Het Een-zijn van God en innerlijke shirk (2)

Vrijdag khoetba door Dr Zahid Aziz, voor de Lahore Ahmadiyya UK, 10 september 2021 Deze verzen maken melding van een andere soort van shirk, dat is, dat je andere zaken als godaanneemt naast de ene God. Hier is sprake van wanneer iemand zijn aardse verlangens, dat wilzeggen, verlangens die gericht zijn op de behoeften van […]

Vrijdag khoetba door Dr Zahid Aziz, voor de Lahore Ahmadiyya UK, 10 september 2021

Deze verzen maken melding van een andere soort van shirk, dat is, dat je andere zaken als god
aanneemt naast de ene God. Hier is sprake van wanneer iemand zijn aardse verlangens, dat wil
zeggen, verlangens die gericht zijn op de behoeften van het lichaam en materiële zaken, als
‘zijn god’ beschouwt, verlangens die op zichzelf zeer reëel zijn. Natuurlijk zijn ‘verlangens’
geen objecten zoals een stenen afgod, of de zon of de maan, waar een persoon zich met zijn
lichaam voor kan buigen. Verlangens kun je niet zien. Westerse mensen die kritiek hebben op
de islam zeggen, dat de koran en profeet Mohammed (s.a.w.s) niets diepzinnigs, subtiels of
filosofisch aan ons leren. Ze beweren dat de leringen van de islam slechts gaan over
oppervlakkige en tastbare zaken. Gebeden zijn in de islam slechts woorden die men moet
opzeggen en slechts verschillende lichaamshoudingen die men moet uitvoeren. De hemel is in
de islam een plaats van lichamelijk genot en comfort, en de hel is een plaats waar het lichaam
wordt gemarteld. Deze critici beweren dat de islam alleen een einde probeerde te maken aan de
primitieve vorm van afgoderij, waarbij mensen met hun lichaam buigen voor objecten die zij
als goden beschouwen, zoals afgoden en andere voorwerpen.

Maar deze twee verzen laten duidelijk zien dat de islam zich ook bezighoudt met zaken van het
verstand en de geest, innerlijke zaken. Het is vanuit zijn verstand en geest dat iemand
gehoorzaamt aan zijn aardse verlangens. Het eerste vers zegt ons dat zulke mensen niet langer
meer naar morele leiding luisteren en hun begrip en intelligentie niet meer gebruiken. Zo worden ze als vee, omdat ze die menselijke vermogens niet gebruiken die hen van dieren doen
onderscheiden. Het enige waar zij zich om bekommeren is dus het bevredigen en vervullen van
die verlangens die mensen gemeen hebben met dieren, dat wil zeggen, de lichamelijke
verlangens en behoeften.

Dieren bevredigen alleen hun lichamelijke verlangens op basis van hun behoeften. Ze bezitten
niet de intelligentie de grenzen te buiten te gaan en duizend-en-een manieren te bedenken om
hun verlangens steeds meer en meer te bevredigen. Maar de mens heeft die capaciteiten wel.
Dat is de reden waarom, wanneer mensen alleen ernaar streven om hun aardse, dierlijke
verlangens te bevredigen, ze meer afdwalen dan verstandeloos vee, zoals de koran hier zegt.

Mensen die niet waarlijk in één God geloven, of ze nu überhaupt níet in God geloven, of dat ze
behoren tot een religie anders dan de islam, of dat ze moslims zelf zijn, het zal vaak voorkomen
dat ze een of ander aards verlangen van hen beschouwen als een god die ze aanbidden. Ze zullen
alles eraan doen, elke morele norm overtreden, anderen onrecht aandoen om die verlangens te
bevredigen. Ze geloven dat als ze tegen elke prijs een of ander aards verlangen van hen
bevredigen, dat zij dan opperst gelukkig en tevreden zullen zijn. Vaak rechtvaardigen zij de
bevrediging van hun verlangens onder het mom van het volgen van hun religie, of een bepaalde
redenatie die heel nobel klinkt, of een bepaalde manier van leven. Dit is de meest subtiele vorm
van shirk en de moeilijkste om uit je innerlijk te verwijderen.

Maulana Muhammad Ali schrijft in zijn Engelse vertaling van de koran in de voetnoot onder
het eerste vers dat ik hierboven heb aangehaald het volgende: “Dit vers laat zien hoe breed de
gedachte van shirk is volgens de heilige koran. Het is niet alleen het aanbidden van afgoden
wat wordt veroordeeld, maar het blindelings volgen van je verlangens wordt evenzeer
veroordeeld. Veel mensen die zichzelf als de dienaren van de Ene God beschouwen, buigen in
werkelijkheid voor de grootste van hun afgoden, d.w.z. hun verlangens. Het geloof in Eén God
is hier tot een volmaaktheid gebracht die men nergens anders tegenkomt.”

Het tweede vers zegt dat wanneer iemand ‘zijn aardse verlangen als zijn god neemt’, dat ‘Allah
hem wetend in de dwaling laat’. ‘Wetend’ houdt in dat aangezien Allah weet dat hij zijn aardse
verlangen als god neemt, dat Allah hem op die reden laat strompelen in dwaling. Allah laat
niemand zonder reden in dwaling. Pas wanneer als feitelijke kennis is vastgesteld dat een
persoon zijn aardse verlangen als god neemt, dan zal Allah hem niet langer meer leiden.

De woorden ‘Allah laat hem in de dwaling”, (aḍalla-hu Allah) worden door sommigen vertaald
als: ‘Allah brengt hem op een dwaalspoor’, of ‘leidt hem tot dwaling’. Deze uitdrukking over
deze handeling van Allah komt ook op andere plaatsen in de koran voor en vele vertalers en
uitleggers geven hiervan als betekenis dat Allah hen ‘op een dwaalspoor brengt’ (d.w.z. hen
van het verkeerde pad laat afdwalen), of hen ‘verkeerd leidt’. Maar maulana Muhammad Ali
heeft in een voetnoot in zijn Engelse vertaling van de koran in detail uitgelegd dat deze
uitdrukking ook betekent ‘constateren (dat iemand) in dwaling verkeert’, of ‘(iemand) in (zijn) dwaling laten begaan’. Hij schrijft: “Het is een duidelijk feit dat Allah mensen leidt of hen de
juiste weg wijst door Zijn boodschappers te sturen, en daarom kan niet worden gezegd dat Hij
hen op een dwaalspoor brengt”, (voetnoot onder vers 2:26).

Maar laten we ook de woorden van het tweede vers vergelijken met het eerste vers: “Heeft u
degene gezien die zijn aardse verlangens als zijn god neemt ? Zult u zijn beschermer zijn? Of
denkt u dat de meesten van hen horen of begrijpen? Zij zijn slechts als vee. Nee, zij zijn verder
afgedwaald van het pad.” Hier wordt niet gezegd dat het Allah is Die hun gehoor of hart
verzegelt of dat Hij hen laat dwalen door hen verkeerd te leiden, maar er wordt gezegd dat dit
hun eigen toestand is. Ze focussen zich volledig op het bevredigen van hun aardse verlangens,
alsof dit de god is die ze willen ontmoeten, en om in deze toestand te kunnen blijven
onderdrukken zij en sluiten ze hun verstand en gehoor af, en gaan zo verder het verkeerde pad
op. Dus als het tweede vers zegt dat het Allah was Die hun zintuigen en harten verzegelde en
hen in de dwaling liet, dan betekent dit niet dat Allah hen dit in eerste instantie en zonder enige
reden aandeed, maar dat dit het gevolg is van wat zij zelf deden.

Shirk wordt verder nog op twee plaatsen in de koran als volgt beschreven:

Waarom vergeeft Allah geen shirk of het plaatsen van een deelgenoot naast Hem? Degenen die
shirk plegen, geloven zelf niet dat God hun zonden kan vergeven, tenzij ze ook de goden
aanroepen die ze naast Hem hebben geplaatst. Volgens het christelijke geloof bijvoorbeeld kan
God alleen vergiffenis schenken door middel van bemiddeling en tussenkomst van Zijn zoon,
Jezus. Zelfs onder moslims zijn er mensen die geloven dat ze alleen vergiffenis van Allah
kunnen krijgen via hun religieuze leider en niet op rechtstreekse wijze. De vraag is dus: waarom
zou Allah iemand vergeven die niet gelooft dat Allah uit zichzelf de macht heeft om hem te
vergeven? Dit vers zegt dat Allah elke zonde kan en zal vergeven als je Hem benadert zonder
iemand anders tot een deelgenoot van Hem te maken. Het maakt niet uit tot welke religie je
behoort, zolang je maar om vergiffenis vraagt aan de Ene God, in de overtuiging dat Hij de
enige is die jou kan vergeven. Dan is Hij ook in staat jou te vergeven. Natuurlijk, in gevallen
waarin een persoon een ander onrecht heeft aangedaan, moet hij allereerst de schade dat hij zijn
slachtoffer heeft aangedaan goedmaken, tenzij het slachtoffer hem vergeeft en ervoor kiest hem
niet te straffen. Maar dat is een aparte zaak die we hier niet bespreken.

Als we er goed over nadenken, dan begaat een persoon die een zonde begaat ook shirk, zelfs
als hij een moslim is die beweert te geloven dat er geen god is dan Allah. Wat hij doet is in
plaats van dat hij via Allah streeft iets te verkrijgen wat wettig, en probeert dat te verkrijgen op
de wettige en morele manieren, zoals Allah dat heeft getoond, laat hij dat ding de plaats innemen
van Allah. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat hij rijkdom of macht probeert te verkrijgen door
mensen te bedriegen en te beroven. Het verlangen naar die zaken is zijn god geworden in plaats
van Allah. Als hij berouw toont en vergeving van Allah zoekt voor alleen zijn wandaden, dan
blijft de onderliggende shirk, die er in de eerste plaats voor zorgde dat hij die wandaden beging,
nog steeds bestaan. Zijn slachtoffers en Allah kunnen hem zijn wandaden vergeven, maar als
hij geen berouw toont voor de shirk die aan die wandaden ten grondslag lag, dan zal hij opnieuw
een zo’n wandaad begaan. Hij moet ook Allah om vergeving vragen voor zijn shirk, omdat hij
tegen andere dingen aankijkt alsof het goden zijn.

Laten we bidden dat Allah ons in staat stelt de ware betekenis te volgen van de leer van “er is
geen god dan Allah”.

Ameen.

Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare