Vrijdag choetba door Dr Zahid Aziz, voor de Lahore Ahmadiyya UK, 18 augustus 2023

Men gaat er in het algemeen van uit dat deze verzen spreken over het einde van de wereld zoals
wij die kennen, wanneer de dag des oordeels zal aanbreken en mensen de hemel of de hel zullen
binnengaan. Toen de koran werd geopenbaard, en vele eeuwen daarna, konden mensen de
gebeurtenissen die hier worden genoemd alleen maar op één manier zien, namelijk als een
verwijzing naar de tekenen van de dag des oordeels. Ze konden zich namelijk niet voorstellen
dat er iets dergelijks zou gebeuren op basis van hun normale menselijke ervaringen op aarde.
Maar toen brak er een tijd aan, ongeveer tweehonderd jaar geleden, toen veel van deze tekenen,
sterker nog, de meeste ervan, op de wereld leken te verschijnen binnen het normale menselijk
leven.
Volgens de geleerden van de Ahmadiyya Beweging betekent dit uitkomen van die tekenen het
bewijs dat er ook een echte dag des oordeels zal komen. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad schrijft
dat sommige van deze verzen, zoals “wanneer de zon opgevouwen wordt”, en “wanneer de hel
ontstoken is,” lijken te wijzen op alleen de dag des oordeels. Maar hij zegt dat dit niet betekent
dat ze allemaal enkel en alleen wijzen op de dag des oordeels en dat de zaken die die verzen
zeggen niet eerder kunnen gebeuren. En zoals Maulana Muhammad Ali heeft uitgelegd in zijn uitleg van de koran, kan men zelfs die verzen die men, letterlijk gezien, alleen kan toepassen
op de tijd dat de wereld ten einde zal komen, ook metaforisch toepassen op omstandigheden
tijdens het normale bestaan van de wereld.
Hazrat Mirza Ghulam Ahmad heeft zelf uitgelegd hoe dat soort tekenen in de tijd dat hij leefde
voor de ogen van mensen werden vervuld en gezien. Deze vervulling, zegt hij, is een bewijs
van zijn aanspraak dat hij de grote hervormer was wiens komst was voorspeld. Er zijn namelijk
profetieën die spreken over deze tekenen die verband houden met zijn komst.
Laten we kijken naar de eerste twee verzen die ik net heb reciteerde uit het begin van hoofdstuk
81 van de koran:
“Wanneer de zon opgevouwen wordt, en wanneer de sterren stofkleurig worden.”
De verzen zeggen deze dat er zowel overdag en ‘s nachts duisternis zal ontstaan. Welnu,
overdag leggen mensen zich toe op hun externe wereldse activiteiten en houden zich intensief
bezig met zaken die buiten henzelf liggen. En ‘s nachts keren mensen zich naar binnen en
richten zich op hun eigen gedachten en dromen. Deze twee verzen wijzen op een tijd waarin
mensen niet in staat zullen zijn om de juiste spirituele leiding te vinden. Het zal hen niet lukken
door hun activiteiten overdag, door de wereld om hen heen te bestuderen, noch door ‘s nachts
in hun ziel te kijken. Dat zou een tijdperk van materialisme zijn.
Deze twee verzen zouden ook letterlijk vervuld kunnen zijn op de wereld. Een onderzoek in
2019 heeft aangetoond dat “luchtvervuiling de hoeveelheid zonlicht die het aardoppervlak
bereikt reduceert door het te absorberen en door de atmosfeer te verstrooien”. Wat de nacht
betreft, is het bekend dat mensen in deze moderne tijd zoveel licht produceren dat het steeds
moeilijker wordt om sterren duidelijk te zien. Ik vond een artikel op een astronomische website,
genaamd ‘Canada Under the Stars’ met de titel: ‘Light Pollution: When stars disappear’ waarin
staat: “In de sterrenkunde is lichtvervuiling een reëel en urgent probleem. Het zorgt ervoor dat
het contrast tussen de donkere hemel en de hemelse lichtbronnen afneemt, waardoor het
moeilijker wordt om de sterren te zien.”
Het volgende teken, dat in vers 3 wordt genoemd, is:
“En wanneer de bergen weggemaakt worden.”
Ten tijde van de openbaring van de koran, en eeuwen daarna, zou het wegmaken van de bergen
alleen maar het beeld opgeroepen kunnen hebben van een grote en onvoorstelbare vernietiging
die op aarde zal plaatsvinden. Maar dit teken is uitgekomen in het dagelijkse leven van de mens,
omdat bergen niet langer meer de belemmering vormen voor de mens die ze altijd geweest zijn.
Om over bergketens te kunnen gaan moesten mensen de natuurlijke bergpassen vinden die er
waren; bijvoorbeeld de beroemde Khyberpas die vanuit het westen naar het Indiase
subcontinent leidt en waarover de legers kwamen die India binnenvielen. Maar er kwam een tijd dat er tunnels door de bergen gebouwd konden worden, zodat het verkeer er doorheen kon,
via een veel kortere en veiligere route dan om of over de bergen heen. Je kunt zulke tunnels
zelfs zien in Makkah, dat omgeven is door heuvels.
Mensen kunnen ook vliegen over bergen. Het aantal mensen dat de hoogste bergen ter wereld
beklimt, is enorm toegenomen. Je kunt foto’s zien van hele rijen met klimmers. Een
nieuwswebsite zegt: “In feite verschillen de taferelen op de Everest niet veel van een drukke
supermarkt, tot aan de rijen aan het einde toe.” Natuurlijk zijn deze bergen niet ‘weggemaakt’
in de zin van dat ze verdwenen zijn, maar ze vormen niet langer meer een belemmering voor
de verplaatsingen van de mens.
Het volgende vers zegt:
“En wanneer de kamelen verlaten worden.”
Het woord voor kamelen hier is ‘ishār. Het heeft betrekking op een vrouwtjeskameel die tien
maanden drachtig is, en die daarom zeer waardevol is. Men denkt over het algemeen dat dit van
toepassing is op de dag des oordeels, wanneer de mensen in een zodanige staat van schrik en
vrees zullen verkeren dat zij kostbare bezittingen, zoals deze waardevolle kamelen, zullen
achterlaten. Echter, vanaf ongeveer 150 jaar geleden, hebben we gezien dat dit vers in
vervulling is gegaan met de ontwikkeling van gemotoriseerde vervoermiddelen zoals de trein
en de auto. Kamelen zijn niet langer nodig om hun belangrijkste functie, het vervoeren van
mensen en goederen, te vervullen.
Er is een hadith in Sahih Muslim dat zegt, dat een van de tekenen van de komst van de Messias
in de laatste dagen is dat “de kamelen aan de kant zullen worden gelaten en niet voor werk
zullen worden gebruikt”. De woorden vertaald als “niet gebruikt zullen worden voor werk”
kunnen ook vertaald worden als “niet gebruikt zullen worden voor reizen” (Sahih Muslim, Boek
van Geloof, hfst. 71). Hazrat Mirza Ghulam Ahmad bracht deze profetie naar voren ter
ondersteuning van zijn aanspraak en zei dat op het moment van zijn komst een nieuwe vorm
van transport, de spoorwegtrein, het gebruik van kamelen heeft vervangen. Hij schreef ook dat
men dit teken in Arabië zelf kan zien met het begin van de aanleg van een spoorlijn om Madinah
met Makkah te verbinden. Hij wees op wat men de Hejaz spoorlijn noemt, die werd aangelegd
door het Turkse Ottomaanse rijk, beginnend in Damascus, om via Madinah te lopen en vandaar
verder naar Makkah voor het gemak van de pelgrims. In een boek over pelgrims die de
traditionele manier van reizen gebruikten, staat: “Niet opgewassen tegen de zware, bergachtige
omstandigheden, stierf tot 20% van de pelgrims onderweg.”
Het deel van deze spoorweg van Damascus naar Madinah werd tussen 1900 en 1908 aangelegd
en bereikte Madinah op 1 september 1908. Het verkortte de reistijd van 45 dagen, vol gevaren,
naar slechts 5 dagen. De financiering voor dit project kwam niet alleen van de Turkse regering,
maar ook van moslims van over de hele wereld. Een rijke krantenredacteur en leraar uit de Punjab, Muhammad Inshaullah genaamd, was een donateur van het project en voerde er zelfs
campagne voor. De aanleg stuitte op verzet van de Arabieren uit het gebied, die de aanleg
probeerden te verhinderen, omdat ze tegen elke versterking van de Ottomaanse heerschappij
waren. Een ander bezwaar was tegen de uitbreiding van de spoorlijn van Madinah naar Makkah,
omdat de lokale bevolking, die het vervoer per kameel voor de pelgrims verzorgde, bang was
haar broodwinning te verliezen als het vervoer per kameel overbodig zou worden. Dit herinnert
ons aan de woorden van het vers uit de koran dat we hier bespreken: “en wanneer de kamelen
verlaten worden.”
Als gevolg hiervan besloot de sultan van het Ottomaanse rijk om de spoorweg vanuit Madinah
niet te verlengen. Zes jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit. De spoorlijn werd op
verschillende plaatsen zwaar aangevallen door lokale anti-Ottomaanse Arabieren. Na deze
oorlog stortte het Ottomaanse rijk in en werden de Arabische gebieden die het rijk bestuurde
aparte, onafhankelijke landen. De verlenging van Madinah naar Makkah werd dus nooit
gebouwd en in feite raakte de hele lijn van Damascus naar Madinah rond 1920 in onbruik en
verval. Er bestaat nu een Hejaz Spoorwegmuseum in Madinah, dat in 2006 werd geopend, op
het terrein van het oude Ottomaanse station, vlakbij de Masjid an-Nabawi,.
Toen de uitbreiding naar Makkah werd gecanceld, gaf dit de tegenstanders van Hazrat Mirza
Ghulam Ahmad de gelegenheid om te beweren dat zijn profetie van het verlaten van de kamelen
in zijn tijd niet in vervulling was gegaan. Een bekende tegenstander van hem, Maulana
Sanaullah van Amritsar, schreef in zijn Oerdoe uitleg van de koran, getiteld Tafsīr Sanā’ī, dat
Mirza dacht dat omdat de sultan van het Ottomaanse rijk van plan was om een spoorlijn in de
Hijaz aan te leggen, dit in vervulling zo geen, maar dat Mirza vergat dat er een grotere Sultan
bestaat, namelijk Allah, Die het plan van deze sultan tot mislukken zou brengen. Hij schrijft
zelfs dat hoewel de spoorlijn van Madinah naar Makkah nuttig zou zijn geweest voor de
moslims, Allah toch de aanleg ervan had tegengehouden om de moslims te behoeden voor de
fout te geloven dat Mirza gelijk had. Hij voegt dit eraan toe: “Allah hield het tegen, zozeer zelfs
dat bezoekers van de Hejaz kunnen zien, en het elk jaar zien, dat er van Madinah naar Makkah
nog geen meter spoorlijn bestaat.”
Ik wil vier opmerkingen maken over deze uitspraak van Maulana Sanaullah.
Ten eerste werd dit project enthousiast gesteund door moslims in Punjab. Ze maakten zich geen
zorgen of lieten zich niet afschrikken door het feit dat Hazrat Mirza Ghulam Ahmad schreef dat
de Hejaz-spoorweg, en het geplande traject van Madinah naar Makkah, een profetisch teken
was ten gunste van zijn claim.
Ten tweede, het was niet alleen de aanleg van dat traject van Madinah naar Makkah die zou
bewijzen dat de profetie van het opgeven van kamelen nu in vervulling zou gaan. Ook de lijn
die tussen 1900 en 1908 werd aangelegd had dat bewezen.
Ten derde, zelfs zonder een spoorverbinding tussen de twee heilige steden, begonnen bussen
en auto’s tussen deze twee steden te rijden zodra deze vormen van vervoer algemeen gebruikt
werden.
Ten vierde werd er in 2018 een hogesnelheidstrein geopend tussen Makkah en Madinah, met
een reistijd van 2 uur.
Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan
