Laatste verzen van Soera al-Baqara (3)

Vrijdag choetbah van dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 18 maart 2022 ‘De Boodschapper gelooft in wat aan hem van zijn Heer is geopenbaard, en (zo ook) degelovigen. Zij geloven allen in Allah en Zijn engelen en Zijn Boeken en Zijnboodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen wie van Zijn boodschappers. En zijzeggen: wij horen […]

Vrijdag choetbah van dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 18 maart 2022

‘De Boodschapper gelooft in wat aan hem van zijn Heer is geopenbaard, en (zo ook) de
gelovigen. Zij geloven allen in Allah en Zijn engelen en Zijn Boeken en Zijn
boodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen wie van Zijn boodschappers. En zij
zeggen: wij horen en gehoorzamen. Onze Heer, Uw vergiffenis (verlangen wij naar), en
tot U is de uiteindelijke koers.’ – 2:285

Ik ga verder met het vers van mijn vorige choetbah. Ik wil erop wijzen dat er staat dat de
boodschapper, profeet Mohammed (vrede en zegeningen van Allah zij met hem), en de
gelovigen, de moe’minoen, in dezelfde basisleerstellingen geloven. Dit houdt onder andere in
het geloven in de boodschappers van Allah. Dit betekent dat profeet Mohammed in dezelfde
boodschappers geloofde als in wie zijn volgelingen geloven. Dit leidt tot de conclusie dat er
geen profeten kunnen zijn na profeet Mohammed. De reden is simpelweg dat als er profeten na
hem zouden verschijnen, dan zou hij onmogelijk in hen kunnen geloven, omdat ze na zijn leven
zijn verschenen. Maar de gelovigen na hem zouden op het moment dat die profeten zouden
verschijnen wel in hen geloven. Dat betekent dat er een tijd zal komen, na de Profeet, dat de
moslims in meer profeten geloven dan in wie de Profeet geloofde. Dat zou indruisen tegen dit
vers, dat aangeeft dat de Boodschapper en zijn volgelingen – ‘zij allemaal (koell-oen)’ — in
dezelfde boodschappers geloven.

Verder in dit vers worden de gelovigen beschreven dat zij zeggen: ‘wij horen en gehoorzamen.’
De vraag rijst, houdt dit in dat gelovigen blind en zonder na te denken gehoorzaam moeten zijn
aan alles wat hen opgedragen wordt? Tegenwoordig zien we bij bepaalde moslimgroepen dat
de leden van zulke groepen bereid zijn om alles te doen wat hun leider hen opdraagt.
Bijvoorbeeld in Pakistan, en ook elders in de moslimwereld, gebeurt het dat sommige religieuze
leiders aan het publiek verkondigen dat iemand de koran heeft ontheiligd, of profeet
Mohammed heeft beledigd. Zij bevelen dan dat het ieders plicht is om die persoon aan te vallen
en zelfs te doden. Wanneer zij zo’n oproep horen reageren honderden mensen daarop en komen
in actie om die persoon te belagen. Is dit wat de koran bedoelt wanneer het de ware gelovigen
beschrijft met ‘wij horen en gehoorzamen’?

Nee. Volgens de koran betekent ‘horen’ niet alleen het horen van enkele woorden, maar ook
het begrijpen van die woorden en die in jezelf opnemen. De koran zegt het volgende over
zichzelf:

‘Het is voor degenen die geloven een gids en een genezing. En degenen die niet geloven,
in hun oren is er doofheid en het is duister voor hen,’ (41:44).

Eerder in dit hoofdstuk doen de ongelovigen zelf dezelfde uitspraak tegenover de Profeet:

‘Onze harten zijn bedekt voor datgene waartoe u ons roept, en er is doofheid in onze
oren, en er is een sluier tussen ons en u. Handel dus, ook wij handelen,’ (41:5).

Er is natuurlijk geen doofheid in de fysieke oren van de ongelovigen en ze kunnen heel goed
horen. Maar we kunnen niet zeggen dat ze werkelijk horen, omdat horen ook inhoudt dat ze
nadenken over wat ze horen. Op een andere plaats zegt de koran tegen profeet Mohammed:

‘En sommigen van hen luisteren naar u. Maar kunt u de doven laten horen, ook al zullen
ze (het) niet begrijpen?’ (10:42).

Ze luisteren, maar ze zijn doof omdat ze hun begrip niet toepassen op wat ze horen.

De koran verwijst naar bepaalde christenen die de boodschap van de islam aanvaardden in de
volgende woorden:

‘En wanneer ze horen wat aan de Boodschapper is geopenbaard, ziet u hun ogen
overstromen van tranen vanwege de waarheid die zij herkennen. Zij zeggen: onze Heer,
wij geloven, schrijf ons dus op bij de getuigen (van de waarheid),’ (5:83).

Dit is wat bedoeld wordt met ‘horen’ dat wordt genoemd in het vers dat ik bespreek wanneer
het zegt ‘wij horen en gehoorzamen’. Door te horen herkennen ze de waarheid en deze
herkenning overspoelt hun hart en geest met emotie. Een ander vers dat we in deze context
kunnen aanhalen, is het volgende gebed van de gelovigen:

‘Onze Heer, wij hebben zeker een roeper horen roepen tot het geloof, zeggende: geloof
in uw Heer. Dus geloven wij. Onze Heer, schenk ons bescherming tegen onze zonden
en verwijder ons kwaad en laat ons sterven met de rechtschapenen,’ (3:193).

De roeper is profeet Mohammed. De mensen horen hem roepen om in God te geloven en ze
gaan dan in God geloven. Het horen van de boodschap schept geloof in hun hart en het creëert
het besef in hen dat ze God om vergeving voor hun zonden. En zij bidden dat ze een leven van
rechtschapenheid mogen leiden, zodat ze, wanneer ze sterven, tot de rechtschapenen mogen
worden gerekend.

Dit staat zo ver af het denkbeeld van ‘wij horen en gehoorzamen’ in de zin van dat je een bevel
hoort, en dat je het, zonder enig geloof, gevoel of begrip, mechanisch uitvoert. We zien moslims
die, bij het horen van het bevel van hun geestelijke leider zich haasten om het uit te voeren zonder maar na te denken of dat bevel goed of fout , wijs of dwaas is. Zien we in dat geval bij
zulke moslims dat hun hart smelt en dan hun tranen stromen ‘vanwege de waarheid die ze
herkennen’? Zien we dat ze Allah om vergeving vragen? Nee. Ze zijn er absoluut zeker van dat
alles wat ze hoeven te doen is ‘horen en gehoorzamen,’ en hun geestelijke leider die hen dat
beval, zal voor hen zorgen in het bijzijn van Allah omdat ze hem gehoorzaamden. Op een andere
plaats geeft de koran een kwaliteit van de ware gelovigen als volgt:

‘En zij die, wanneer ze herinnerd worden aan de boodschappen van hun Heer, niet doof
en blind voor hen neervallen,’ (25:73).

Met andere woorden, ze moeten de boodschappen van hun Heer hun geest en hart laten
binnengaan.

Voorbeelden van wat er werkelijk wordt bedoeld met ‘wij horen en gehoorzamen’ vinden we
in het leven van de tweede kalief ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem). In zijn naaste
kring van adviseurs was er een jongeman genaamd Al-Ḥoerr. ‘Oemar hield in zijn nabije
omgeving mensen die de koran goed kenden, ongeacht hun leeftijd, oud of jong zoals Al-Ḥoerr.
De oom van Al-Ḥoerr haalde hem over om te regelen dat hij ‘Oemar kon ontmoeten. Zodra de
oom ‘Oemar ontmoette, begon hij verschillende beschuldigingen naar hem te uiten dat hij
oneerlijk en onrechtvaardig was tegenover bepaalde mensen. ‘Oemar werd erg boos en besloot
hem te straffen. Al-Ḥoerr kwam tussenbeide en zei: ‘o amīr-oel-moe’minīn, Allah heeft tegen
Zijn Profeet gezegd: ‘ga over tot vergeving en beveel het goede en keer je af van de
onwetenden,’ (7:199), en deze man is een de onwetenden.’ De verteller van dit voorval zei
toen: ‘bij Allah! ‘Oemar overtrad dit vers niet toen Al-Ḥoerr het aan hem voordroeg. ‘Oemar
had de gewoonte te stoppen bij het Boek van Allah.’ (Boechari). Zodra ‘Oemar dit vers hoorde,
dat leert dat wanneer je te maken hebt met onwetende mensen, vergeef ze omdat ze uit
onwetendheid handelen, leer ze iets goeds en keer je dan van hen af (wat betekent; hou je niet
meer met hen bezig), zag ‘Oemar af van zijn beslissing om hem te straffen, wat hij vastbesloten
was te doen. Zoals deze overlevering ons vertelt, was dit wat ‘Oemar altijd deed: onmiddellijk
van gedachten veranderen als iemand voor hem een vers uit de koran aanhaalde dat in
tegenspraak was met wat hij zou gaan doen.

Jullie kennen allemaal het beroemde voorval toen ‘Oemar een preek gaf en daarin een beperking
oplegede om een grote hoeveelheid mahr vast te stellen die aan de bruid moet worden gegeven
bij het huwelijk. Een vrouw in het publiek stond op en haalde voor ‘Oemar een vers uit de koran
waarin staat dat ‘een hoop goud’ als mahr wordt gegeven, en ze zei: ‘hoe durft u ons te
ontzeggen van wat Allah zegt dat we kunnen ontvangen?’ ‘Oemar accepteerde onmiddellijk
haar punt en zei: ‘de vrouwen van Medina hebben meer begrip dan ‘Oemar.’ Het aanhalen van
het vers van de koran zorgde ervoor dat hij stopte, zijn beslissing herriep en zelfs de vrouw die het bezwaar maakte prees. ‘Oemar zei niet: ‘ik ben de amīr-oel-moe’minīn. Wat is uw kennis
vergeleken met de mijne? Bovendien bent u maar een vrouw wiens intelligentie en begrip de
helft zijn van die van een man.’

In het boek Tarīch-oel-choelafā staat dat zijn zoon, Ibn ‘Oemar, zei: ‘telkens wanneer ik ‘Oemar
boos zag, gebeurde het altijd zonder uitzondering dat als iemand hem herinnerde aan Allah, of
aan de vrees voor Allah, of aan een vers van de koran, zijn boosheid dan bedaarde.’ In hetzelfde
boek staat dat Bilal (r.a.) eens aan iemand vroeg wat voor soort man hij ‘Oemar vond? Hij
antwoordde: ‘hij is de beste persoon, maar als hij boos wordt, is het moeilijk om hem onder
controle te houden.’ Bilal zei: ‘als hij boos is, waarom reciteer je dan niet een vers uit de koran?
Al zijn boosheid zal verdwijnen.’

Dit is dus wat ‘wij horen en gehoorzamen’ is, namelijk, dat een persoon geheel vastbesloten is
om iets te doen, maar als hij eraan wordt herinnerd dat het woord van Allah hem vertelt iets
anders te doen, dan raakt dat woord van Allah zo’n snaar bij hem, dat hij zijn handelwijze
onmiddellijk verandert. Hij doet het niet omdat iemand hem dwingt of bedreigt, maar omdat
het horen van het woord van Allah iets in hem wakker maakt.

In het vers dat ik bespreek, 2:285, zeggen de gelovigen na te hebben gezegd, ‘wij horen en
gehoorzamen’:

‘Onze Heer, Uw vergiffenis (verlangen wij naar), en tot U is de uiteindelijke koers.’

Het zoeken naar vergiffenis zou kunnen betekenen: onze Heer, we stonden op het punt U
ongehoorzaam te zijn totdat we Uw woord hoorden. Vergeef ons daarom. Het kan ook
betekenen: onze Heer, ons begrip van wat we hebben gehoord is beperkt en gebrekkig, en is
misschien niet correct, en ons vermogen om te gehoorzamen is ook beperkt vanwege onze
menselijke beperkingen. Dus bedek onze tekortkomingen, en we beseffen dat we uiteindelijk
naar U zullen terugkeren.

Moge Allah ons in staat stellen om Zijn boodschappen in de ware zin te ‘horen en te
gehoorzamen’ die Hij ons ook heeft geleerd. Āmīn.

Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare