Vrijdagspreek door Maulana Muhammad Ali, 11 maart 1921
Ik getuig dat niemand het verdient om gediend te worden behalve Allah,
en ik getuig dat Mohammed de dienaar en boodschapper van Allah is.
Hierna vraag ik Allah om bescherming tegen de vervloekte duivel.
In de naam van Allah, de Weldadige, de Barmhartige.


Natuurverschijnselen als voorbeeld om inzicht te verkrijgen in spirituele waarheden
Veel verzen van de Heilige Koran vestigen onze aandacht op de natuur en op natuurverschijnselen. Dit is bedoeld om inzicht te krijgen in de spirituele waarheden die worden verkondigd en ze te onderbouwen. Mensen aanvaarden over het algemeen datgene wat zij zelf ervaren, en deze persoonlijke ervaring fungeert als bewijs dat hun overtuiging versterkt. De Heilige Koran maakt veelvuldig gebruik van deze methode om het bestaan van Allah, de Allerhoogste, aan te tonen. In sommige verzen richt Allah onze aandacht op het feit dat Hij de Schepper is van de hemelen en de aarde, terwijl andere verzen wijzen op de dorre aarde die
door regenwater tot leven wordt gebracht. En zo worden ook andere natuurverschijnselen herhaaldelijk naar voren gebracht.
Het bestaan van het Goddelijk Wezen
Het bestaan van het Goddelijk Wezen vormt het fundament van alle religies. Toch is het bewijzen van Zijn bestaan een enorme uitdaging — zelfs groter dan het beantwoorden van de vraag waarom religie überhaupt nodig is. De Heilige Koran behandelt dit onderwerp door rationele argumenten aan te voeren en te verwijzen naar de getuigenissen van die personen die
door de eeuwen heen wijsheid en leiding aan alle volkeren hebben gebracht. Daarnaast spreekt de Koran onze eigen zintuigen en ervaringen aan, opdat wij door middel van rationele redenering uit deze ervaringen het bestaan van Allah kunnen afleiden. In de volgende verzen vestigt Allah daarom onze aandacht op wat ieder mens dagelijks ziet en ervaart:
“En de hemel, die richtten Wij hoog op met macht, en waarlijk, Wij zijn de Maker van ruime uitgestrektheid. En de aarde, Wij hebben haar uitgespreid; hoe voortreffelijk hebben Wij (haar) dan bereid. En van ieder ding hebben Wij paren geschapen, opdat u
indachtig zult zijn.” – 51:47-49
Het bestaan van paren in de natuur
De relatie tussen de hemelen en de aarde kunt u zien als een paar, waarbij de hemelen zijn voorzien van de kracht om hun invloed uit te oefenen op alles eronder, en waarbij de aarde ontvankelijk is voor die invloed. Hoe kunnen we deze paarvorming begrijpen? Uit de hemel valt regenwater op aarde, en de aarde reageert daarop door haar verborgen capaciteiten naar buiten te brengen. Zelfs de meest vluchtige waarnemer herkent deze wisselwerking tussen de hemel en de aarde. Allah, de Allerhoogste, vertelt ons dat deze schepping van paren een universeel
fenomeen is:
“En van alles hebben Wij paren geschapen, opdat u zich daarvan bewust zult zijn.” –
51:49
Er is geen ding op de wereld dat geen paar met iets anders vormt. Dit wordt verder uitgedrukt in de Heilige Koran in de volgende verzen:
“Glorie zij Hem Die van alle dingen paren schiep, van wat de aarde voortbrengt, en van
hun soort, en van wat zij niet kennen.” – 36:36
“En u ziet de aarde als onvruchtbaar land. Maar wanneer Wij er water op neerzenden,
komt zij in beweging en zwelt op, en doet van ieder schone soort (in paren) daarop
groeien.” – 22:5
Toen de Heilige Koran deze waarheid verkondigde, kenden mensen met kennis en inzicht slechts enkele paren in de natuur. Modern wetenschappelijk onderzoek heeft deze bevinding in de natuur bevestigd en zal verdere bevestiging krijgen naarmate de wetenschappelijke kennis toeneemt. De kennis van de mens is beperkt en gaat maar langzaam vooruit, Allah weet wat er
in de toekomst gebeurt. Hij zegt ons verder:
“En Wij hebben er van iedere schone soort (in paren) op doen groeien.” – 50:7
“En van ieder ding hebben Wij paren geschapen, opdat u indachtig zult zijn. Derhalve,
vlucht tot Allah. Waarlijk, ik ben tot u een duidelijke waarschuwer van Hem.”
– 51:49-50
De relatie tussen de menselijke ziel en Allah
Nadat de aandacht is gevestigd op de analogie tussen de paarvorming van hemel en aarde en het bestaan van paren overal in de natuur, wordt onze aandacht vervolgens naar Allah geleid met de woorden: “Derhalve, vlucht tot Allah.” Hiermee wordt bedoeld duidelijk te maken dat ook de relatie tussen de menselijke ziel en Allah een paar op zich vormt. Deze relatie wordt
aangevoerd als bewijs voor het bestaan van het Goddelijk Wezen.
Als we naar de wereldgeschiedenis kijken, zien we dat wijsgeren en filosofen ook wel als “leraren van deugd” worden beschouwd. Dit komt omdat zij de mensheid grote diensten hebben bewezen door filosofische werken te schrijven, in het bijzonder over de innerlijke menselijke capaciteiten en zijn morele eigenschappen. Deze grote denkers verdiepen zich grondig in wereldse aangelegenheden en leggen de ware aard der dingen bloot. Ze gaan tot in de kleinste details op verschillende gebieden van kennis en disciplines, en ontdekken daarbij zeer fijne en subtiele zaken. Ondanks dit alles zijn zij echter niet in staat om de mensheid van de weg van het kwaad naar het pad van rechtschapenheid te leiden. Deze taak is slechts voorbehouden aan de die rechtschapen dienaren die Allah zelf heeft aangewezen. Tot deze groep behoren Allah’s Boodschappers en hervormers.
Er is een duidelijk verschil tussen een filosoof en een profeet: de eerste is er nooit in geslaagd de mens van het kwade naar het goede te leiden. Deze taak is altijd vervuld geweest door degenen die Allah voor dit doel heeft aangewezen. Wij kunnen tevergeefs de bladzijden van de wereldgeschiedenis doorzoeken om een filosoof te vinden die zulke ingrijpende veranderingen
teweeg heeft gebracht als die welke bewerkstelligd zijn door degenen die door Allah zijn aangewezen voor de taak van hervorming. Hervormers zijn in verschillende landen en in verschillende periodes verschenen. Op het eerste gezicht lijken hun leringen misschien van elkaar te verschillen, maar hun levens getuigen van één universele waarheid. Of zij nu duizend jaar geleden waren verschenen of in het heden, en in welke regio van de wereld dan ook: hun gemeenschappelijke doel is altijd geweest om mensen van het kwade naar het goede te leiden.
Het is zinloos om te proberen Allah met het fysieke oog waar te nemen, omdat Hij geen Wezen is dat met op die manier waargenomen kan worden. Nee, Hij is een onzichtbare Werkelijkheid. Met dit stoffelijk oog kan men stoffelijke zaken waarnemen, maar wat niet stoffelijk is, is voor het stoffelijk oog niet zichtbaar. We hebben echter een andere methode om werkelijkheden
waar te nemen die niet zichtbaar zijn voor de ogen. Die methode is als volgt: men poneert eerst een bepaalde hypothese.Vervolgens wordt uit experimentele waarneming conclusies getrokken om te bepalen of deze hypothese juist is of niet.
Neem bijvoorbeeld het principe van de zwaartekracht. Het menselijk oog kan deze kracht niet waarnemen. Zij werd eerst theoretisch geformuleerd en later door experimenten bevestigd. Aanvankelijk was zij slechts een theoretisch principe, maar haar bestaan staat nu vast. Op dezelfde manier had niemand zich eerder kunnen voorstellen dat lucht, water en elektriciteit beheerst konden worden en aangewend om talloze nuttige functies te vervullen. Op dat moment kon niemand met argumenten bewijzen dat deze elementen aan onze controle onderworpen konden worden. Maar toen iemand daarin wel slaagde en dit aantoonbaar maakte,
bestond er geen twijfel meer dat zij bestemd waren voor ons welzijn. Net zoals de mens fysieke krachten kan beheersen en in zijn voordeel aanwenden, zo kan hij ook op moreel en spiritueel gebied vele krachten aan zich onderwerpen en daarvan voordeel behalen.
Het cultiveren van de menselijke ziel
De mens bestaat uit twee componenten: lichaam en geest. Wij hebben geleerd de natuurkrachten te beheersen en daarvan te profiteren — maar kunnen wij net zo ook onze spirituele vermogens cultiveren en daaruit profijt halen? Sommigen ontkennen dit en stellen dat er geen middelen bestaan om de menselijke geest te voeden. Gelovigen daarentegen zijn ervan overtuigd dat er wel zulke middelen bestaan, en dat we daarvoor leiding en hemels licht tot onze beschikking hebben. Uiteindelijk draait alles om één centrale vraag: heeft iemand ooit aantoonbaar grote spirituele en morele voordelen ontvangen door een band met Allah te
smeden? Als zulke mensen er niet zijn, dan wordt het bestaan van Allah twijfelachtig. Want het louter erkennen van het bestaan Allah heeft geen nut, tenzij wij een werkelijke band met Hem vormen en daar baat bij hebben.
In zekere zin erkent zelfs een atheïst het bestaan van een Eerste Oorzaak als oorsprong van deze wereld. Deze erkenning levert hem echter geen enkel voordeel op, zolang hij niet in staat is een band met God te smeden en daar daadwerkelijk baat bij te hebben, zoals anderen dat hebben gedaan.
Op dit punt bevestigt de menselijke ervaring de religie. Elke wezenlijke verandering ten goede die zich in de wereld heeft voorgedaan, is steeds voortgekomen uit mensen met een religieuze inslag. Zelfs nu is het de kracht van de religie die de mensheid, in meerdere of mindere mate, op het goede pad houdt. In haar onvolmaakte vorm heeft religie de mensen tot op zekere hoogte
in die richting geleid; maar in haar volmaakte vorm, zoals in de islam, leidt zij de mens volledig in de wegen van waarheid en rechtschapenheid.
Dit is het verschil tussen de islam en andere religies. In de islam zijn er door de tijden heen duizenden vrome gelovigen geweest die een volmaakte en levende relatie met Allah bezaten, terwijl andere religies deze graad van spirituele volmaaktheid niet bereiken. Zulke personen verkregen, door hun band met Allah de Allerhoogste, grote morele en spirituele weldaden en
zuiverden op hun beurt duizenden anderen. Dat dergelijke mensen van tijd tot tijd onder de moslims verschijnen, is een feit dat niet valt te ontkennen.
Wie heeft meer succes gehad: de groep van grote denkers en filosofen, of de groep van profeten en hervormers? Filosofen maken geen aanspraak op een band met God. Profeten en hervormers daarentegen hebben bijgedragen aan toename van goedheid en moraliteit, en hebben door een band met Allah de Allerhoogste tot stand te brengen vele weldaden verkregen. Weliswaar zijn
er door bepaalde omstandigheden misvattingen ontstaan over de eigenschappen van God, en hebben mensen foutieve zaken aan Hem toegeschreven — maar men kan niet ontkennen dat de mensheid juist door deze groep spirituele zuiverheid en hoge morele zeden heeft bereikt.
Zonder geloof in de Allerhoogste God is vooruitgang op het gebied van goedheid en zedelijkheid onmogelijk. Samenleving en beschaving kunnen niet in stand blijven zonder een leer van moraliteit en goedheid. Alleen die volkeren die in God geloofden, bereikten hoge morele zeden en beschaving. Degenen echter die geen geloof hadden in het bestaan van God, kwamen nooit
tot succes. En zelfs nu is het het geloof in God dat zorgt voor vrede in vele volken en landen. Want zonder God zouden zelfs de meest beschaafde volkeren vervallen tot barbaarsheid.
Vrees voor Allah en verantwoordelijkheid jegens Hem zijn de bron van wereldvrede. Er is slechts één kracht waarop die vrede berust. Als het geloof in dat Wezen verdwijnt, gaat de wereld ten onder. En hoe meer mensen tot een correct begrip komen van de eigenschappen van Allah, hoe groter de zedelijke en geestelijke verheffing van de mensheid zal zijn.
Kijk maar naar Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem), de Boodschapper van Allah— hoe
zijn correcte leer over Allah’s eigenschappen een ingrijpende omwenteling teweegbracht in een
land als Arabië, dat barbaars en bruut was. Men zoekt tevergeefs in de annalen van de
geschiedenis naar een vergelijkbaar voorbeeld. Hij trof Arabië aan in de slechtste toestand
waarin een volk zich kan bevinden — een volk dat zelfs de meest elementaire zedelijke waarden
ontbeerde. Maar hij bracht hen naar een niveau van verheffing waarboven geen hoger niveau
meer denkbaar is. Zelfs vijanden van de islam erkennen dit. En de bloei die de moslims daarna
bereikten op het gebied van beschaving en cultuur — de hele mensheid is hiervan getuige.
Hieruit blijkt dat zedelijke verheffing de wortel is van elke beschaving.
Het geloof in het bestaan van God leidt ook tot een onwrikbaar geloof in de verantwoording en
beloning en straf in het Hiernamaals. Het bevestigt bovendien dat hoe voortreffelijker en
nauwkeuriger de kennis van de eigenschappen van het Goddelijke Wezen is, hoe hoger het
niveau van zedelijke ontwikkeling in de samenleving zal zijn.
Maak nu eens een vergelijkende studie van alle hervormers en filosofen van deze wereld. U zult
ontdekken dat het altijd de door Allah aangewezen profeten en hervormers zijn geweest die het
goede in plaats van het kwade in deze wereld hebben gevestigd. Als men alle andere religies
buiten beschouwing laat en alleen naar de islam kijkt, blijkt dat veel van haar volgelingen
opklommen tot de hoogste niveaus van zedelijke en geestelijke ontwikkeling en een belangrijke
rol speelden bij het genezen van de gevaarlijkste morele en spirituele ziekten. Zelfs de
verschillende religieuze groeperingen die vandaag de dag bestaan, zijn meestal ontstaan dankzij
bepaalde rechtschapen dienaren van God, die door hun zedelijke en geestelijke
aantrekkingskracht een hele wereld aan zich wisten te binden.
Wie deze feiten in ogenschouw neemt, moet wel concluderen dat deze individuen ongetwijfeld
een band met God hadden. Als gevolg van deze band boekten zij niet alleen aanzienlijke
vooruitgang in de ontwikkeling van hun karakter, maar brachten zij ook een opmerkelijke
verandering in anderen teweeg. Geen enkele groep filosofen heeft een dergelijke geestelijke
omwenteling teweeggebracht of het karakter van anderen op een dergelijke wijze beïnvloed.
Hun aantal mag dan wel in de honderdduizenden lopen, maar het ontbreekt hen aan de geestelijke kracht om een aantrekkingskracht uit te oefenen of een vergelijkbare zedelijke
verandering bij de mensen teweeg te brengen. Hieruit blijkt dat het geloof in het bestaan van
het Goddelijke Wezen het fundament vormt van de zedelijke ontwikkeling van de mens; zonder
dat geloof verdient een mens het niet om mens genoemd te worden.
Om deze reden kan de mensheid, hoewel zij zich misschien afkeert van religie, deze niet geheel
en al opgeven. Net zoals het leven niet kan bestaan zonder zonlicht, stort de wereld in
geestelijke duisternis, en verdwijnen vrede en harmonie wanneer zij het bestaan van het
Goddelijk Wezen niet erkent. Degenen die de aanwezigheid van God erkennen — al moge dat
gepaard gaan met een leer van de drie-eenheid of vele goden — zijn beter af dan degenen die
Zijn bestaan volledig ontkennen.
Er kan geen samenleving gegrondvest worden als het bestaan van het Goddelijke Wezen daar
wordt ontkend. Zelfs de religies die Gods bestaan ontkennen, hebben een bepaald denkbeeld
van een Hogere Macht. Ook al bevat dat denkbeeld tekortkomingen, toch zijn zij beter af dan
zij die het bestaan van God volledig ontkennen.
Een van die religies is het boeddhisme. Volgens hun leer zijn de periodes van de wereld verdeeld
in tijdperken, of yuga’s. In elk tijdperk wordt een Boeddha geboren. Wie zich concentreert op
zijn eigenschappen of in zijn voetsporen treedt, verkrijgt verlossing. De onderliggende waarheid
van dit idee blijft echter dezelfde: zij beschouwen hun Boeddha als gelijkwaardig aan God. Op
het gebied van zedelijke ontwikkeling richten zij zich op de eigenschappen van een onvolmaakt
wezen dat zij als een Hogere Macht beschouwen, om zo geestelijke vooruitgang te bevorderen.
Zij kunnen religie dan ook niet volledig aan de kant schuiven.
Hoe meer een religie ons kan leren over de eigenschappen van God, hoe beter zij in staat is een
aantrekkingskracht op mensen uit te oefenen en hun zedelijke ontwikkeling te bevorderen. Als
je het verschil wilt zien tussen iemand die oprecht beweert hervorming teweeg te brengen en
iemand die dat valselijk beweert, kijk dan of hij goedheid en moraliteit tot ontwikkeling heeft
gebracht. Degenen die het kwaad in de wereld verdrijven en het goede propageren, zijn altijd
rechtschapen en hebben een band met God. Die band met God is de enige kracht die in het
verleden hervormingen teweeg heeft gebracht, en zal dat ook in de toekomst blijven doen.
Geloof moet in praktijk worden gebracht
Ik heb vandaag uitgelegd dat geloof iemands daden beïnvloedt. Loutere acceptatie zonder
daden is onvoldoende. Het erkennen van het bestaan van God heeft geen enkele zin, tenzij men
een band met Hem vormt. Helemaal aan het begin van de Heilige Koran wordt aan ons
medegedeeld:
“Dit boek – daarin is geen twijfel – is een leiding voor hen die zich (voor het kwaad)
hoeden. Die in het ongeziene geloven en het gebed onderhouden en uitgeven van wat
Wij hun hebben gegeven.” – 2:2-3
Zij die hun plicht vervullen, zijn degenen die in het Ongeziene geloven en het gebed verrichten.
Het gebed is van essentieel belang om een band met Allah tot stand te brengen. Daarom wordt
in de hadith het gebed aangeduid als de miʿrāj van de muʾmin— dat wil zeggen de geestelijke
opstijging van de gelovige — want het brengt de gelovige uiterst dicht bij Allah. Ook de Heilige
Profeet heeft het gebed beschreven als een bron van verkoeling (rust) voor zijn ogen; tijdens
het gebed ziet de gelovige Allah met zijn spiritueel oog.
De Heilige Profeet heeft ook gezegd dat je Allah met zoveel nederigheid moet aanbidden alsof
je Hem ziet. Sta in gebed alsof je Allah aanschouwt; anders kan het gebed, waarin je aandacht
afdwaalt, een struikelblok vormen voor je geestelijke ontwikkeling. Mondelinge erkenning en
aanvaarding zijn niet genoeg; het hart moet dat geloof bevestigen en ernaar streven een band
met Allah tot stand te brengen. Alleen dan kan spirituele en zedelijke ontwikkeling plaatsvinden.
Eenieder dient te streven deze band met Allah te ontwikkelen, en dit kan men bereiken door het
gebed te onderhouden dat — in de woorden van de Heilige Koran — de grootste kracht is die
een mens weghoudt van onfatsoenlijkheid en kwaad.
“Waarlijk het gebed houdt (de mens) af van onzedelijkheid en het kwade. En de
gedachtenis aan Allah is zeker het grootst.” – 29:45
Deze vorm van gebed leidt, wanneer zij goed wordt begrepen en in het hart en door daden
wordt bevestigd, de mens naar een hoger niveau van geestelijk bestaan. We mogen niet
vergeten aan Allah, de Allerhoogste, te blijven denken tijdens onze dagelijkse bezigheden. Het
erkennen van Zijn eigenschappen door middel van gebed en daden en het tot stand brengen
van een band met Hem zouden het doel en de zin van ons leven moeten zijn.
Vertaald door Reza Ghafoerkhan
Gepubliceerd door IslamLab
