De gedachte aan Allah (zikr) en gebruik van rede (fikr) (2)

Djoemoe‘ah choeṭbah door dr. Zahid Aziz voor Lahore Ahmadiyya UK, 20 mei 2022 “Onze Heer, waarlijk hebben wij een Roeper tot het geloof horen roepen, zeggend:geloof in jullie Heer. Dus geloven wij. Onze Heer, schenk ons bescherming tegen onzezonden en verwijder onze kwaden en laat ons sterven met de rechtschapenen. OnzeHeer, schenk ons wat U […]

Djoemoe‘ah choeṭbah door dr. Zahid Aziz voor Lahore Ahmadiyya UK, 20 mei 2022

“Onze Heer, waarlijk hebben wij een Roeper tot het geloof horen roepen, zeggend:
geloof in jullie Heer. Dus geloven wij. Onze Heer, schenk ons bescherming tegen onze
zonden en verwijder onze kwaden en laat ons sterven met de rechtschapenen. Onze
Heer, schenk ons wat U ons heeft beloofd met Uw boodschappers en maak ons niet te
schande op de dag der Opstanding. Waarlijk, U faalt nooit in (Uw) belofte! Dus
aanvaardde hun Heer hun smeekbede, (zeggend): Ik zal niet toestaan dat het werk van
een van de werkers uit jullie midden verloren gaat, hetzij mannelijk of vrouwelijk, de
een van jullie is als de ander. Dus degenen die vluchtten en die uit hun huizen werden
verdreven en vervolgd werden op Mijn weg en die streden en werden gedood, van
diegenen zal Ik waarlijk het kwaad verwijderen en hen Tuinen doen binnengaan
waardoor rivieren stromen — een beloning van Allah. En bij Allah ligt de beste
beloning.” – 3: 193-195

Ik ga verder met de groep verzen waarmee ik in de laatste choetba ben begonnen. De verzen
vóór de verzen hierboven vertelden ons dat degenen met zeer krachtig intellect en
denkvermogen, de zgn. oeloe-l-albāb, en die constant in hun hart aan Allah denken en nadenken
over de schepping van de hemelen en de aarde, tekenen kunnen ontdekken van het bestaan van
Allah in deze schepping. Ook in de manier waarop dag en nacht elkaar afwisselen wanneer de
ene komt en de andere gaat, kunnen ze zulke tekenen aantreffen. En als ze zulke tekens hebben
ontdekt, verrichten ze bepaalde gebeden tot Allah.

Het eerste van die gebeden noemde ik in de laatste choetba en gaat als volgt:
‘Behoed ons voor de straf van het vuur. Onze Heer, wie U het vuur doet binnentreden, hem
brengt U zeker tot schande.’

Vervolgens zeggen ze dat ze een ‘Roeper’ hebben horen roepen tot geloof, zeggende: āminoe
bi-rabbi-koem
– ‘geloof in uw Heer.’ Deze Roeper tot geloof is natuurlijk profeet Mohammed
(vrede en zegeningen van Allah zij met hem). Alle profeten riepen de mensen op om in hun
Heer te geloven, de Heer van die profeten zelf en de Heer van hun volk.

Volgens de koran nodigden alle profeten de mensen uit om God te dienen en geen van die
profeten vroeg aan de mensen om hen te dienen:

“Het past een sterveling niet, wanneer Allah hem het Boek geeft en het gezag en het
profeetschap, dat hij dan tegen de mensen zegt: wees mijn dienaren naast die van Allah;
maar (hij zou moeten zeggen): wees aanbidders van de Heer (rabbāniyyīna) omdat jullie
het Boek onderwijzen en omdat jullie (het) bestuderen. Noch zou hij jullie bevelen om
de engelen en de profeten tot heren te nemen.” – 3:79-80

Het woord hier voor ‘aanbidders van de Heer’ is rabbāniyyīna, wat het meervoud is van
rabbānī. Elke profeet zei tegen zijn volk: een ieder van jullie zou een rabbānī moeten worden,
of een aanbidder van zijn of haar Rabb, of iemand die toegewijd is aan zijn of haar Rabb. En
rabbānī word u door het boek dat ik u heb gebracht te onderwijzen en te bestuderen. Onderwijs
en studie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als je lesgeeft aan anderen, dan leer je
tijdens het lesgeven zelf ook iets. En als je iets bestudeert en begrijpt, heb je de drang, en
eigenlijk de plicht, om het aan anderen te leren. Het woord Rabb voor Allah betekent dat Hij
zorgt voor ons onderhoud en ons in staat stelt om in een ontwikkelingsproces van het ene
stadium naar het volgende voort te gaan, net zoals een moeder haar baby en kind grootbrengt.
Het woord rabbānī geeft aan dat zo’n dienaar van de Rabb gebruik maakt van wat Allah hem
of haar heeft gegeven om vooruitgang te boeken, om naar steeds hogere niveaus van kennis,
goede daden en nabijheid tot Allah op te klimmen.

Geen enkele profeet leerde dus aan zijn volgelingen dat ze Allah aan de kant moesten laten en
in plaats daarvan alleen die profeet moesten dienen, omdat hij als een poort naar God was. Wat
volgelingen moesten doen, is leren en begrijpen en onderwijzen wat Allah aan die profeet had
geopenbaard en Allah tot hun Heer maken. Elke profeet had het verlangen dat zijn volgelingen
dezelfde ervaring van nabijheid tot Allah ontwikkelden, op hun eigen niveau en reikwijdte,
zoals die profeet zelf had ontwikkeld op zijn veel hogere niveau.

Natuurlijk vroeg elke profeet van zijn volk dat het van essentieel belang was dat de mensen in
hem zouden geloven als een echte profeet. Hoe konden ze anders geloven in zijn aanspraak dat
zijn openbaring en zijn boek van God afkomstig waren, als ze niet in die persoon zelf
geloofden? Ze moesten ook in hun profeet geloven en hem gehoorzamen, omdat hij een
praktijkvoorbeeld was van hoe de mensen zijn openbaring zouden moeten volgen. Een profeet
is de eerste die handelt naar zijn openbaring, die daarin de leiding neemt en de meest toegewijde
daarin is. We zien bijvoorbeeld dat profeet Mohammed (v.z.m.h.) veel meer bad, veel meer
vastte en veel liefdadiger was dan al zijn volgelingen. In feite verbood hij zijn volgelingen om
zoveel te doen als hij deed. Dus terwijl elke profeet de mensen opriep om in hun Heer te
geloven, zoals het vers zegt dat ik hier bespreek in de woorden: ‘waarlijk hebben wij een Roeper
tot het geloof horen roepen, zeggend: geloof in jullie Heer, dus geloven wij,’ was dat geloof
alleen mogelijk wanneer zij de leringen en het voorbeeld van die profeet volgden.

Deze verzen zeggen ons dat mensen die continu Allah in gedachten houden en nadenken over
Zijn schepping en over hoe die werkt, reageren op de persoon die hen tot het geloof roept en
gelovigen in hun Heer worden. Ze bidden dan als volgt:

‘Onze Heer, schenk ons bescherming tegen onze zonden en verwijder onze kwaden en
laat ons sterven met de rechtschapenen.’

Ze willen dus vervolgens handelen in overeenstemming met hun geloof, omdat het geloof van
een persoon niet slechts mag bestaan uit gedachten in zijn of haar hoofd, of uit een uitspraak
die hij of zij in woorden doet. Ze vragen Allah om kracht om weg te blijven van slecht gedrag
en dat Allah elke tekortkoming die ze hebben zal bedekken en verwijderen, zodat zij niet op
achterstand in hun ontwikkeling blijven. Het gebed daarna om ‘met de rechtschapenen te
sterven’ is in feite het verlangen om te leven als de rechtschapenen. ‘Sterven met de
rechtschapenen’ doe je niet door op dezelfde plaats als een rechtschapene te sterven, of op
dezelfde dag dat een rechtschapene is gestorven, of door begraven te worden naast een
rechtschapene. De enige manier om met de rechtschapenen te sterven, is door je leven te leiden
als de rechtschapenen. Dit gebed houdt ook in dat we, nadat we geloof hebben gevonden en
gehoor hebben gegeven aan de Roeper tot geloof, standvastig zullen blijven voor de rest van
ons leven.

Het vers gaat dan over naar een volgend gebed dat als volgt gaat:

‘Onze Heer, schenk ons wat U ons heeft beloofd met Uw boodschappers en maak ons
niet te schande op de dag van de Opstanding. U faalt waarlijk nooit in (Uw) belofte!’

Wat Allah ons via Zijn boodschappers heeft beloofd, is dat als wij handelen naar hun
boodschap, dan zullen wij succes en eer behalen op deze wereld, en geen mislukking en
schande. Door de juiste morele waarden van eerlijkheid, waarheid en trouw te volgen, zullen
we zowel in ons wereldse leven als in onze spirituele ontwikkeling slagen. Schande op de dag
des oordeels komt niet plotseling uit het niets. Het is een voortzetting van de schandelijke
positie waarin mensen ons op deze wereld beschouwen wanneer we slechte daden begaan en
ons verkeerd naar hen toe gedragen. Als iemand macht, positie en rijkdom bezit op deze wereld
en deze misbruikt, zal hij nog steeds zien dat mensen voor hem buigen, hem prijzen en eer
bewijzen. Maar in hun hart hebben die mensen geen respect voor hem als persoon. En die lage
dunk die zij van hem hebben wordt ook Allah’s oordeel van schande over hem op de dag des
oordeels.

Het laatste vers van deze groep van verzen (v. 195) zegt:

‘Dus aanvaardde hun Heer hun smeekbede, (zeggend): Ik zal niet toestaan dat het werk
van een van de werkers uit jullie midden verloren gaat, hetzij mannelijk of vrouwelijk,
de een van jullie afkomstig uit de ander
Allah’s antwoord laat zien dat de mensen die tot Hem bidden door middel van de smeekgebeden
die ik heb genoemd, zowel mannen als vrouwen zijn. Als u zich nog herinnert, begon deze
groep van verzen met vers 190 waarin werd gezegd dat er tekenen in Allah’s schepping zijn
voor ‘degenen die begrip hebben’, de zgn. oeloe-l-albāb, oftewel degenen die het hoogste
niveau van intellect bezitten. Dat zijn mensen die Allah altijd in gedachten houden (zikr) en
nadenken over Zijn schepping (fikr). Vervolgens uiten ze deze gebeden en smeekbeden
tegenover Allah. En Allah antwoordt hen door te zeggen: Ik accepteer de gebeden en het werk
van een ieder van jullie, of u nu een man bent of een vrouw. Dit toont duidelijk en onomstotelijk
aan dat de koran de oeloe-l-albāb niet beschouwt als alleen uit mannen te bestaan, maar ook uit
vrouwen. Het verwijdert de gedachte bij de mensen dat de islam zou stellen dat vrouwen
gebrekkig zijn in hun intellectuele capaciteiten in vergelijking met mannen. Feit is dat er net
zulke zeer intelligente vrouwen kunnen zijn zoals er zeer intelligente mannen zijn.

Bovendien voegt Allah, nadat Hij heeft gezegd ‘of jullie nu mannen zijn of vrouwen,’ dit eraan
toe: ‘ieder van jullie is als de ander’ – ba‘ḍoe-koem min ba‘ḍ. Deze woorden worden meestal
vertaald als ‘jullie zijn van elkaar afkomstig’. Men stelt dat mannen en vrouwen van elkaar
worden geboren. Als je een man bent, dan heb je een moeder die een vrouw is, en als je een
vrouw bent, dan heb je een vader die een man is. Maar Maulana Muhammad Ali wijst er in zijn
Urdu-commentaar van de koran op dat deze woorden ook kunnen betekenen: jullie zijn allebei
hetzelfde, of, jullie zijn als elkaar. Dus dit is een duidelijke verklaring van de koran dat Allah
zelf tegen de gelovigen zegt dat hun mannen en vrouwen hetzelfde zijn. Dat wil zeggen dat Hij
geen onderscheid maakt tussen hen bij het accepteren van hun gebeden om hun werk en hun
offers resultaat te laten opleveren. Hij verwacht van zowel mannen als vrouwen dat ze hun
intellect gebruiken, Hem continu in gedachten houden, in Hem geloven en tot Hem bidden. Hun
offers worden later genoemd toen zij moesten vluchten uit hun huizen omdat zij daaruit
verdreven werden, en toen zij leed en vervolging op Allah’s weg ondergingen, en later moesten
vechten en zelfs gedood werden.

Moge Allah dus ons, zowel mannen als vrouwen, in staat stellen om tot die mensen te behoren
wiens werken, gebeden en inspanningen door Hem worden geaccepteerd.
Āmīn.

Geschreven door: Zahid Aziz
Vertaald door: Reza Ghafoerkhan
Gepubliceerd door: IslamLab

Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
Click outside to hide the comparison bar
Compare