Ebrahim Mohamed – Khoeṭbah oktober 2023

De tragische gebeurtenissen die op dit moment plaatsvinden tussen zionistische joden en
Palestijnen, die voornamelijk bestaan uit moslim-Arabieren en een aantal christenen, over de
bezetting van een stukje land, maakt het noodzakelijk voor ons om te kijken naar de juiste
historische context van deze volken, zodat we begrijpen wat de werkelijke oorzaak van het
geschil is. Ik zeg dit omdat ons zoveel onwaarheden worden verteld door onwettige joodse
opeisers van het zogenaamde ‘Heilige Land’ en door hun joods-christelijke medestanders in het Westen. We zullen zien dat deze onrechtmatige opeisers, met louter politieke agenda’s, geen
religieuze grondslag hebben om zulke aanspraken te onderbouwen, zoals ze vaak beweren.
Als we nu de geschiedenis van deze twee naties, de Arabieren en de joden, willen onderzoeken,
dan moeten we kijken naar hun gemeenschappelijke voorvader, namelijk de grote profeet
Abraham (vrede zijn met hem); want met hem is het waar het allemaal begon. Hiervoor zal ik
me beperken tot wat we over hem tegenkomen in de geschriften van de joden en de moslims,
namelijk het oude testament en de heilige koran.
Historisch gezien leefde Abraham in de stad Oer, in het oude Mesopotamië, het huidige Irak. In
Mesopotamië was hij een krachtige voorvechter van het monotheïsme, d.w.z. de aanbidding
van de enige ware God van het hele universum. Zijn landgenoten, de meergoden aanbiddende
Chaldeeërs van Mesopotamië, hadden echter om deze reden een afkeer van hem en wilden hem
geëlimimeerd hebben. Hij werd echter gered door Almachtige Allah, Die grotere plannen met
hem had. En zo zien we dat volgens het oude testament, namelijk Genesis 11:31, Abraham met
zijn vader Terah en zijn neef Lot (vrede zij met hem) en zijn vrouw Sarah de stad Oer verliet
om naar het land Kanaän te gaan. Hij vestigde zich echter eerst in een stad genaamd Haran, nu
een dorp in Turkije, voordat hij naar Kanaän vertrok. Kanaän bestond uit Palestina, Jordanië,
Libanon en Noord-Syrië. Merk op dat er nog geen Israël bestond. Dit was een latere creatie van
Britse kolonialisten. Genesis 17 verzen 7 en 8 vertellen ons dat Almachtige Allah het volgende
aan Abraham openbaarde:
“Ik zal mijn verbond oprichten als een eeuwig verbond tussen mij en u en uw nakomelingen na
u, voor de komende geslachten, om uw God te zijn en de God van uw nakomelingen na u. Het
hele land Kanaän, waar u nu als vreemdeling verblijft, zal ik als een eeuwig bezit geven aan u
en uw nakomelingen na u; en ik zal hun God zijn.” – Genesis 17:7-8
De voorwaarde ‘om uw God te zijn en de God van uw nakomelingen’ is het meest defintieve
en belangrijkste aspect van dit verbond dat Almachtige Allah met Abraham sloot toen Hij hem
in het land Kanaän vestigde, omdat het de missie van Allah voor de profeet Abraham
onderschrijft.
Toen Abraham naar Kanaän kwam, kwam hij de Kanaänieten tegen die afstammelingen waren
van Noach (vrede zijn met hem). Helaas waren deze nakomelingen van Noach van een latere
generatie volledig afgeweken van de aanbidding van de ene ware God die Noach aan hun
voorouders had gepredikt, en waren zij na verloop van tijd polytheïstische heidenen geworden.
Zij hadden een vorm van afgoderij aangenomen als hun godsdienst, net zoals de Arabieren waar
de profeet Mohammed (vrede zijn met hem) vele generaties later naar toe kwam. We zien dus
dat Abrahams verhuizing naar Kanaän – net als de verhuizing van de Profeet naar Madina
generaties later – volgens Allah’s plan was om opnieuw monotheïsme in het land te vestigen.
Uit de geschiedenis van Abraham weten we al dat hij door alle godsdiensten wordt beschouwd
als de voorvechter van het monotheïsme, in die mate zelfs dat onze profeet Mohammed zei dat
hij het geloof (oftewel de millat) van Abraham volgde. Zo lezen we in de heilige koran:

Abraham en zijn rechtschapen nakomelingen hadden dus de goddelijke taak om monotheïsme
in het land te vestigen. Het was om die reden alleen dat hij in dat deel van de wereld werd
gevestigd en dat aan hem het land Kanaän werd gegeven volgens het verbond dat God met hem
had gesloten. Het land werd niet aan hem en zijn nageslacht gegeven als een geschenk in de
vorm van een van uitstekende stuk ‘onroerend goed’, zoals de zionistische joden beweren, waar
zij nu aanspraak op maken en waarvoor zij de ergste misdaden en menselijke wreedheden
begaan, waaronder het afslachten van onschuldige Palestijnen, vrouwen en kinderen. Dit is nu
al meer dan 70 jaar aan de gang.
Nee! Het land werd aan Abraham gegeven om monotheïsme te vestigen onder de
afgodendienaren die er woonden en om de boodschap te verspreiden naar de omliggende
gebieden tot aan Arabië. Dit hebben we later zien gebeuren met de komst van de profeet
Mohammed, die een afstammeling van Abraham was via zijn zoon Ismaël.
Dit was de goddelijke taak die was toegewezen aan Abraham en de rechtschapenen uit zijn
nageslacht. Het betrof niet, volgens Almachtige Allah, de slechtdoeners zoals de atheïstische
zionisten van tegenwoordig die beweren dat ze een voorouderlijke band hebben met de grote
aartsvader Abraham. Nee! Almachtige Allah maakte dit heel duidelijk aan Abraham toen hij aan
Allah vragen stelde met betrekking tot zijn nakomelingen. Allah antwoordde: “Mijn verbond
betreft niet de slechtdoeners,” (2:124).
We zien dus duidelijk dat het verbond dat de Almachtige Allah met Abraham sloot toen Hij hem
in het land Kanaän vestigde om Zijn boodschapper te zijn, niet de ‘slechtdoeners’ onder zijn
nageslacht omvatte. Het betrof slechts de rechtschapenen, zoals de profeten, waaronder zijn
zonen Isaak en Ismaël (vreden zij met hen), en de vele andere profeten die uit hun geslacht
voortkwamen, waaronder de laatste profeet Mohammed.
Ismaël was Abrahams eerstgeboren zoon van zijn tweede vrouw Hagar. Zijn eerste vrouw,
Sarah, was op dat moment onvruchtbaar en kon geen kinderen krijgen. Later, na de geboorte
van Ismaël, heelde Almachtige Allah haar en bracht zij Isaak op de wereld. Zowel Ismaël als
Isaak waren profeten van Allah. Uit de nakomelingen van Ismaël kwamen de Arabieren voort
en uit de nakomelingen van Isaak de Kinderen van Israël (banī isrā’īl). Israël was overigens niet de naam van een land of een staat. Het was een andere naam voor de profeet Jacob (vrede
zij met hem), de zoon van Isaak. De titel ‘Israël’ staat voor de spirituele status van Jakob als
iemand die, na een zware innerlijke inspanning met zichzelf en met God, een stadium bereikte
waarin hij vrede had met Allah. Dit is wat we het stadium van nafs al-moeṭma’innah zouden
kunnen noemen, de ziel die vrede heeft met God. Dit is de betekenis van de naam ‘Israël’. Jakob
of Israël had twaalf zonen waaruit de twaalf stammen voortkwamen die bekend staan als de
Kinderen van Israël (banī isrā’īl). Daarom zijn de belangrijkste erfgenamen van Abraham in de
eerste plaats Ismaël, zijn eerstgeboren zoon, vervolgens Isaak, en daarna de rechtschapenen
onder hun nakomelingen.
Diegenen onder de Kinderen van Israël die zichzelf later joden noemden behoren niet tot alle
Kinderen van Israël. Ze komen voornamelijk voort uit de stam Juda, een van de twaalf stammen.
Deze stam splitste zich af vanwege een langlopende twist die het had met de andere elf
stammen.
Een ander belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de Kinderen van Israël is het feit dat
als gevolg van verschillende buitenlandse invasies in Palestina, veel van de twaalf stammen in
gevangenschap werden genomen in het Oosten. Velen van hen sloten zich aan bij de joodse
gemeenschap en zo groeiden de joden in aantal. Dit gebeurde ook als gevolg van huwelijken
met andere naties die leidden tot hun migratie naar Rusland en andere delen van Europa, zoals
Duitsland, Polen en zelfs Groot-Brittannië. De meerderheid van hen nam uiteindelijk het
zionisme aan en slechts weinigen hadden nog een godsdienst van betekenis over.
Terugkomend op de profeet Abraham, wijs ik er nogmaals op dat het zijn missie was om het
Koninkrijk van Allah op aarde te vestigen door een systeem van volledige onderwerping aan de
wil van de enige ware God op aarde te vestigen. Het ging nooit om de vestiging van een staat
genaamd Israël. Dit is de zwakke rechtvaardiging die de zionistische joden geven voor hun
illegale bezetting van Palestina en de wrede afslachting van duizenden Palestijnen waaronder
vrouwen en kinderen gedurende meer dan 70 jaar. In 1948, toen de Britten Palestina
overhandigden aan de zionistische joden, begonnen ze aan een etnische zuivering die leidde tot
de ontheemding van 800.000 Palestijnen. Deze Palestijnen werden uit hun huizen verdreven en
moesten vluchten naar buurlanden.
Gelukkig zijn er nog veel verstandig denkende joden die het zionistische Israël niet steunen en
zich uitspreken tegen hun barbaarse gedrag. Er zijn veel van zulke joden, maar voor deze korte
khoeṭbah zal ik er kortheidshalve één citeren. Dit is wat hun eigen geleerde, namelijk de
voormalige rabbijn Yakov Shapiro, die een groot aantal rabbijnen van de hele wereld toesprak
op een conferentie in New York in 2017, te zeggen had:
“Het thuisland van het joodse volk is de heilige Thora. Joden bezitten geen nationaliteit
en geen nationale staat, omdat, in tegenstelling tot alle andere naties die bestaan
vanwege een gemeenschappelijk land, taal of cultuur, het joodse volk alleen bestaat
omdat het een gemeenschappelijke religie accepteerde; omdat het de Thora accepteerde
op de berg Sinaï. Op de dag dat we de Thora accepteerden, werden we een natie. Binnen
de grenzen van ons thuisland, de Thora, floreren we; buiten haar grenzen sterven we. Er
bestonden joodse versies van antisemieten. Zij (de joden zelf) haatten het joodse bestaan
en zij haatten het om jood te zijn, zij haatten het jodendom. Hun oplossing was het
zionisme. Het doel ervan is om alles te vernietigen wat de joden – in hun ogen – zo zwak
maakt; zo veracht (is hun doel) om alles te vernietigen wat het joodse volk zo joods
maakt. En zij besloten dat de bron van het probleem het jodendom is, hun religie zelf.
(Ze zeiden) ‘konden we het jodendom maar afschaffen.’”
Shapiro gaat verder en zegt:
“Ik citeer een van hun oprichters, Vladimir Jabatinsky. (Op de vraag) ‘wat is een
zionist?’ Dit is wat hij zei. ‘Om je voor te stellen wat een zionist is, moet je de Yid
(d.w.z. de orthodoxe jodendom) nemen en je het tegenovergestelde voorstellen, het
exact tegenovergestelde.’”
De rabbijn vervolgt:
“De zionist wilde het jodendom afschaffen en vervangen; religie vervangen door
nationalisme. Zo verkregen ze een staat (illegaal natuurlijk), en verklaarden ze deze staat
tot de ‘nationale staat van het joodse volk’. Maar het joodse volk heeft geen staat! Wat
zij creëerden was een staat, maar bezit geen enkel aspect van joodsheid of jodendom in
welke vorm of wat dan ook. Ze moeten ophouden zichzelf Israël te noemen en ophouden
zichzelf een joodse staat te noemen! Want dat zijn leugens. Ze kunnen zichzelf noemen
zoals ze willen, maar ze zijn geen Israël en ze zijn geen staat van de joden.”
En hier zien we de woorden van een trotse joodse rabbijn. Maar de heilige koran gaat verder en
wijst erop dat die joden, waar de rabbijn het over heeft, niet alleen goed zijn in het kapen en
politiseren van de godsdienst, maar dat zij er ook berucht om zijn om waarheid in leugens te
veranderen en die dan te presenteren alsof het de waarheid is. Dit is de kunst van bekwame
propaganda. Joden en christenen staan hier heel goed om bekend; want dit is wat ze met hun
geschriften hebben gedaan.
Laten we nu eens kijken hoe de heilige koran de joden beschrijft die, zoals hun rabbijn zegt,
hun geloof en de Almachtige Allah opgaven en zich keerden tot de aanbidding van hun nieuwe
gouden kalf, de staat Israël.




Hier zien we heel duidelijk de aard van de zionistische joden die veracht worden door hun eigen
gelovige rabbijnen en ook door vele oprechte joodse intellectuelen. Ze hebben alle
verantwoordelijkheidsgevoel verloren en geloven ook werkelijk dat ze alles kunnen doen wat
ze maar willen en er gewoon mee weg kunnen komen. Als beschrijving van hun arrogante
houding zegt Almachtige Allah:



Wat dit laatste vers wil zeggen is dat zij alleen kunnen voorkomen dat zij totaal gedegradeerd
worden als zij zich houden aan hun plichten tegenover Allah en vasthouden aan hun geloof en
trouw zijn aan de banden en afspraken die zij met hun medemens hebben gemaakt. Nu hebben
zij volgens de heilige koran beide voorwaarden geschonden. Zij hebben hun geloof in Allah
verlaten en zij hebben hun medemensen verdreven en zich hun eigendommen toegeëigend,
nadat zij een verbond met Allah hadden gesloten om dit niet te doen.
Op dit moment overleven ze alleen vanwege het pact dat ze hebben gesloten met de
hedendaagse Farao’s van het Westen, d.w.z. Amerika, de Britten en de Europeanen. Maar
vertrouwen op de zwakke mens zonder Allah’s steun en de rechtschapenen zal niet eeuwig
voortduren. We zien nu al aan de verandering in de houding van miljoenen mensen over de hele
wereld die walgen van hun gedrag, dat de vernedering begint. Ook het aantal van hun eigen
mensen die hen de duim omlaag geven neemt met de dag toe.
Wij bidden dat de Almachtige Allah een spoedig einde maakt aan hun onheil in het land. En
laat een vernederende nederlaag neerdalen op hen en hun aanhangers, het soort nederlaag dat
werd toegebracht aan Abraha, de bezitter van de olifant die de Ka‘bah kwam verwoesten.
Gepubliceerd door: IslamLab
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan
