Vrijdag goetba door dr. Zahid Aziz, voor de Lahore Ahmadiyya UK, 24 mei 2024

Deze passage van de heilige koran voorspelt dat wanneer er een lange periode in de
geschiedenis van de moslims voorbij zal zijn gegaan, de volgelingen van de islam hun
nederigheid van hart zullen verliezen en hardvochtig zullen worden, zoals dat ook gebeurde
met de volgelingen van de vroegere boeken van Allah. De Israëlieten uit de tijd van de profeet
Mohammed (v.z.m.h.) gaven het duidelijkste voorbeeld van hoe hun harten verhardden nadat
er een lange tijd was verstreken sinds de openbaring van het boek waarop hun religie was
gebaseerd. Aan het begin van de koran worden de Israëlieten aangesproken en op hun
geschiedenis gewezen. Er wordt gezegd dat na de komst van Jezus, de laatste profeet, het
volgende gebeurde:

In dit vers worden voor het “verharden van de harten” dezelfde woorden gebruikt als in
hoofdstuk 57, qasat qulūb.
De bovenstaande passage die ik als eerste heb voorgelezen, zegt verder tegen ons, gelovigen in
de islam, dat we voor ogen moeten houden dat ‘Allah leven geeft aan de aarde na haar dood.’
Dit heeft betrekking op het feit dat Allah onder de moslims mujaddids aanstelt om hen opnieuw
wakker te schudden en hun harten weer nederig te maken voor Allah. Over twee dagen, 26 mei,
is het de sterfdag van hazrat Mirza Ghulam Ahmad, oprichter van de Ahmadiyya Beweging, in
1908, die de mujaddid van de islam van de moderne tijd claimde te zijn. Hij stierf tijdens zijn
verblijf in Lahore, en op het moment van zijn overlijden was hij bezig met het schrijven van
een lezing getiteld Paigham Sulah of ‘Boodschap van Vrede’. In deze goetba zal ik een aantal
van zijn diensten aan de islam bespreken.
Zoals u kunt zien, stierf hij precies op het moment dat hij de islam een dienst bewees door zijn
lezing ‘Boodschap van Vrede’ te schrijven. In deze lezing presenteerde hij een manier waarop
moslims en hindoes op het Indiase subcontinent in vrede en tolerantie met elkaar zouden
kunnen leven, en hoe dat zelfs zou kunnen tussen alle religieuze gemeenschappen in India.
Deze lezing zou worden voorgelezen op een openbare bijeenkomst op 31 mei 1908. Omdat hij
op 26 mei overleed, plande zijn toegewijde volgeling Khwaja Kamal-ud-Din een nieuwe
bijeenkomst in de University Hall in Lahore op 21 juni 1908, waar hij de lezing voordroeg.
Een verslag van deze gebeurtenis werd gepubliceerd in het Ahmadiyya tijdschrift Al-Hakam.
Deze lezing oogstte zo veel succes dat in het verslag in Al-Hakam werd vermeld:
“De dag van 21 juni was een van de gezegende dagen die de Stichter van de Ahmadiyya
Beweging in zijn testament aan zijn volgelingen beloofde. … De dag van 21 juni was
de dag van de manifestatie van een eerste, korte glimp van de qudrat saniyya voor de
gemeenschap geliefd en geëerd door God.”
Wat wordt bedoeld met qudrat saniyya? Letterlijk betekent het de tweede manifestatie van de
kracht en hulp van Allah. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad had in een boek met de titel
Al-Wasiyyah, of zijn Testament, geschreven dat gedurende zijn leven Allah Zijn macht had
getoond door hem te helpen zijn missie te doen slagen, en dat Allah na zijn dood nog een
manifestatie van Zijn macht zou sturen om zijn volgelingen te helpen. Dit wordt qudrat saniyya
genoemd, en u kunt zien dat het tijdschrift erkende dat het succes dat Khwaja Kamal-ud-Din
oogstte toen hij de lezing, geschreven door hazrat Mirza sahib, hield, een voorbeeld was van
deze manifestatie.
De diensten aan de islam door Hazrat Mirza sahib waren zo groot, uitgebreid en talrijk dat toen
zijn biograaf, dr. Basharat Ahmad, zijn levensverhaal in 2 delen voltooide, hij een derde deel
moest schrijven waarin hij enkel zijn diensten aan de islam behandelde.
Wat aan de basis lag van het werk van hazrat Mirza Ghulam Ahmad was om moslims, en de
wereld in het algemeen, het werkelijke doel te laten zien dat de religie van de islam nastreeft.
Niet-moslims, maar ook de meeste moslims, kwamen tot de gedachte dat de missie van de
islam eruit bestaat om heerschappij over landen en staten te verkrijgen. En natuurlijk wordt dit
zelfde vandaag de dag ook algemeen geloofd. Alleen al de naam islam wordt beschouwd als
een poging om politieke macht en heerschappij te krijgen in een of ander land. Kijk waar je maar wilt in de islamitische wereld en u ziet bewegingen en organisaties die proberen een
zogenaamd islamitisch systeem op te zetten. In sommige landen regeren deze bewegingen het
land al, terwijl ze in andere landen aan de macht proberen te komen of regeringen onder hun
invloedsfeer proberen te brengen.
Hazrat Mirza Ghulam Ahmad corrigeerde deze diepgewortelde opvatting en legde uit dat het
werkelijke doel van de islam is om een waar geloof in de harten van mensen te creëren. Maar
het moet een geloof zijn gebaseerd op bewijs en feiten, en een geloof dat vervolgens versterkt
wordt door je eigen ervaringen in het leven. Het is geen blind geloof dat je wordt opgedrongen
door religieuze leiders of geleerden. Het is geen overgeërfd geloof dat je hebt geleerd van de
gemeenschap waarin je bent geboren en verkeert. Zo’n soort geloof is leeg en zal de toets van
moeilijkheden en beproevingen niet kunnen doorstaan. Het ware geloof is gebaseerd op kennis,
en is zo sterk dat het je in staat stelt om je leven te hervormen en ten goede te veranderen.
Er zijn politieke en materialistische denkrichtingen op de wereld, zoals kapitalisme en
socialisme. Deze leren dat menselijke problemen opgelost kunnen worden door middel van een
soort van extern systeem van wetten, economie en overheid. Helaas kijken veel
moslimbewegingen op dezelfde manier naar de islam, namelijk als een systeem van wetten die
verschillende aspecten van het leven regelen en die alle problemen zullen oplossen. Zij geloven
dat de oprichting van zo’n systeem het doel van de moslims zou moeten zijn. Maar het opzetten
van zulke systemen, zelfs als dit in de naam van de islam gebeurt, leidt niet tot hervorming van
de mens of geeft hem geen controle over zijn morele zwakheden en zelfzuchtige verlangens.
Wat we in werkelijkheid zien is dat de leiders van deze politieke bewegingen de naam van de
religie van de islam alleen maar gebruiken voor hun eigen ambities om macht te verwerven.
Een religie is méér dan een sociaal, economisch en politiek systeem. Het probeert ons de dingen
en werkelijkheden te laten zien die onbereikbaar zijn voor onze beperkte fysieke zintuigen,
hersenen, intellect en redenering. Religie is erop gericht om de verborgen vermogens van de
menselijke ziel te ontwikkelen, zodat deze contact kan maken met Allah en vreugde kan laten
voelen in het doen van goede daden, en haat kan laten voelen voor kwade handelingen.
De vraag is: hoe kan zo’n waar geloof in de harten worden opgewekt? Het is voor dit doel dat
er in de islam rechtschapen personages of auliya opstaan die een hechte relatie met Allah
hebben en die zelf spirituele ervaringen hebben. In de heilige koran wordt aan de profeet
Mohammed (v.z.m.h.) gezegd om aan de mensen te verkondigen:

Met andere woorden, zowel de Profeet als degenen onder zijn volgelingen die mensen tot de
islam oproepen, doen dit door zelf zekerheid van geloof en inzicht te hebben bereikt.
Hazrat Mirza Ghulam Ahmad blies het geloof op verschillende manieren nieuw leven in. Ten
eerste toonde hij de uitmuntendheid van de islamitische leer met betrekking tot de meest
fundamentele vragen van de religie. Dit betreft vragen als: het bestaan en de het een-zijn
(tauhid) van God, wat betekent verlossing (naar de hemel gaan) en hoe bereikt men dit, wat
was de missie van de voornaamste stichters van de verschillende godsdiensten, wat is de
hoogste status die een mens kan bereiken door het pad van het geloof te volgen, enzovoort. De
vragen die hij behandelde raken aan de kern van de godsdienst.
Gewoonlijk gaan het soort vragen dat moslims stellen over zaken als: wat moet ik dragen
tijdens het gebed, neem ik de juiste houdingen aan tijdens het gebed, hoe vaak moet ik bepaalde
woorden reciteren in de ruku en de sajda, wat maakt mijn wudu ongeldig, of wat kan ik wel en
niet doen tijdens het vasten, etc. Hazrat Mirza sahib beschouwde dit soort zaken als
onbeduidend. Hij legde veel meer de nadruk op iemands intentie in het uitvoeren van een
religieuze plicht, en of hij of zij daardoor een beter persoon wordt, dan op de precieze en kleine
uiterlijke details. Hij legde nooit de focus op zulke zaken, maar hield zijn aandacht gericht op
de gevaren die het geloof van de moslims kunnen ondermijnen en op de vragen omtrent de
fundamentele noodzaak van religie. Dit waren vraagstukken die zorgden voor twijfels in de
harten van de mensen over de waarheid van religie en islam.
Moge Allah ons in staat stellen zijn missie voort te zetten om de islam in zijn ware en relevante
licht aan de wereld te presenteren
Ameen.
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan, 25 oktober 2024
Gepubliceerd door: IslamLab
