Profeten zijn sterfelijke mensen – Maria, moeder van Jezus, wasrechtschapen en puur

Vrijdag Choeṭba door Dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 20 december 2024 Op dit moment van het jaar herdenken mensen wereldwijd de geboorte van Jezus (v.z.m.h.) doormiddel van een van de belangrijkste feesten die door mensen op aarde worden gevierd. Degenen diedit vanuit hun geloof vieren, geloven dat dit de komst van de Zoon […]

Vrijdag Choeṭba door Dr. Zahid Aziz, voor Lahore Ahmadiyya UK, 20 december 2024

Op dit moment van het jaar herdenken mensen wereldwijd de geboorte van Jezus (v.z.m.h.) door
middel van een van de belangrijkste feesten die door mensen op aarde worden gevierd. Degenen die
dit vanuit hun geloof vieren, geloven dat dit de komst van de Zoon van God op aarde was, een wezen
dat ver boven een gewone sterveling uitstijgt. De grote bijdrage van de islam aan deze situatie is dat
zijn het principe verkondigt dat degenen God zond voor de hervorming van de mensen, zelf ook
mensen waren, net zoals de mensen tot wie zij waren gezonden. Ook Jezus was een sterveling, die als
profeet en boodschapper naar zijn volk, de Israëlieten, werd gestuurd.

Het vers dat ik heb gereciteerd verwijst naar alle boodschappers die Allah heeft gezonden vóór de
profeet Mohammed (v.z.m.h.) en zegt dat ieder van hen tegen zijn volk zei dat hij een sterveling was
zoals zij. In de twee voorgaande verzen staat dat toen de boodschappers hun missie aan de mensen
begonnen te verkondigen, de mensen hen afwezen en tegen hen zeiden: “U bent niets anders dan
stervelingen zoals wij” (14:10). Dus in vers 11, dat ik hier heb voorgelezen, bevestigden de
boodschappers aan hun volk inderdaad: “Wij zijn niets anders dan stervelingen zoals u.”

De koran vermeldt op verschillende plaatsen het bezwaar van mensen tegen het feit dat hun
boodschappers slechts stervelingen waren. Zo zeiden zij bijvoorbeeld: “Zal een (gewone) sterveling ons
leiden?” (64:6), of zij zeiden: “Heeft Allah een sterveling als boodschapper aangesteld?” (17:94). Over
de profeet Mohammed zeiden zij tegen elkaar: “Hij is niets anders dan een sterveling zoals jullie zelf”
(21:3). Maar de Heilige Profeet Mohammed wordt in de Koran opgedragen om tegen zijn volk te zeggen
dat dit inderdaad waar is: “Ik ben slechts een sterveling zoals jullie” (18:110, 41:6).

Alle vereisten en beperkingen die verbonden zijn aan het fysieke menselijke leven golden ook voor elke
boodschapper van Allah. Over alle boodschappers wordt gezegd:

“En Wij gaven hun geen lichaam dat geen voedsel at, en zij zouden niet (voor eeuwig) blijven.”
(21:8).

Een van de bezwaren die de verwerpers van de Profeet tegen hem uitten, was:

“Wat is dit voor een boodschapper? Hij eet voedsel en gaat rond op de markten.” (25:7).

En het antwoord enkele verzen later is als volgt:

“En Wij hebben vóór u geen boodschappers gezonden, of zij aten inderdaad voedsel en gingen
rond op de markten.” (25:20).

Het eten van voedsel staat symbool voor het voldoen aan de behoeften van het lichaam die het in leven
houden, en het rondgaan op markten staat symbool voor dagelijkse menselijke activiteiten van allerlei
aard. Maar de mensen onder wie de boodschappers kwamen, wilden dat de boodschappers
bovenmenselijke krachten bezaten, wonderen verrichtten die geen mens kan doen, en geen
lichamelijke beperkingen hadden zoals die welke alle andere mensen beperken.

Ook in het geval van Jezus zegt de Koran:

“De Messias, de zoon van Maria, is niets meer dan een boodschapper. Inderdaad zijn
boodschappers vóór hem gestorven. En zijn moeder was een waarheidslievende vrouw.”
(5:75).

Dit vers werd geopenbaard om het verkeerde geloof te corrigeren dat Jezus, zoon van Maria, God was,
waarnaar in de verzen hiervoor wordt verwezen. Zowel Jezus als Maria hadden de lichamelijke
behoeften die ieder mens heeft. En omdat Gods wet zegt dat elke boodschapper zal sterven na het
voltooien van zijn leven op aarde, zegt dit vers dat hetzelfde gold voor Jezus en Maria.

Het christelijke geloof stelt dat Jezus uit een maagd werd geboren en dat er geen man was die Maria
zwanger maakte van Jezus. Dit geloof hangt samen met hun idee van de erfzonde en hoe ieder mens
deze erfzonde bij zijn geboorte meekrijgt. Volgens dit denkbeeld begingen Adam en Eva een zonde
door tegen een gebod van God in te gaan om niet van de vrucht van een bepaalde boom te eten. Als
gevolg daarvan erfde de hele mensheid van hen de neiging om te zondigen. Dus om Jezus vrij van deze
zondige natuur geboren te laten worden, moesten ze geloven dat hij zonder vader was verwekt. Op die
manier zou hij geen afstammeling van Adam zijn en dus niet de zogenaamde zondige natuur van Adam
hebben geërfd.

Maar dit roept de vraag op dat, aangezien Maria zowel een vader als een moeder had, zij, als het waar
is dat alle mensen zonde erven, een zondige natuur zou hebben. Daarom zou Jezus, geboren uit Maria,
een zondige natuur van haar geërfd kunnen hebben, zelfs als hij geen vader had! Om dit probleem te
ondervangen, bedachten ze het denkbeeld dat God Maria op wonderbaarlijke wijze vrij van zonde
hield. In 2005 gaven anglicaanse en rooms-katholieke theologen een gezamenlijk rapport uit waarin
stond:

“Met het oog op haar roeping om de moeder van de Heilige te zijn (Lucas 1:35), verklaren we
gezamenlijk dat het verlossingswerk van Christus tot in Maria’s diepste wezen terugreikte, tot
haar vroegste begin. Zij werd behoed voor alle smet van de erfzonde en vanaf het eerste
moment van haar conceptie.”

Het is een zeer vreemde bewering dat het zuiveringswerk van Jezus “terugreikte” in de tijd, naar de tijd
dat zijn moeder werd verwekt in de schoot van haar moeder! Ze hebben Maria alleen maar vrij van
zonde gemaakt omdat ze Jezus zou baren, en niet vanwege zichzelf. Ze wordt niets meer dan een
instrument voor de geboorte van Jezus.

De koran leert niet dat ieder mens van nature, vanaf zijn of haar geboorte, geneigd is om te zondigen.
Er staat:

“Zeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen. Daarna brengen Wij hem terug tot
het laagste van het laagste, behalve degenen die geloven en goed doen; voor hen is er een
beloning die nooit zal worden afgesneden” (95:4-6).

Geschapen zijn “in de beste vorm” is precies het tegenovergestelde van geboren worden met zonde
als erfenis. Het betekent dat hij bij zijn schepping de mogelijkheden heeft om op te stijgen en vooruit
te gaan, niet om in verval te raken. Als hij zich slecht gedraagt, wordt hij teruggebracht tot het laagste
van het laagste, lager dan welk dier dan ook. Maar zij die geloven en goede daden verrichten worden
niet verlaagd, maar zij zullen steeds verder vooruitgaan. Hun beloning zal “nooit worden afgesneden”
omdat zij nooit terugvallen en achteruit zullen gaan.

Maria wordt meerdere keren in de koran genoemd, maar ze is een heilig persoon op zich. Hoofdstuk
19 heet Maria. Het vertelt in het kort de geschiedenissen van verschillende profeten. Deze
geschiedenissen beginnen steeds met woorden zoals: “En vermeld Abraham in het Boek” (19:41), “En
vermeld Mozes in het Boek” (19:51), “En vermeld Ismaël in het Boek” (19:54), “En vermeld Idrīs in het
Boek” (19:56). Naast de vermelding van deze profeten, vertelt het ook het verhaal van Maria die Jezus
baart, en dat gedeelte begint met de woorden: “En vermeld Maria in het Boek” (19:16). Zij krijgt dus
een gelijkwaardige vermelding in de koran naast de grootste profeten.

In hoofdstuk 3 vertelt de Koran over haar geboorte en vroege leven. We lezen dat Maria’s moeder bij
de geboorte van Maria tot God bad met de woorden:

“Ik heb haar Maria genoemd, en ik vertrouw haar en haar nakomelingen toe aan Uw
bescherming tegen de vervloekte duivel” (3:36).

Dit gebed laat duidelijk zien dat Maria’s moeder niet geloofde in de leer dat mensen met een zondige
natuur worden geboren. Ze geloofde dat Gods bescherming mensen kan behoeden voor misleiding
door de duivel. Maria’s moeder bad zowel voor Maria als voor Maria’s nakomelingen. Haar gebed laat
zien dat ze een toekomst voor ogen had waarin Maria zou trouwen en kinderen zou krijgen. Ze had
duidelijk niet in gedachten dat Maria zelf een kind zou verwekken zonder menselijke echtgenoot.

Het verhaal in de koran vertelt ons vervolgens dat Maria door God werd geaccepteerd. Ze kwam onder
de hoede van een heilige man, Zacharias, en werd als kind gewijd aan de dienst van de Joodse tempel.
Zacharias raakte zeer onder de indruk van haar toewijding en omdat hij zelf kinderloos was, bad hij om
een even zo deugdzaam kind als Maria. Allah verhoorde zijn gebed en schonk hem Yahya, of Johannes
de Doper zoals hij in de evangeliën wordt genoemd. De koran zegt dat Zacharias te horen kreeg dat
deze zoon “eervol en kuis zou zijn en een profeet uit het midden van de goeden” (3:39). Zacharias kreeg
dus de belofte van een rechtschapen jongen, bovendien een profeet, die de spirituele rang van een
meisje, Maria, waardig zou zijn. Dit laat duidelijk zien dat een vrouw een voorbeeld kan zijn voor en
een doel waarnaar mannen zouden moeten streven. Dit alles gebeurde vóór de geboorte van Jezus:
zeer rechtschapen personen, een vrouw en een man, Maria en Johannes de Doper, kwamen ter wereld
als gevolg van gebed tot God – het gebed van Maria’s moeder en het gebed van Johannes’ vader. Dit
laat zien dat mensen kort voor de tijd van Jezus ook rechtschapen konden zijn door de genade van God
zonder enige genade van Jezus te ontvangen.

Yahya of Johannes de Doper werd geboren nadat zijn vader, die de rechtschapenheid van Maria zag,
bad om zo’n kind voor zichzelf en zijn bejaarde vrouw. Na Yahya of Johannes is Jezus de tweede
mannelijke persoon die zijn rechtschapenheid aan Maria te danken heeft. Volgens de koran ontving
Maria, voordat zij van God het nieuws van de geboorte van Jezus kreeg, de openbaring:

“O Maria, voorzeker, Allah heeft u gekozen en u gereinigd en u gekozen boven de vrouwen van
de wereld” (3:42).

Ze had dus deze hoge positie in de ogen van God voordat ze Jezus had verwekt of zelfs maar wist dat
ze Jezus zou verwekken. Het is redelijk om te concluderen dat, hoewel Jezus een profeet van God was
en daarom door God zelf werd gereinigd, het nobele karakter en de spirituele kwaliteiten van zijn
moeder toch een vitale rol moeten hebben gespeeld in de opvoeding van Jezus. Het was niet zo dat
Jezus van Maria een rechtschapen vrouw maakte en dat zij haar goedheid aan hem te danken had,
zoals de samen afgesproken theorie van de katholieken en protestanten stelt. Het was Maria die Jezus
een voorbeeld van rechtschapenheid gaf en hij had dit aan haar te danken.

Moge Allah ons dus in staat stellen om de ware status van Maria en Jezus aan de wereld te presenteren:
Maria – een door God gekozen vrouw in haar eigen recht, en Jezus – een sterfelijke profeet, vóór wie er
soortgelijke profeten en rechtschapen mensen waren.

Gepubliceerd door Islamlab
Vertaald door Reza Ghafoerkhan

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare