Hazrat Mirza Ghulam Ahmad wordt ervan beschuldigd, dat hij beweerde een profeet te zijn, wat in strijd is met de islamitische leer dat de Heilige Profeet Mohammed de Laatste van de Profeten (Chatam-un-nabiyyin of Chatam-ul-Anbiya) is.
Dit is een totaal valse beschuldiging, zoals we nu zullen bewijzen.
Dit onderwerp is verdeeld in de volgende sub-onderwerpen:
- Hazrat Mirza Ghulam Ahmad verklaarde dat de Heilige Profeet Mohammed de Laatste Profeet was en dat het onmogelijk is dat er na hem nog een profeet kan komen.
- Hij ontkende herhaaldelijk de beschuldiging dat hij beweerde een profeet te zijn.
- Hij legde uit dat de woorden‘profeet’ (nabi) en ‘boodschapper’(rasul) voor hem slechts in metaforische zin zijn bedoeld, en niet in een werkelijke zin.
- Hazrat Mirza verkondigt: “Verwijder het woord ‘profeet’ uit mijn geschriften en vervang dat door ‘heilige’.”
- Latere bevestiging van vervanging ‘profeet’ door ‘muhaddas’
- De woorden nabi en rasul over mij zijn slechts metaforisch. Pas op, gebruik ze niet tijdens alledaagse gesprekken!
- Verklaring in het boek Siraj Munir over het metaforisch gebruik van de woorden nabi en rasul.
- Verklaring in het boek Anjam Atham over het metaforisch gebruik van de woorden nabi en rasul.
Hazrat Mirza Ghulam Ahmad maakte geen aanspraak op het profeetschap in zijn boek Ek Ghalati Ka Izala. Klik hier voor de Engelse vertaling met toelichting van Ek Ghalati Ka Izala (Correction of an error).
Belangrijke punten
- Hij verwierp de gedachte datde Beloofde Messias, volgens de Hadies verhalen, een profeet moet zijn.
- In de islamitische traditie en praktijk kunnen de woorden‘profeet’ (nabi) en ‘boodschapper’ (rasul) worden toegepast op niet-profeten.
- Hij verklaarde dat degenen die geloven in een profeet na de Heilige Profeet Mohammed die profeet tot Chatam-un-nabiyyin maken in plaats van de Heilige Profeet.
- Hazrat Mirza Ghulam Ahmad over de opvattingen van de grote klassieke geleerden van de islam over het profeetschap en openbaring.
