De religie van goede werken

Vrijdag choetba door Dr Zahid Aziz, voor de Lahore Ahmadiyya UK, 26 augustus 2022 1 Heeft u degene gezien die de religie ontkent? 2 Dat is degene die de wees hardvochtig behandelt. 3 En die niet aanspoort tot het voeden van de behoeftigen. 4 Dus wee de biddenden. 5 Die onachtzaam zijn in hun gebed! […]

Vrijdag choetba door Dr Zahid Aziz, voor de Lahore Ahmadiyya UK, 26 augustus 2022

1 Heeft u degene gezien die de religie ontkent?

2 Dat is degene die de wees hardvochtig behandelt.

3 En die niet aanspoort tot het voeden van de behoeftigen.

4 Dus wee de biddenden.

5 Die onachtzaam zijn in hun gebed!

6 Die (goed)doen om gezien te worden.

7 En die nalaten te daden van goedheid te plegen!

Dit is een van de vroegste openbaringen aan de profeet Mohammed (v.z.m.h.), die tot hem
kwam kort nadat hij was aangesteld als boodschapper van Allah. Het is een bekend kort
hoofdstuk van de heilige koran. Het valt op dat de vroegste openbaringen in de koran de nadruk
leggen op het goed doen aan de behoeftigen en de armen. Het eerste vers vraagt aan de Profeet,
of aan degene die dit vers leest, wie is volgens u een ontkenner van de religie of de dīn? Maar
de dīn of de religie van de islam, zoals wij die nu kennen, was toen nog niet geopenbaard. Er
was geen azān, of oproep tot gebed, geen vastgesteld vijfmaal daags gebed zoals later werd
ingesteld, geen vasten in de maand Ramadan, geen zakāt, geen ḥadj zoals die later werd
ingesteld, noch was er iets ḥalāl of ḥarām verklaard. Vandaag de dag zou men iemand die een
van deze zaken ontkent, beschouwen als iemand die de dīn ontkent. Maar op dat moment, toen
deze so̅e̅rah werd geopenbaard, was de enige religie zoals die aan moslims was onderwezen het
geloof in Eén God zonder enige deelgenoot, het aanbidden van Hem alleen en het geloof in de
profeet Mohammed als boodschapper. Afgezien van deze primaire geloofspunten, wat zou
iemand in die tijd kunnen ontkennen wat van hem een ontkenner van de religie zou kunnen
maken?

Dit korte hoofdstuk gaat over een dīn of religie die al bestond voordat het grootste deel van het
gehele bouwwerk dat de islam definieert aan de wereld was geopenbaard. En dat is de religie
van het helpen van hen die hulpbehoevend zijn. Als je dat niet doet, ontken en verwerp je de
religie. De koran zegt hier met zoveel woorden: welke godsdienst Allah in de jaren die gaan
komen door middel van Zijn boodschapper ook zal instellen, iedere persoon die op een
hardvochtige manier met wezen omgaat of ervan afziet de behoeftigen te voeden en anderen
aan te sporen de behoeftigen te voeden, zo’n persoon heeft die religie al ontkend. Als jullie je
op die manier willen gedragen, dan heeft het geen zin om jullie de verdere bijzonderheden van
de godsdienst bij te brengen. Dit punt wordt in de volgende verzen naar voren gebracht. Er
wordt ons gezegd dat de biddenden tegenspoed en een slechte afloop zullen meemaken (dit is de betekenis van “wee” voor hen) als zij geen aandacht schenken aan hun gebeden en die
achteloos verrichten. Al het goede dat zij doen, doen zij alleen maar om te laten zien dat zij
goed doen, en zij verzuimen om zelfs maar kleine, alledaagse en onbeduidende daden van
vriendelijkheid voor anderen te verrichten.

Zoals ik al zei, zelfs voordat het gebed in de islam werd ingesteld, met vastgestelde woorden
en bewegingen en gebedstijden, werd aan de mensen verteld dat hun gebeden nutteloos zijn als
ze er niets van opsteken over het helpen van anderen. En ook al verrichten ze ogenschijnlijk
goede daden, of het nu gebed of liefdadigheid is, het zijn eigenlijk egoïstische daden, die ze
doen om goed voor de dag te komen in de ogen van anderen. Ze verrichten niet de kleine,
gemakkelijk uit te voeren daden van goedheid. Dit kan zijn omdat zulke daden instinctief en
van nature worden gedaan, zonder enige planning vooraf, hoewel het niet in hun aard zit om
zoiets te doen. Het kan ook zijn omdat ze door zulke minieme daden geen roem of bekendheid
op de wereld krijgen, omdat ze niet kunnen beweren iets heel groots gedaan te hebben door,
bijvoorbeeld, je buurman een kopje suiker te lenen.

De goede daden die hier worden genoemd, maken allemaal deel uit van de menselijke aard en
natuur. We zien dus dat mensen over de hele wereld graag zulke daden willen verrichten. We
zien ook dat hoe meer kennis, educatie en verlichting zich verspreiden, hoe meer mensen en
samenlevingen zich beginnen te bekommeren om de armen en behoeftigen. Hier in het
Verenigd Koninkrijk werden in de 19e eeuw wezen, achtergelaten kinderen en armen heel
slecht behandeld. Je kunt hierover lezen in romans uit die tijd, zoals het verhaal van Oliver
Twist. Kinderen die niemand hadden om voor hen te zorgen, werden naar inrichtingen gestuurd
die werkhuizen werden genoemd en nog voor hun tienerjaren werden ze aan het werk gezet.
Toen begonnen bezorgde individuen deze vormen van misstanden en onrechtvaardigheid te
erkennen. Er werden liefdadigheidsorganisaties opgericht om hen te helpen. Later besefte de
samenleving dat deze hulp niet als liefdadigheid moest worden verleend, maar als een recht van
deze mensen dat de overheid hen moest geven. Dit recht wordt ook genoemd in een vroege
openbaring in de koran. In hoofdstuk 51, so̅e̅rah Al-Zāriyāt (De Verspreiders), wordt gezegd
dat de rechtschapenen diegenen zijn die, in de eerste plaats, doen wat goed is voor anderen.
Hun volgende kwaliteit die genoemd wordt, is dat zij ‘s nachts en in de ochtend bidden.
Vervolgens staat er:

In een andere vroege openbaring worden dezelfde woorden gebruikt, maar in plaats van gewoon
“een recht” staat er “een bekend recht” (70:24), ḥaqq-oen ma‘lo̅e̅m. Met andere woorden, het
is een recht dat in de wet of grondwet moet zijn vastgelegd. Natuurlijk moeten we ons realiseren dat wanneer een staatsinstelling hulp aan armen en behoeftigen biedt, dit het individu absoluut
niet ontslaat van de taak om zelf, vrijwillig, deze plicht te vervullen aan degenen van wie hij
weet dat ze behoeftig zijn. Sterker nog, een individu kan geen morele vooruitgang boeken als
hij of zij de dringende behoeften van anderen niet plaats boven zijn eigen persoonlijke
verlangens.
Er is een andere so̅e̅rah in de koran, Al-Balad (hoofdstuk 90, De Stad), dat een openbaring is
uit de tijd dat de profeet Mohammed net aan zijn missie was begonnen. Dit hoofdstuk legt de
nadruk op de noodzaak om de verdrukten en de armen te helpen. Er staat eerst:

Met de “twee onderscheiden wegen” worden de goede en verkeerde wegen bedoeld die
duidelijk zichtbaar zijn voor de mens. Met zijn ogen kan een mens lezen en informatie
inwinnen. Hij kan ook zien wat er in de wereld gebeurt en het goede en slechte gedrag van
mensen om hem heen. Dan heeft hij een tong en lippen. Hiermee kan hij vragen stellen om meer
informatie en duidelijkheid te krijgen als hij iets niet goed begrijpt. Hij kan ook bijdragen aan
kennis en deze aan mensen onderwijzen. Behalve deze vermogens, van leren en onderwijzen,
die Allah aan de mens heeft gegeven, heeft Hij ook openbaring gezonden die hem enerzijds de
weg van zelfvernietiging toont en anderzijds de weg van zelfontplooiing. De volgende verzen
noemen de weg van zelfontplooiing de “opwaartse weg”. Ze zeggen:

Voordat het geloof in welke religieuze leer dan ook of welke religieuze praktijk dan ook wordt
genoemd, wordt ook hier verteld, net als in hoofdstuk 107,dat de mens eerst de opwaartse weg
moet beklimmen om het leed van anderen te verlichten. Het volgende vers zegt:

Het is dus na iemands verrichtingen om de behoeftigen te helpen dat iemand tot de gelovigen
gerekend kan worden en tot de groep van gelovigen kan behoren. Het is erg jammer dat
moslimnaties ver achter zijn gebleven bij de niet-moslimnaties van deze moderne tijd als het
gaat om deze daden van het bevrijden van slaven en het voeden en ondersteunen van de armen
in letterlijke zin. Hierdoor voldoen moslimnaties niet aan de criteria van gelovigen zoals in dit
hoofdstuk van de koran wordt gegeven.

We moeten ook eraan denken dat met het “bevrijden van een slaaf” niet alleen de letterlijke
betekenis wordt bedoeld in vrijheid stellen van een persoon die het bezit is van iemand anders.
Het betekent ook het bevrijden van mensen uit de greep van onderdrukkers zoals geldschieters
of andere mensen die zich schuldig maken aan misbruik. Het heeft ook betrekking op het
bevrijden van mensen uit mentale slavernij of uit slavernij aan verkeerde gewoonten. Maar het
houdt ook in dat je jezelf bevrijdt van slavernij aan je aardse en egoïstische verlangens.
Een wees voeden kan ook betekenen dat je onderwijs en kennis verschaft aan hen die dat
ontberen en dat je zo hun hersenen en gedachten voedt met intellectueel en spiritueel voedsel.
Nogmaals, het hoeft niet om andere mensen te gaan, maar u kunt ook zelf die wees zijn die
verstoken is van kennis.

De arme die in het stof ligt kan iemand zijn die te zwak is om overeind te klimmen uit het lage,
wereldse leven dat hij leidt, omdat hij geen kennis of krachtig karakter heeft. Ook dat kan niet
alleen voor iemand anders gelden, maar ook voor uzelf.
Een aantal verzen eerder zegt dit hoofdstuk Al-Balad dat er een tijd zal komen dat iemand zal
zeggen:

Dat zal het geval zijn als hij de neerwaartse weg had gevolgd. Als hij niets van zijn rijkdom had
besteed aan het wegnemen van de zorgen van anderen, of om zichzelf te verbeteren. Volgens
de profeet Mohammed vallen rijkdom en kennis in dezelfde categorie wat betreft hun nut en
bruikbaarheid. Er is een bekende ḥadīth dat zegt je niet jaloers mag zijn behalve in twee
gevallen: dat je jaloers bent op iemand “aan wie Allah rijkdom heeft gegeven en de
mogelijkheid om het uit te geven op de weg van de waarheid,” en “aan wie Allah kennis heeft gegeven en hij oordeelt ernaar en onderwijst het,” (Boechari, ḥadīth 73). Let op het woord “en”
hier. Verspilling van rijkdom zoals genoemd in dit hoofdstuk is dus ook verspilling van kennis.
Je kunt kennis verspillen door er niet naar te handelen, het niet aan anderen te onderwijzen of
het te misbruiken voor je eigen egoïstische verlangens in plaats van anderen te helpen.

Aan het begin van dit hoofdstuk Al-Balad brengt Allah een eed naar voren met het vers:

In wat moderner Nederlands is dit: “Bij de vader en het nageslacht dat hij heeft voortbracht!”
Met andere woorden: kijk naar de vader en het kind dat hij heeft voortgebracht! In het algemeen
wordt gezegd dat met “vader” de profeet Abraham wordt bedoeld en met zijn “nageslacht” de
profeet Mohammed. Maar aangezien er later sprake is van het bevrijden van slaven en het
voeden van de wezen die verwant zijn en de armen, zou met “de vader” ook de gelovige bedoeld
kunnen worden die de misdeelden uit hun nood helpt. Met “nageslacht” zou dan de mensen
bedoeld kunnen worden die hij op die manier helpt. Dus tegen een gelovige wordt gezegd om
als een vader te worden voor deze behoeftige mensen en hen een nieuw leven te geven, dus in
zekere zin hen geboren te laten worden.

Moge Allah ons in staat stellen om de religie en de dīn van het goed doen aan andere mensen
te volgen. – Āmīn.

Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare