningen van Allah met hem zijn. Hij richtte zich tot een
volk dat in het vuil lag en tilde haar daar vandaar op naar een prachtige rozentuin. Hij voorzag
degenen die stierven van geestelijke honger en dorst van het meest voedzame voedsel en de
meest heerlijke drank. Van wilden maakte hij ze tot gewone mensen. Dan, van gewone mensen
tot beschaafde mensen en vervolgens van beschaafde mensen tot geestelijk volmaakte mensen.
Hij toonde hen zoveel tekenen dat ze God zagen. En hij bracht bij hen zo’n morele transformatie
teweeg dat zij wandelden met de engelen. Geen enkele andere profeet toonde zo’n kracht om
zijn volk te hervormen, terwijl hun discipelen spiritueel achterbleven.”

“Daarom heb ik altijd met verwondering gekeken naar deze Arabische profeet die Mohammed
heet, op wie duizenden zegeningen zijn – wat een verheven rang heeft deze profeet! De volle
omvang van zijn verheven status kan men niet meten, noch is het menselijkerwijs mogelijk om
zijn geestelijk zuiverende kracht op waarde te schatten. Helaas erkent men zijn status niet zoals
hij verdient. Hij was de enige voorvechter voor de wereld die het ware geloof in het één-zijn
van God, dat van de aarde was verdwenen, herstelde. Hij hield zeer fervent van God en zijn ziel
smolt weg in zijn diepe medeleven voor zijn medemens. Daarom maakte God, Die dit geheim
van zijn hart kende, hem superieur aan alle andere profeten, en aan alle vrome mensen uit
vroege of latere tijden, en willigde Hij al zijn vrome hoop in tijdens zijn leven.

“Hij is de bron van elke goedgunstigheid. En als iemand beweert een bepaalde spirituele
kwaliteit te hebben verworven zonder de bijdrage van de heilige Profeet (s.a.w.s.) te erkennen,
zo iemand is geen mens maar een nazaat van de duivel. Want de sleutel tot elke deugd en de
schat van elk stukje spirituele kennis werd aan de heilige Profeet (s.a.w.s.) geschonken. Degene
die via hem niets ontvangt, zal nooit wat hebben.” (blz. 115-116)

Direct daarna schrijft hij over zichzelf: “Wat zijn wij, en wat is onze nut en waarde? Ik zou
ondankbaar zijn als ik niet zou erkennen dat ik via deze Profeet (s.a.w.s.) het ware geloof in het
één-zijn van God heb gekregen. En via hem en zijn licht heb ik de levende God gevonden. Het
voorrecht communicatie van God te ontvangen, waardoor we God zien, heb ik ook verkregen
door deze eerbiedwaardige Profeet. De stralen van deze Zon van Leiding overspoelen ons als
zonlicht, en we kunnen alleen verlicht blijven zolang we eronder blijven staan.” (blz. 116)
Omdat het ware en volledige geloof in het één-zijn van God alleen van een profeet afkomstig
is, en hazrat Mirza Ghulam Ahmad zegt dat hij dit geloof vond via profeet Mohammed
(s.a.w.s.), betekent dit dat hij zelf niet beweerd kan hebben een profeet te zijn. Als hij een
profeet zou zijn, dan zou hij het één-zijn van God niet van een ander mens geleerd hoeven te
hebben.

Later schrijft hij: “Ik heb uitgelegd dat men datgene wat tauḥîd wordt genoemd, wat de basis is
van verlossing … alleen kan bereiken door te geloven in de profeet van de tijd (waqt ke nabi),
dat is de heilige profeet Mohammed (s.a.w.s.), en gehoorzaamheid aan hem.” (blz. 124).
Nogmaals, omdat hij de heilige profeet Mohammed (s.a.w.s.) de profeet van de tijd noemt,
d.w.z. die nog steeds de profeet van de huidige tijd is, dan betekent dit dat hij zelf niet beweerd
kan hebben een profeet te zijn.

Aan het begin van deze hele bespreking schrijft hazrat Mirza Ghulam Ahmad: “Als men alle
boeken van God, de Allerhoogste, nauwkeurig onderzoekt, dan blijkt dat alle profeten hebben
onderwezen: geloof dat God, de Allerhoogste, Eén is, zonder deelgenoot, en geloof daarmee
ook in onze risâlat (boodschapperschap). Het was om deze reden dat de samenvatting van de
leerstellingen van de islam aan de hele moslimgemeenschap werd onderwezen met deze twee
zinnen: la ilaha il-lal-lah moeḥammadoer-rasooloel-lah (Er is geen god dan Allah, Mohammed
is de Boodschapper van Allah) .” (blz. 111)

Dit toont aan dat er geen profeet onder de moslims meer kan komen na profeet Mohammed
(s.a.w.s.). Hij zegt hier dat er aan de moslimgemeenschap voor eens en voor altijd is geleerd:
‘Er is geen god dan Allah, Mohammed is de boodschapper van Allah’. Als er een profeet was
was profeet Mohammed, dan zou hij, zoals hazrat Mirza sahib hier heeft geschreven, zijn eigen
naam in de kalimah gezet moeten hebben.

We bidden dat Allah ons in staat stelt de ware betekenis van de leer te volgen van ‘er is geen
god dan Allah.’
Âmîn.

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare